1995/10 ongegrond

Dr. E. Vervaet tegen de Hoofdredactie van Spiegeloog

In een brief van 13 februari 1995 met vijf bijlagen heeft dr. E. Vervaet te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredactie van het tijdschrift Spiegeloog (betrokkenen).
Hierop is door de hoofdredactie van Spiegeloog, J. van Wijck en I. Visser, bij brief van 9 maart 1995 met één bijlage gereageerd. Klager heeft vervolgens gerepliceerd in een brief van 20 maart 1995.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 april 1995. Partijen zijn op die zitting niet verschenen.

De feiten

In juli 1994 verscheen in Spiegeloog, het blad van de Faculteit Psychologie van de Universiteit van Amsterdam, een ingezonden brief van drs. V.V. Busato, met de kop 'VSPA in de fout'. De heer Busato reageert daarin op de mening van het, namens de facultaire vereniging VSPA, gekozen studentlid voor de faculteitsraad over het openbaarmaken van de resultaten van een beoordelingssysteem waarmee het onderwijs bij psychologie wordt geëvalueerd. De brief begint met de aanhaling van een incident dat ruim twee jaar geleden plaatsvond:
"Ruim twee jaar geleden koos de VSPA de foute partij in de kwestie Vervaet. Voor degenen die dat vergeten zijn: Vervaet verhinderde de Duijker-lezing die Eysenck zou houden. De VSPA sloot zich kritiekloos aan bij Vervaet en de ASVA, die Eysenck onterecht van racisme beschuldigden."
De heer dr. E. Vervaet heeft daarop gereageerd met een open brief aan V.V. Busato, die hij met een begeleidend schrijven aan de redactie van Spiegeloog zond. De heer Vervaet geeft daarin aan zich door de in de publicatie gedane en volgens hem onjuiste uitlatingen van de heer Busato in zijn eer en goede naam geschaad te voelen. Destijds reageerde de heer Busato niet op een in april 1992 eveneens in Spiegeloog geplaatste open brief van de heer Vervaet over de kwestie Eysenck. De heer Vervaet merkt op dat de heer Busato terugkomt op een discussie van twee jaar geleden, die inhoudelijk niets te maken heeft met het onderwerp waar hij nu over schrijft.
De hoofdredacteur van Spiegeloog, J. van Wijck, heeft op 23 november 1994 schriftelijk aan de heer Vervaet laten weten, dat zijn open brief aan de heer Busato niet werd geplaatst in verband met ruimtegebrek. Het is de gewoonte van de redactie om in zo'n geval de voorkeur te geven aan ingezonden brieven van mensen aan hun eigen faculteit. Door de hoofdredactie is een tweede brief aan de heer Vervaet d.d. 2 december 1994 in het geding gebracht, die de heer Vervaet volgens zijn zeggen nooit heeft ontvangen. Daarin worden als redenen voor niet plaatsing van de brief opgegeven, dat de affaire Eysenck slechts als voorbeeld werd aangehaald door de heer Busato en dat men het niet nodig vond om de affaire nu weer boven tafel te halen.

De standpunten van partijen

De heer Vervaet is van mening dat de redactie van Spiegeloog de passage in de brief van de heer Busato waarin zijn naam werd genoemd niet had hoeven publiceren. Nu zij dat toch heeft gedaan, maar hem geen gelegenheid biedt daarop te reageren, voelt hij zich in zijn belangen geschaad.
De hoofdredactie meent dat het het recht van de redactie is om ingezonden brieven in te korten en/of te wijzigen. In een dergelijke interne aangelegenheid van de redactie heeft de heer Vervaet zich niet te mengen.

Beoordeling van de klacht

De hoofdredactie van een krant of tijdschrift heeft een zekere vrijheid om plaatsing van ingezonden brieven te weigeren. Die vrijheid is in beginsel groter indien het gaat om een ingezonden brief waarin op een eerder geplaatste ingezonden brief wordt gereageerd dan wanneer een ingezonden brief wordt aangeboden waarin wordt gereageerd op de inhoud van stukken die afkomstig zijn van medewerkers van de krant of het tijdschrift zelf. De redactie behoeft niet steeds een discussie tussen lezers via ingezonden brieven toe te staan. Uiteraard zal het mede afhangen van de inhoud van de eerder geplaatste brief en in verband daarmee van de mate waarin de inzender van de reactie mag verlangen dat hem ruimte voor een weerwoord wordt gegeven, hoe groot de genoemde vrijheid is.
In dit geval gaat het om een weigering een brief van de heer Vervaet te plaatsen waarin werd gereageerd op een eerder geplaatste ingezonden brief van de heer Busato. Het had voor de hand gelegen indien de redactie van Spiegeloog de desbetreffende passage uit de brief van de heer Busato niet had gepubliceerd en het was juister geweest indien, nu dat wel is gebeurd, zij de reactie daarop van de heer Vervaet eveneens had geplaatst. Door dit na te laten heeft de redactie echter niet zo onzorgvuldig ten opzichte van de heer Vervaet gehandeld, dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar moet worden geacht.
Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Spiegeloog te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 mei 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr A.J. Heerma van Voss, W.F. de Pagter, A.G. Scherphuis en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1995, 10.