1995/13 ongegrond

de Scientology kerk Amsterdam tegen Dhr. P. Kampschuur

Met een brief van 31 maart 1995 met acht bijlagen heeft de heer P.J.J.R. Peperstraete, hoofd externe zaken van de Scientology Kerk Amsterdam, namens het bestuur van de Scientology Kerk Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist P. Kampschuur (betrokkene). Hierop is door de heer Kampschuur gereageerd bij brief van 4 mei 1995.
De zaak is behandeld ter zitting van 23 juni 1995. Namens de Scientology Kerk Amsterdam verschenen de heer P.J.J.R. Peperstraete en mevrouw J. Rijnvis. De heer Kampschuur was in persoon aanwezig en werd vergezeld door de heer P. Breekveldt, redacteur van het tijdschrift Onkruid.

De feiten

In het tijdschrift Onkruid van maart/april 1995 is een artikel gepubliceerd van betrokkene met de titel 'Scientology wat willen ze eigenlijk'. In dit artikel heeft betrokkene getracht na te gaan wat de bedoelingen zijn van Scientology. Hij heeft daarvoor gesprekken gevoerd met een aantal kerkleden en met mensen die de kerk de rug toegekeerd hebben. Tevens heeft hij gebruik gemaakt van boeken en documentatie die hem door klaagster ter beschikking zijn gesteld, alsmede van materiaal dat hem werd toegespeeld door een ex-kerklid. Laatstgenoemd materiaal is volgens de bron van betrokkene geschreven door L. Ron Hubbard oprichter van de Scientology Kerk, en wordt volgens dezelfde bron uitsluitend ter beschikking gesteld aan hen die een hoog bewustzijnsniveau in de leer bereikt hebben. In zijn artikel beschrijft betrokkene dat in dit materiaal op negatieve wijze wordt gesproken over Jezus Christus en het christelijk geloof. Hij geeft daarbij aan dat het volgens klaagster om gestolen en/of vervalst materiaal gaat.

De standpunten van partijen

Klaagster stelt dat betrokkene niet van plan geweest is een objectief verhaal te schrijven, hetgeen zou blijken uit de inhoud van het gepubliceerde artikel. Hij zou zijn uitgangspunten gebaseerd hebben op uitspraken van fervente tegenstanders van Scientology. Volgens klaagster is één van deze tegenstanders reeds diverse malen veroordeeld wegens laster. Daarnaast wordt betrokkene verweten, dat hij gebruik gemaakt heeft van materiaal dat volgens klaagster onmogelijk door oprichter L. Ron Hubbard geschreven kan zijn.
Ten bewijze van deze stelling verwijst klaagster naar de inhoud van een aantal als bijlagen bij de klacht gevoegde geschriften over Scientology. Betrokkene zou opzettelijk de suggestie gewekt hebben dat de uitspraken over het christelijk geloof en de persoon Jezus Christus door Ron L. Hubbard gedaan zijn. Klaagster noemt dit pure laster, incorrect en discriminerend.
Betrokkene bestrijdt dat hij zijn artikel schreef vanuit een vooringenomen standpunt. Over de teneur van het artikel bestond volgens hem geen enkele afspraak met zijn opdrachtgever. Over de herkomst van het door hem gebruikte materiaal zegt betrokkene, dat hij in zijn artikel daaromtrent het nodige voorbehoud heeft gemaakt. Nergens in het artikel wordt onvoorwaardelijk gesteld dat L. Ron Hubbard de auteur van het materiaal is. Desgevraagd hebben de kerkleden waarmee hij heeft gesproken geweigerd op de inhoud van het materiaal in te gaan. Betrokkene had redenen om aan de authenticiteit ervan geloof te hechten, gelet op de wijze waarop het zou zijn uitgelekt en vanwege overeenkomsten met andere Scientology-documenten. Hij vond het vanuit maatschappelijk belang noodzakelijk om gewag te maken van het gewraakte materiaal, met het nodige voorbehoud omtrent de authenticiteit.

Beoordeling van de klacht

De Raad is van oordeel dat niet gebleken is van enig vooroordeel bij betrokkene, dan wel van gebrek aan objectiviteit. Indien er al een negatief oordeel over klaagster in het stuk zou zijn vervat, dan is dit, gelet op de aard van het blad en de vrijheid van de journalist, niet in strijd met diens maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Ook dat betrokkene in zijn artikel gebruik gemaakt heeft van een door hem niet van klaagster verkregen document, waarvan de authenticiteit door klaagster wordt betwist, merkt de Raad niet als onaanvaardbaar gedrag aan. De herkomst van het document wordt in het artikel ("gestolen of vervalste?") duidelijk aan de orde gesteld. Hubbard wordt door betrokkene niet expliciet als schrijver van het stuk aangeduid. Daarmee is de mogelijke twijfel over de authenticiteit van het document in de tekst voldoende tot uitdrukking gekomen.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in Onkruid wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr G. Dullens, H. van Gessel, drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1995, 13.