1995/19 onbevoegd

I. Dekker tegen Kees van der Maas

In een brief van 12 mei 1995 met vier bijlagen en nadere brieven van 18 mei en 1 juni 1995 heeft I. Dekker te 's Heer Hendrikskinderen (klager) een klacht ingediend tegen Kees van der Maas (betrokkene), ombudsman voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC). Op de klacht is gereageerd door de hoofdredacteur van de PZC in brieven van 14 en 21 juni 1995 en door betrokkene zelf in een brief van 21 juni 1995 met drie bijlagen.

De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 4 september 1995.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In de PZC van 14 april 1995 is onder de kop "Roetmeting APK nekslag diesels" een artikel gepubliceerd over de mogelijke gevolgen van de invoering van verplichte roetmeting voor dieselmotoren. Naar aanleiding van dit artikel heeft klager een ingezonden brief aan de redactie van de PZC aangeboden. In een brief van 19 april 1995 heeft de redactie klager bericht die brief niet te zullen plaatsen.

Klager heeft zich met betrekking tot deze weigering gewend tot de door de krant ten behoeve van lezers aangestelde ombudsman, Kees van der Maas. Deze heeft in een gesprek met klager het beleid van de redactie toegelicht. In de PZC van 10 mei 1995 heeft Van der Maas in zijn vaste rubriek het geval van klager besproken. Die bespreking bevat de volgende passage.

"Hij had het er maar moeilijk mee onlangs, die Bevelandse abonnee. Zijn ingezonden stuk voor de rubriek Lezers Schrijven werd niet geplaatst. Terwijl hij juist vond dat hij met gefundeerde bezwaren kwam tegen een artikel in de krant -dat hij warrig noemde- over het plan voor een verplichte roetmeting bij dieselauto's. En in het bijzonder tegen de kop boven het verhaal, die hij als misleidend bestempelde. Toch kreeg deze lezer zijn bijdrage geweigerd retour omdat de tekst ervan rammelde, hij teveel onderwerpen tegelijk wilde behandelen en hij de discussie er niet verder mee bracht."

In de PZC van 17 mei 1995 is vervolgens onder het kopje "Roetmeting diesels" door Van der Maas bericht dat de eerder door hem genoemde "Bevelandse lezer" zich tegen de weigering bleef verzetten. In dat bericht wordt een deel van de visie van klager op het oorspronkelijke stuk meegedeeld.

De standpunten van partijen

De bezwaren van klager richten zich tegen de wijze waarop de PZC Ombudsman zijn verschil van mening met de redactie over de weigering van zijn ingezonden brief heeft besproken. Hij acht die bespreking onaanvaardbaar en grievend en beschouwt deze als een "nabrander". Ook in het verslag van de PZC Ombudsman van 17 mei 1995 voelt hij zich "op de korrel genomen" zonder dat hij zich kan verweren.
De bezwaren van klager richten zich niet tegen het feit dat de redactie geweigerd heeft zijn ingezonden brief te plaatsen. Bij die beslissing heeft hij zich neergelegd.

De hoofdredacteur van de PZC en de PZC Ombudsman zelf hebben er op gewezen dat laatstgenoemde niet werkt onder verantwoordelijkheid van de redactie en dat hij binnen de PZC geen journalistieke status heeft. Volgens beiden is de Raad voor de Journalistiek niet bevoegd om over de bezwaren van klager te oordelen.

Beoordeling van de klacht

Alvorens over de inhoud van de klacht te kunnen beslissen dient in deze zaak onderzocht te worden of de gedragingen waartegen de klacht zich richt te beschouwen zijn als journalistieke gedragingen. Daartoe overweegt de Raad dat de PZC Ombudsman een door de PZC ingesteld orgaan is voor het behandelen van geschillen tussen de lezers en de redactie van de PZC. De in verband met deze werkzaamheden door de PZC Ombudsman in de PZC opgenomen rubriek valt niet onder de verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur. De PZC Ombudsman werkt krachtens een eigen statuut. Hetgeen door de PZC Ombudsman in zijn rubriek wordt geschreven is daarom niet te beschouwen als een journalistieke gedraging in de zin van de statuten van de Raad voor de Journalistiek. De Raad is derhalve niet bevoegd over de klacht te beslissen.

Beslissing

De Raad verklaart zich onbevoegd om over de klacht te oordelen omdat deze zich niet richt tegen een journalistieke gedraging.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 september 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr B.A. Schmitz, drs K.J. van der Zande, mw A.Koerts en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 19.