1995/25 ongegrond

dr M.C.M. van Elteren tegen S. Rozendaal

In een brief van 28 april 1995 met drie bijlagen (binnengekomen op 2 juni 1995) heeft mr L.N.J.B. van Os te Tilburg namens dr M.C.M. van Elteren te Berkel-Enschot (klager) een klacht ingediend tegen Simon Rozendaal (betrokkene) wegens een publicatie in Elsevier. Betrokkene heeft op de klacht gereageerd in een brief van 3 augustus 1995.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 november 1995. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In de aflevering van Elsevier van 25 maart 1995 is onder de kop "Gij zult niet overschrijven" met daaronder in kleinere letters "Universiteiten doen bij plagiaat of hun neus bloedt" een artikel gepubliceerd van S. Rozendaal over het veelvuldig voorkomen van plagiaat in Nederlandse wetenschappelijke pulicaties. Dit artikel gaat voor een groot deel over het in 1994 in het Engels verschenen boek van drs M.C.M. van Elteren (hoofddocent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant) over de toenemende amerikanisering van de Nederlandse jeugd aan de hand van popmuziek en de muzikale voorlopers daarvan. De titel van dit boek is Imagining America - Dutch Youth and Its Sense of Place.
Het artikel vermeldt dat klager in zijn boek stukken heeft overgenomen uit werk van Mir Wermuth, onderzoekster bij de vakgroep Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en Amy Schalet, verbonden aan de Universiteit van Berkeley. Beiden komen in het artikel aan het woord, waarbij ten aanzien van laatstgenoemde wordt beschreven dat zij met behulp van een advocaat bezwaar heeft gemaakt tegen het overnemen van stukken uit haar afstudeerscriptie zonder dat dit werd vermeld. Dit leidde tot een inlegvel in het boek waarin alsnog wordt meegedeeld welk gedeelte van de tekst van het boek is ontleend aan Amy Schalet.

Het artikel vermeldt voorts dat de uitgever van het boek besloot dit uit de handel te halen na publikatie van een artikel in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift "Facta" waarin het plagiaat op Schalet en Wermuth wordt vermeld.

Klager zelf wordt in het artikel een aantal malen geciteerd. De tekst van dit artikel is op 13 maart 1995 per telefax door betrokkene aan klager voorgelegd. In een faxbericht van 14 maart heeft hij op de tekst gereageerd.

De standpunten van partijen

Het bezwaar van klager is dat betrokkene op een enkel detail na met zijn opmerkingen over de tekst niets heeft gedaan, zodat formeel wel voldaan is aan het vereiste van hoor en wederhoor maar inhoudelijk niet.

Betrokkene heeft geantwoord dat hij naar aanleiding van de opmerkingen van klager de tekst op vier punten heeft gewijzigd, waaronder de vermelding van een spijtbetuiging van klager ten aanzien van een in het stuk geciteerde negatieve uitlating met betrekking tot Amy Schalet. De opmerkingen, die betrokkene niet heeft overgenomen beschouwde hij als pogingen tot herschrijven van het artikel waarin hij niet wilde meegaan.

Beoordeling van de klacht

Gezien de prominente rol, die betrokkene in zijn artikel aan klager heeft toebedeeld, heeft betrokkene de tekst van zijn artikel terecht vóór publicatie aan klager voorgelegd. Klager heeft vervolgens negen voorstellen tot tekstwijziging gedaan, waarvan een aantal van feitelijke aard waren en een ander aantal dienden om klagers mening aan de tekst toe te voegen.
De Raad constateert dat betrokkene de feitelijke correcties, voorzover deze relevant waren, heeft overgenomen. De Raad is daarom van oordeel dat betrokkene het beginsel van hoor en wederhoor correct heeft toegepast.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 november 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 25.