1994/9 ongegrond

X tegen Bart Olmer
 
Per brief van 25 augustus 1993 met drie bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen Bart Olmer (betrokkene) wegens een publicatie in Elsevier. In brieven van 6 september 1993 en 28 februari 1994 heeft de algemeen hoofdredacteur van Elsevier, H.J. School, op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 april 1994. Klager heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten. Betrokkene is in persoon verschenen.
 
De feiten
 
In de aflevering van Elsevier van 3 juli 1993 is onder de kop "Achter de Douane" met daaronder in kleinere letters "de kansloze gelukzoekers van het grenshospitium" een artikel verschenen over het in april 1992 geopende grenshospitium in Amsterdam-Z.O. Klager is als vreemdelingenbegeleider werkzaam bij het grenshospitium.
 
Het artikel bevat de volgende passages.
 
"Zondag 20 juni, 07.30 uur. Na een ruwe nacht nestelen de oudere transit-gasten zich met koffie voor de televisie in de centrale ruimte. De jonge Afrikaan Osolane, die een nacht in de isoleercel heeft doorgebracht loopt langs het kantoor op paviljoen B2, waar de vb'ers Wilma F. ("geen achternaam want ik ben de enige Nederlander in mijn flat") en X de dag afwachten. Vorige week kreeg Osolane het bericht dat zijn asielprocedure definitief is afgesloten. Sindsdien dreigt hij met zelfmoord. Angstvallig houden de vb'ers de "lijst van parket" buiten zijn gezichtsveld. Over precies 28 uur wordt hij door de marechaussee teruggevlogen naar Lagos, Nigeria. "Anders gaat hij zichzelf echt snijden" verklaart X en maakt een gebaar over de polsen.
De marechaussee op Schiphol wordt regelmatig geconfronteerd met vreemdelingen die zich ontkleden, met uitwerpselen besmeuren of daarmee gooien, bijten of schreeuwen. Soms lukt het hun zelfs de reispapieren te verscheuren. "Lachend vertellen ze dan bij terugkomst hier, dat ze zich hebben uitgekleed op Schiphol", vertelt X. "Dat bazuinen ze rond en vervolgens probeert iedereen dat".
 
"Ongeïdentificeerde" vreemdelingen, die niet per vliegtuig kunnen worden uitgezet, belanden regelmatig "ergens in Nederland", met de mededeling dit land binnen 48 uur te verlaten. X: "Toen ik nog in de gevangenis werkte, donderde de Vreemdelingendienst die kerels ergens langs de Vecht eruit".
 
"Het gebrek aan gevangeniservaring bij een derde van zijn collega's ergert X. "Je houdt je hart vast als die mensen tegenstribbelende bewoners in de boeien slaan. Een sollicitatie-eis was dat men minimaal drie talen spreekt", lacht hij schamper. "Nou, je kan beter een half jaar in een bajes gaan werken".
 
"Een vrouwelijke collega geeft soms haar adres aan bewoners die binnen een 48-uursregeling op straat worden gezet maar ze zwijgt erover als een andere collega het kantoor binnenloopt. "Ik raad het personeel niet aan, bekend te maken dat ze mee werken aan de illegaliteit," waarschuwt Politiek (adjunct-directeur grenshospitium-RvJ) ver weg op zijn kantoor."
 
Standpunten van partijen
 
De bezwaren van klager zijn de volgende.
1. Hij is met zijn volle naam genoemd, terwijl afgesproken zou zijn dat hij met zijn initialen zou worden aangeduid.
2. De passages, waarin hij aan het woord komt, bevatten onjuistheden.
3. Een van de vrouwelijke vreemdelingenbegeleiders van het grenshospitium zou als gevolg van dit artikel uit haar functie gezet zijn.
 
Betrokkene heeft geantwoord dat klager niet verzocht heeft om hem uitsluitend met initialen aan te duiden. Zijn vrouwelijke collega "Wilma F." verzocht wel haar achternaam niet te noemen. Dit gebeurde in het bijzijn van klager. Aan het verzoek van "Wilma" heeft betrokkene voldaan. Had klager eenzelfde verzoek gedaan, dan zou dat zeker eveneens zijn ingewilligd, aangezien voor het anoniem houden van klager goede redenen waren.
Zoals blijkt uit de correspondentie die tussen klager en de redactie van Elsevier is gevoerd voor het indienen van de klacht bij de Raad voor de Journalistiek, zijn aan klager geen onjuiste citaten in de mond gelegd. Wat betreft de schorsing van de vrouwelijke collega van klager is betrokkene van oordeel, dat dit niet aan hem kan worden verweten aangezien haar naam niet is genoemd en zij vrijwillig meewerkte aan de publicatie.
 
Beoordeling van de klacht
 
De Raad acht het aannemelijk dat met klager niet de afspraak is gemaakt dat hij uitsluitend met initialen zou worden aangeduid. Mede op grond van de aan de klacht voorafgaande correspondentie is de Raad van oordeel, dat betrokkene zich niet schuldig heeft gemaakt aan de verdraaiing van door klager genoemde feiten. De Raad heeft niet kunnen vaststellen of een van de vrouwelijke collega's van klager als direct gevolg van de publicatie is geschorst, zodat alleen al om die reden dit onderdeel van de klacht niet kan slagen.
 
Beslissing
 
De Raad acht de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in Elsevier.
 
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 8 april 1994 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr E.C.M. Jurgens, M.J. Kes, mr D.T. Dalmolen en mw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.
 
RvdJ 1994, 9.