1995/16 gegrond

N.V. Watermaatschappij Zuid-Holland Oost (WZHO) tegen P. Storms

In een brief van 22 februari 1995 met één bijlage heeft ir A.B.I.M. Vos de Waal namens de WZHO (klaagster) een klacht ingediend tegen Pieter Storms (betrokkene). Op de klacht is door betrokkene gereageerd in een brief van 16 maart 1995 met twee bijlagen en in een brief van Fons van Westerloo, programmadirecteur RTL 5, van 22 maart 1995.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 mei 1995. Namens klaagster waren aanwezig mevrouw Y. Bos en mevrouw mr M.J.L. Bos, respectievelijk voorlichtster en juriste in dienst van de WZHO.
Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

Klaagster heeft in de loop van 1994 een boring doen verrichten tussen Moordrecht en Gouderak in verband met de aanleg van een drinkwatertransportleiding. Daarbij is een hoeveelheid mud, het smeermiddel dat bij dergelijke boringen wordt gebruikt, naar boven gekomen in de tuin van de familie Den Outer. Tussen familie Den Outer enerzijds en klaagster en de verantwoordelijk aannemer anderzijds ontstond een geschil over de hoogte van de te vergoeden schade. In de uitzending van het RTL 5-televisieprogramma Breekijzer van 31 januari 1995 is aandacht besteed aan de behandeling van dit geschil na tussenkomst van betrokkene als maker van dit programma volgens de gebruikelijke formule daarvan. Deze hield in dat betrokkene op 25 januari 1995 zich met een televisie-team in het kantoor van klaagster posteerde waarna hij met de draaiende camera achter zich om een gesprek met de directeur vroeg met als doel de onmiddellijke behandeling van het geschil met de eveneens aanwezige familie Den Outer te bewerkstelligen. Onder het oog van de camera werd een afspraak gemaakt voor de afhandeling van het geschil op 27 januari 1995. Een deel van het toen gevoerde gesprek is eveneens zonder overleg met klaagster door betrokkene opgenomen en uitgezonden.

De standpunten van partijen

De bezwaren van klaagster richten zich tegen de werkwijze van betrokkene, namelijk dat betrokkene zich bediend heeft van een overvaltechniek door met draaiende camera het WZHO-kantoor te betreden en door alle gesprekken, die onder druk daarvan tot stand kwamen, zonder vooraf of achteraf toestemming te vragen, op te nemen en uit te zenden. Klaagster is van mening dat het gebruik van deze techniek in de onderhavige zaak buiten alle proporties was omdat er intensief overleg was gevoerd met de familie Den Outer na het ontstaan van de schade. Er lagen twee taxatierapporten, één van de expert van de zijde van WZHO en één van de zijde van familie Den Outer. Ondanks verschillende brieven van de zijde van de aannemer van WZHO kwam er door het uitblijven van een adequate reaktie van de familie Den Outer geen gesprek tot stand aan de hand van deze rapporten.

Na de bemoeienis van betrokkene vond er op 27 januari alsnog een gesprek plaats. Dat zou echter ook gebeurd zijn wanneer familie Den Outer via haar expert eerder had gereageerd. Naar de mening van klaagster is de familie Den Outer dan ook ten onrechte gepresenteerd als een voorbeeld van "de zielige consument versus de grote, bureaucratische en onwillige organisatie". Omdat de formule van het programma van betrokkene is gebaseerd op dit uitgangspunt, moest ook deze zaak in dat model worden geperst. Betrokkene heeft de feiten aldus verkeerd gepresenteerd.

Het derde bezwaar van klaagster is dat betrokkene zich niet heeft beperkt tot verslaggeving, maar dat hij zich actief met het geschil zelf heeft bemoeid door zich te gedragen als adviseur van de familie Den Outer. Dat bleek tijdens de bespreking van 27 januari 1995 waarover was afgesproken dat er geen opnamen van zouden worden gemaakt. Toen het overleg stokte kwam betrokkene alsnog met draaiende camera binnen en maakte hij opnamen van het vervolg van het overleg. Dit leidde er uiteindelijk toe dat nog een derde expert op dezelfde dag op pad werd gestuurd, waarmee de familie Den Outer op advies van betrokkene aanvankelijk niet had willen instemmen. De familie Den Outer is aan het eind van die dag akkoord gegaan met het door deze derde expert vastgestelde bedrag van de schade.

Van de zijde van betrokkene is het volgende naar voren gebracht.
1. De makers van Breekijzer herkennen in de omschrijving van de gang van zaken door klaagster niet hun handelwijze. De redactie maakt een zeer zorgvuldige afweging en behandelt alleen dié zaken, waarvan goede reden is om aan te nemen dat "vrijwel alle mogelijkheden tot verhaal zijn uitgeput".

2. Dat er met draaiende camera wordt gewerkt is niet om chantage te plegen. Immers, als de door Breekijzer aangekaarte misstanden op onjuiste informatie berusten heeft de aangeklaagde instantie niets te vrezen.

3. De camera is voor de TV-maker, die de plicht op zich heeft genomen misstanden aan de kaak te stellen hetzelfde als de telefoon of de pen en schrijfblok van zijn schrijvende collega. "Net zo als bij de schrijvende journalist heeft niemand die iets te verbergen heeft iets te vrezen van de journalist met de draaiende camera in aanslag. Breekijzer is een journalistieke formule om de waarheid boven tafel te brengen in het belang van een eerlijke behandeling van de consument door bedrijven, instanties en overheden."

4. Het zou een ernstige belemmering vormen voor de TV-journalistiek als verslaggevers die, gezien het medium waarvoor zij werken, monddood gemaakt zouden kunnen worden door instanties die simpelweg commentaar in beeld weigeren of simpelweg denken weg te komen met een schriftelijke of mondelinge, maar niet geregistreerde verklaring.

Beoordeling van de klacht

De in deze klacht ter discussie gestelde werkwijze betreft het ongevraagd maken van televisieopnamen met de kennelijke bedoeling om deze zonder toestemming uit te zenden. Gezien het intimiderende karakter van deze werkwijze is de Raad van oordeel dat dit journalistieke wapen alleen mag worden gebruikt wanneer dat nodig is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en wanneer daarvoor geen ander middel open staat. In de onderhavige zaak ging het om een nog lopende schadevergoedingskwestie. Het belang van deze kwestie rechtvaardigde naar het oordeel van de Raad niet dat betrokkene klaagster onder druk heeft gezet door zonder voorafgaande aankondiging ongevraagd met draaiende camera het kantoor van klaagster te betreden en daar zonder toestemming opnamen te maken met het kennelijke doel deze uit te zenden, daargelaten dat betrokkene zich niet beperkt heeft tot journalistieke verslaggeving maar zich door inhoudelijke bemoeienis met de zaak vereenzelvigd heeft met een van de partijen in het geschil.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting bekend te maken in een van de uitzendingen van RTL 5.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, mr G. Dullens, K. Wiese en H. van Gessel leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 16.