1995/23 gegrond

B&W van Almelo tegen W.P. Timmers, hoofdredacteur van het Dagblad Tubantia en H. van Schuppen, journalist.

In een brief van 20 april 1995 met één bijlage heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almelo (klaagster) een klacht ingediend tegen W.P. Timmers, hoofdredacteur van Dagblad Tubantia en Henk van Schuppen, journalist (betrokkenen). Betrokkene Timmers heeft op de klacht gereageerd in een brief van 15 mei 1995 met één bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1995. Namens klaagster waren aanwezig H. Bijl en A.D.C. Kok. Betrokkenen hadden laten weten geen gebruik te zullen maken van de mogelijkheid het standpunt van de krant mondeling toe te lichten.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In het Dagblad Tubantia van 5 april 1995 is onder de kop "Expansiedrift gemeente leidt tot familiedrama" met daarboven in kleinere letters "Woningbouw ten koste van alles en iedereen: 'Pa komt nooit meer aan het werk'" een bericht verschenen van Henk van Schuppen over de gedwongen verkoop van grond aan de gemeente Almelo ten behoeve van woningbouw. Dit artikel opent met de volgende passage.

"Het drama voltrok zich precies een week geleden. Jannes Reefman, de bekende eierventer in Almelo, kreeg in een gesprek met twee ambtenaren van de gemeente koeltjes te horen dat hij zijn boerenbedrijf moet offeren ten behoeve van woningbouw van het Nijreesgebied. De emoties werden de 69-jarige agrariër te veel. Hij kreeg tijdens die ontmoeting een beroerte en ligt nog steeds in kritieke toestand in het Twenteborg Ziekenhuis. De familie op De Redehoeve, de markante boerderij op de kop van de Bornerbroeksestraat, is verslagen: 'Vader woont en werkt hier al zijn hele leven. En nu gebeurt dit. De hele familie Reefman is in een heel diep gat gevallen'."

Het artikel bevat voorts de volgende passages.

" Natúúrlijk wist hij dat de gemeente grond wilde kopen voor woningbouw. Geen probleem, Jannes wilde best een paar hectare verkopen. Maar woensdag legden de ambtenaren de plannen en tekeningen op tafel en sloeg bij Jannes de schrik om het hart. Zoon Bernard: 'Toen bleek dus dat we bijna alles zullen kwijtraken. Alleen onze woning en een kleine garage mogen we houden, verder wil de gemeente bijna alle grond hebben. De lijnen lopen pal achter het huis langs. Alle bebouwing moet dus plat, er blijft niets meer over van De Redehoeve. Het is het einde van een bedrijf en van een familiehistorie'. Zijn vrouw Ans: 'Geen wonder dat pa zich enorm heeft opgewonden tijdens dat gesprek. Als je hier al 68 jaar woont, werkt, leeft en geniet en je hoort opeens dit. Die mededeling is voor pa dus echt het einde geweest. Hij zal niet meer werken."

"Al gebarend over het fraaie landschap, gemarkeerd door het Nijreesbos, vertelt Bernhard: 'Over verkoop van al die hectares willen we best praten met de gemeente. Maar het moet niet verder gaan dan de bebouwing van de stallen en de schuren. Kijk, pa had de grens al gemarkeerd met conifeertjes. Hij had zijn plan al gemaakt. Maar wat denk je: die panden moeten er ook allemaal af. We houden helemaal niets over. Het is onvoorstelbaar. En die ambtenaren lachten er nog bij ook."

In het Dagblad Tubantia van 6 april 1995 is onder de kop "Reefman" een ingezonden brief geplaatst van mevrouw J. van der Kooy-Feenstra, loco-burgemeester van de gemeente Almelo. Deze brief bevat de volgende passage.
"Wij bestrijden echter ten zeerste de suggestie als zou er een oorzakelijk verband bestaan tussen het gesprek van de heer Reefman en enkele andere bewoners met twee medewerkers van de gemeente en de beroerte. Ook wijzen wij krachtig de bewering in dit artikel van de hand dat de gemeente ten koste van alles en iedereen woningen wil bouwen. Verder nemen wij nadrukkelijk afstand van het buitengewoon negatieve beeld dat het artikel oproept inzake de wijze waarop de gemeente met de bewoners van dit gebied het overleg voert. Wij hebben met verschillende groepen mensen uit dit gebied gesprekken gevoerd, die in goede verhoudingen zijn verlopen. Ook het recente gesprek met de heer Reefman en enkele andere bewoners is in een goede sfeer verlopen."

De standpunten van partijen

Klaagster heeft tegen het artikel van Henk van Schuppen de volgende bezwaren.
1. In de inleiding wordt geschreven dat de heer Reefman tijdens het gesprek met de ambtenaar van de gemeente een beroerte kreeg. Dat is onjuist. Het gesprek vond plaats in de middag. Pas uren daarna, in de avond, werd de heer Reefman door een beroerte getroffen.
2. Het artikel suggereert dat de gemeente bij de uitvoering van de woningbouwplannen geen rekening houdt met de belangen van burgers wier medewerking nodig is. Dat is onjuist. Het college treedt met de uiterste zorgvuldigheid op en houdt zich aan alle wettelijke voorschriften. In dit geval hebben er ook gesprekken plaatsgevonden bij betrokkenen thuis. Het gesprek waar de heer Reefman bij aanwezig was vond plaats bij diens buurman, die zijn huis ook voor enige andere buren had opengesteld. Tijdens dat gesprek bleek niets van de sterke emoties, die de familie beschrijft. De bezwaren van klaagster richten zich overigens niet tegen de citaten van de familieleden van de heer Reefman maar tegen de conclusies van de journalist.
3. Er vond geen wederhoor bij de gemeente plaats met als gevolg dat de berichtgeving eenzijdig is en onjuistheden bevat.

Hoewel in het Dagblad Tubantia van 6 april 1995 een ingezonden brief is geplaatst van de loco-burgemeester van de gemeente Almelo is daarmee de onjuistheid van de handelwijze van betrokkenen naar het oordeel van klaagster niet rechtgezet. De krant had zelf excuses moeten aanbieden.

Betrokkenen hebben in hun antwoord van 15 mei erkend dat de gemeente gehoord had moeten worden en dat er vooral door de inhoud van de kop sprake is geweest van een suggestieve toonzetting. Betrokkenen wijzen echter op de publikatie van de door de gemeente aangeboden ingezonden brief.

Beoordeling van de klacht

Gezien de niet weersproken uiteenzetting van klaagster over de wijze waarop zij de woningbouwplannen waar het om gaat heeft voorbereid acht de Raad het aannemelijk dat de gemeente dat met zorgvuldigheid jegens de betrokken burgers heeft gedaan. Het aangevallen artikel bevat daarom ten onrechte de suggestie dat de gemeente Almelo met name tegenover de familie Reefman zodanig is opgetreden, dat de heer Reefman als gevolg daarvan tijdens het gesprek met de ambtenaar van de gemeente een beroerte kreeg. Naar onweersproken door klaagster is gesteld, is die mededeling bovendien feitelijk onjuist omdat de beroerte zich pas een aantal uren ná het gesprek heeft voorgedaan en zich tijdens het gesprek met de ambtenaar van de gemeente ook geen voortekenen openbaarden. De onderdelen van de klacht over deze punten acht de Raad derhalve gegrond. Dat geldt ook voor het bezwaar van de gemeente dat de krant geen wederhoor heeft toegepast. De journalist had de gemeente in de gelegenheid behoren te stellen zich uit te laten over het verwijt van onzorgvuldig handelen.

Gezien dit alles had het op de weg van betrokkenen gelegen op eigen titel een corrigerend bericht te plaatsen. Het opnemen van de door de gemeente aangeboden ingezonden brief was in de gegeven omstandigheden een ontoereikende reactie op de onzorgvuldigheid van de krant.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad Tubantia te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, mr E.C.M. Jurgens, mw A.G. Scherphuis en mr A.J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 23.