1995/21 gegrond

het Centrum Informatie en Documentatie over Israël tegen de Hoofdredacteur van de Triangel

In een brief van 1 mei 1995 met 13 bijlagen heeft drs. R.M. Naftaniel als directeur van de Stichting Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI) namens het CIDI (klaagster) en mede namens W.J. Kozijn, burgemeester van 's-Graveland, een klacht ingediend tegen B.E. Onkenhout (betrokkene), hoofdredacteur van de Triangel. Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 30 mei 1995 met 2 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 september 1995. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In de aflevering van 3 april 1995 van het te Hilversum en omgeving verschijnende huis-aan-huis blad de Triangel is onder de kop "Japie Meijer" een bijdrage geplaatst van Th.G. Baalman, vaste medewerker van de Triangel. Deze bijdrage begint met de volgende passage.

"Mijn vader placht te zeggen: Er zijn twee soorten Joden 'hele goeie en hele slechte, valse en echte.' De goeden en de echten zijn door de eeuwen heen vervolgd. Het oude verbonds volk van God werd zwaar geslagen. Miljoenen zijn vermoord door het zwaard, ophanging, kruisiging, verbranding, uithongering, dood geslagen, geradbraakt, gevierendeeld, met de kogel geveld en op geperfectioneerde wijze fabrieksmatig met gas als ongedierte verdelgd. Weinigen keerden uit de kampen terug, slechts een paar duizend zijn er over van wat eens een groot en edel volk was. Maar de valsen en de slechten overleefden door de eeuwen heen. Zij hebben een neus voor gevaar en wisten zich tijdig in te dekken door vlucht of collaboratie met de vijand. Zij dringen zich vooraan op alle plaatsen waar eer en gewin te behalen is en waar de overheidskassa rinkelt. Zij stalen de naam en nagedachtenis van de goede Joden, om die te misbruiken voor eigen gewin.
Maar Japie Meijer behoorde tot de 'hele goeie'!"

In het vervolg van de bijdrage beschrijft betrokkene een jeugdherinnering aan genoemde Japie Meijer, een handelaar in vodden en tweedehands gebruiksartikelen. Deze bezorgde de moeder van betrokkene op haar verzoek een tweedehands naaimachine, die zij dringend nodig had om een van haar kinderen van een feestjurk te kunnen voorzien. Geld om zo'n jurk te kopen had zij niet. Toen bij de aflevering van de naaimachine bleek dat zij ook die niet kon betalen zag de handelaar van betaling af. Het stukje eindigt met de volgende passage.

"Dat was Japie 't Kleine pes-Joodje. Het nazi geboefte vond hem, ondanks z'n futiele gestalte, een niet te versmaden prooi. Dag ... Japie!"

In de Triangel van 19 april 1995 is een open brief geplaatst van W.J. Kozijn, burgemeester van 's Graveland. Deze geeft daarin als zijn mening te kennen dat betrokkene zich in zijn bijdrage van 3 april schuldig maakt aan anti-semitisme. Hij nodigt betrokkene uit zijn excuses te maken.

Deze open brief wordt gevolgd door een antwoord van betrokken onder het kopje "Japie Meijer (3)". Daarin zegt hij dat de heer Baalman als reactie op de open brief "zijn uitleg mag geven". Deze uitleg bevat onder het kopje "Japie Meijer (2)" de volgende passages.

"Met alle respect voor uw mening Edelachtbare denk ik toch dat u mijn stukje verkeerd geïnterpreteerd hebt. Ik koester geen anti-semitische gevoelens. Integendeel, ik heb goede Joodse mensen lief. Maar ik doe niet mee aan de gangbare tendens om ALLE Joden heilig te verklaren en waar geen kwaad woord van gezegd mag worden op gevaar van anti-semitisme beschuldigd te worden."

"Mijn stukje ging over een bijzonder goed type in persoon van Japie Meijer. Wat ik bedoel met de "slechten" wil ik trachten nader te omschrijven. Zij zijn mijns inziens dat soort valse Joden die niets met de WARE Joden uitstaande hebben. Hierbij steun ik op de geschiedenis, de studie van vele geleerden en op de autoriteit van de Bijbel. Indien u net als ik een diepgaande studie over dit onderwerp zou hebben gemaakt, zou u weten dat er door de eeuwen heen onechte Joden zijn die niets met de ware Joden, qua afstamming en ras met elkaar te maken hebben. Ja die de vijanden zijn van het ware volk Israël en de edele stam van Juda. Een oeroud gespleten volk, voortgekomen uit de schoot van Rebecca (Genesis 25:23). Nakomelingen van Ezau en Amelek zijn kleinzoon. Herodes de kindermoordenaar. Haman de Jodenhater, Kajafas, Judas Iscariot en de schriftgeleerden en farizeën, de pseudo-joden die Christus hebben vermoord, gesmaad en niet erkend, behoorden tot hen."

"De nakomelingen van bovengenoemde onechte Joden vindt men overal en die, ik herhaal niets met ware Joden te doen hebben, vindt men overal waar winst en eer te behalen is en waar de overheidskassa rinkelt. Wie ogen heeft die ziet, wie oren heeft die hoort en wie de schoen past die trekt hem aan. Waarom wordt er al 50 jaar van de jaarlijkse dodenherdenking een jaarlijkse 'Joden-herdenking' gemaakt? Zijn er naast die 6 miljoen stumpers ook niet nog 44 miljoen niet-Joodse mensen omgekomen? Wie houdt die cultus in stand? Is het niet hen die daar een miljoenenbusiness van gemaakt hebben? Wederom, wie de schoen past trekke hem aan. De term 'valse en echte' Joden is niet van mij. U gelieve de boeken te bestuderen van o.a. Arthur Koestler over het Slangenvolk, het volk onder het teken van het doodshoofd. 'Thirteenth Tribe' van Rabbi Alfred Lilienthal 'What price Israël' en ook de werken van Rabbi Max Merrit uit New York."

"Het is absoluut niet mijn bedoeling geweest een 'Slag in het gezicht te geven aan allen die de Holocaust hebben overleefd'. Het moge volstrekt duidelijk zijn dat ik die beklagenswaardige mensen niet bedoel. Ik bied hen mijn oprechte excuses aan zo ik die indruk heb gewekt. Zij, die overlevenden, die ik gaarne tot de GOEDE JODEN wil rekenen, hebben ook geen reden om boos te zijn over mijn woorden. Integendeel. Van de goede Joden schrijf ik niets dan goeds. Maar zij, die zich wèl aangesproken voelen getuigen hierdoor van zichzelf dat zij tot de NAKOMELINGEN van het verkeerde soort behoren. In dat geval heb ik de waarheid gesproken."

Op de voorpagina van de Triangel van 19 april 1995 is onder de kop "Japie Meijer" met als ondertekening "De redaktie" de volgende mededeling afgedrukt.

"De redaktie van de Triangel heeft, evenals de schrijver, van het verhaal 'Japie Meijer' nooit de bedoeling gehad om mensen te beledigen of pijn te doen. De gewraakte passage's zijn door de redaktie gezien als één geheel in het verhaal. Mochten er mensen zijn die zich beledigd voelen, dan bieden wij die bij deze onze oprechte excuses aan."

De standpunten van partijen

Klaagster maakt bezwaar tegen de bijdrage van 5 april 1995 van Th.G. Baalman en diens reactie van 19 april die "opnieuw doordrenkt is van anti-semitische vooroordelen". Beide publicaties vallen onder de verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur van de Triangel. De excuses van de redactie in de Triangel van 19 april acht CIDI "uiterst zwak en plichtmatig". Over die excuses is het standpunt van CIDI voorts: "Wij zouden daar wellicht vrede mee hebben gehad, ware het niet dat de toch al halfzachte excuses in hetzelfde nummer worden ontkracht door een nieuw artikel van Baalman, dat inhoudelijk nog kwalijker is dan het eerste. Met andere woorden, de redactie van de Triangel neemt niet alleen zijn lezers niet serieus, maar maakt van zijn eigen excuses een farce."

Betrokkene heeft geantwoord dat naar zijn mening de zaak op de spits gedreven is door de wijze waarop burgemeester Kozijn van 's-Graveland over het stuk van Baalman de publiciteit heeft gezocht. Aan het verzoek van de burgemeester een open brief te plaatsen is voldaan. De open brief van de burgemeester bracht echter mee dat de heer Baalman de gelegenheid diende te krijgen op die brief te reageren. Die reactie is geplaatst onder de uitdrukkelijke mededeling van de uitgever dat deze onder de verantwoordelijkheid van de heer Baalman valt. Met betrekking tot diens oorspronkelijke publikatie werden in de Triangel excuses gemaakt door de redactie.

Beoordeling van de klacht

Met klaagster is de Raad van oordeel dat de bijdrage van Th.G. Baalman in de Triangel van 4 april 1995 en diens reactie op de open brief van burgemeester Kozijn in de Triangel van 19 april 1995 een anti-semitisch karakter dragen. De stichting CIDI is naar het oordeel van de Raad te beschouwen als rechtstreeks belanghebbende, omdat de CIDI, waarin de belangrijkste joodse organisaties in Nederland zijn vertegenwoordigd, zich sinds jaar en dag sterk maakt voor het bestrijden van anti-semitisme.

Betrokkene is als hoofdredacteur verantwoordelijk voor de plaatsing van de bijdrage van de heer Th.G. Baalman in de Triangel van 3 april 1995. Hetzelfde geldt naar de mening van de Raad voor het antwoord van Baalman op de open brief van de burgemeester in de Triangel van 19 april 1995, ondanks de voorafgaande mededeling van de uitgever dat alleen Baalman zelf voor de inhoud van zijn antwoord verantwoordelijk is. Gezien de anti-semitische inhoud van de eerste bijdrage acht de Raad de enkele excuses van de hoofdredacteur in de Triangel van 19 april onvoldoende, temeer nu in dezelfde aflevering opnieuw een stuk van Baalman met een anti-semitisch karakter werd geplaatst.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 september 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr B.A. Schmitz, drs K.J. van der Zande, mw A. Koerts en W.H.K. Ammerlaan,leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 21.