1995/18 onbevoegd niet-ontvankelijk

Burgemeester 's-Graveland tegen Th. G. Baalman

In een brief van 28 april 1995 met 15 bijlagen heeft W.J. Kozijn, burgemeester van 's-Graveland (klager) mede namens de gemeenteraad van 's-Graveland een klacht ingediend tegen Th.G. Baalman te Kortenhoef (betrokkene). Deze heeft op de klacht geantwoord in een brief van 19 mei 1995 met 12 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 september 1995. Klager heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten. Betrokkene was in persoon aanwezig.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In de aflevering van 3 april 1995 van het te Hilversum en omgeving verschijnende huis-aan-huis blad de Triangel is onder de kop "Japie Meijer" een bijdrage geplaatst van Th.G. Baalman, vaste medewerker van de Triangel.

In de Triangel van 19 april 1995 is een open brief geplaatst van klager. Deze geeft daarin als zijn mening te kennen dat betrokkene zich in zijn bijdrage van 3 april schuldig maakt aan anti-semitisme. Hij nodigt betrokkene uit zijn excuses te maken.

Deze open brief wordt gevolgd door een antwoord van betrokken onder het kopje "Japie Meijer (2)".

De standpunten van partijen

Klager is van oordeel dat de oorspronkelijke bijdrage van betrokkene beschouwd moet worden als een ernstige vorm van discriminatie en dat diens antwoord opnieuw anti-semitische passages en andere kwetsende en grievende uitlatingen jegens joden bevat. Klager en de gemeenteraad van 's-Graveland menen een rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad omdat zij het als hun verantwoordelijkheid beschouwen de democratische rechtsstaat te bewaken en de rechtsorde te handhaven. De uitlatingen van betrokkene zijn naar de mening van klager schokkend voor de rechtsorde.

Betrokkene heeft geantwoord dat hij op historische gronden een onderscheid maakt tussen echte en onechte joden. Over de echte joden schrijft hij niets dan goeds. Hieruit volgt dat hij niet beticht kan worden van anti-semitisme.

Betrokkene is geen journalist. Voor zijn regelmatige bijdragen aan de Triangel ontvangt hij geen betaling.

Beoordeling van de klacht

De Raad zal in deze zaak allereerst moeten onderzoeken of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De taak van de Raad bestaat uit het geven van een oordeel over klachten van rechtstreeks belanghebbenden met betrekking tot journalistieke gedragingen.

Naar het oordeel van de Raad zijn de burgemeester en de gemeenteraad van 's-Graveland als zodanig niet te beschouwen als rechtstreeks belanghebbenden. Het enkele feit dat de uitlatingen van betrokkene naar hun oordeel een inbreuk vormen op de rechtsorde leidt nog niet tot een rechtstreeks belang van klager en de gemeenteraad bij een oordeel van de Raad, ook al is de burgemeester mede belast met het handhaven van de rechtsorde. Die inbreuk betreft immers de rechtsorde in het algemeen en niet specifiek die van de gemeente 's-Graveland.

De publikaties waartegen de klacht zich richt zijn bovendien, gelet op artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek, niet te beschouwen als journalistieke gedragingen. Betrokkene Baalman is immers geen journalist en hij wordt ook niet voor zijn regelmatige bijdragen aan de Triangel betaald.

Beslissing

De Raad verklaart klager niet ontvankelijk in zijn klacht en verklaart zich bovendien onbevoegd om over die klacht te oordelen.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 september 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr B.A. Schmitz, drs K.J. van der Zande, mw A. Koerts en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 18.