1994/5 gegrond

Bouwvereniging St. Willibrordus tegen Sylvain Ephimenco (Trouw)

Bij brief met 3 bijlagen van 10 september 1993 heeft mr
Y.A.W.M. Molkenboer, advocaat te Oss, namens zijn cliënte Bouwvereniging St. Willibrordus (klaagster) te Oss een klacht ingediend tegen Sylvain Ephimenco, columnist, en het Dagblad Trouw (betrokkenen). Hierop is door de heer Ephimenco bij brief van 25 oktober 1993 gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van 14 maart 1994, alwaar namens klaagster zijn verschenen de heer Y.A.W.M. Molkenboer en de heer G. Huitink, directeur van de Bouwvereniging St. Willibrordus. Betrokkenen zijn niet verschenen.

De feiten

Ephimenco is werkzaam als journalist voor het dagblad Trouw. Daarin werden op 18 juni 1993 in een column van zijn hand enige zinsneden gewijd aan een dramatische gebeurtenis die kort daarvoor had plaats gevonden in Oss: een turkse huurder, wiens woning door brand was verwoest, stak zichzelf uit onvrede met de wijze waarop hij door de Bouwvereniging St. Willibrordus werd behandeld, in brand. Ephimenco vergelijkt deze gebeurtenis met de moordaanslag op een turkse inwoner van het Duitse Solingen en schrijft erover:

"Woede overviel mij niet alleen na 'Solingen', maar bijvoorbeeld ook toen ik las dat Nederlandse skinheads werkzaam zijn bij een woningbouwvereniging in Oss en dat zij veel subtieler te werk gaan dan hun Duitse collega's. Ze weigerden onlangs een slachtoffer van een racistische aanslag een nieuw onderkomen, waarna de betrokkene zelfmoord pleegde met behulp van wat benzine en een aansteker. De skinheads in Brabant gebruiken geen molotov-cocktail, maar drijven hun Turken dusdanig tot wanhoop dat ze geen andere uitweg meer zien dan zichzelf in brand te steken."

Klaagster heeft zich per brief van 13 juli 1993 over deze publikatie beklaagd bij de redactie van Trouw, waarbij zij de redactie sommeerde de grove beledigingen ongedaan te maken en binnen vier dagen voor een deugdelijke rectificatie zorg te dragen. In zijn antwoord van 16 juli 1993 weigerde de heer J. Greven, hoofdredacteur van Trouw, de gevraagde rectificatie. Hoewel hij vond dat Ephimenco zich 'wat fors' had uitgedrukt en op eenzijdige wijze het slachtoffer in zijn argumentatie volgde, was hij van mening dat een columnist dat mag doen. Rectificatie zou bovendien geen zin hebben, omdat het daarbij noodzakelijk was de lezer opnieuw over de zaak te informeren waarbij klaagster met naam en toenaam genoemd zou moeten worden.

De standpunten van partijen

Volgens klaagster gaat Ephimenco er vanuit, dat het noodlottige ongeval in Oss voorafgegaan is door een racistische aanslag, een stelling welke zij aanvechtbaar, zo niet onjuist acht.
De grieven van klaagster zijn echter bovenal gericht tegen het aanduiden van haar medewerkers als 'Nederlandse skinheads, die veel subtieler dan hun Duitse collega's te werk gaande hun Turken dusdanig tot wanhoop drijven, dat zij geen andere uitweg meer zien dan zichzelf in brand te steken'. Zij beschouwt deze aanduiding als stuitend en volstrekt ongegrond en bovendien een ernstige aantasting van haar eer en goede naam en die van haar medewerkers, die door de zo tragische gebeurtenissen zeer geschokt waren. Het verwerkingsproces bij deze medewerkers zou hierdoor negatief beïnvloed zijn.

In zijn reactie aan de Raad verwerpt Ephimenco de klachten. Als columnist zou hij de vrijheid hebben feiten te interpreteren. Hij meent dat er voldoende aanwijzingen zijn om van een racistische aanslag te kunnen spreken. Het gebruik van de term 'skinheads' kan overdreven lijken, maar de zin in zijn geheel zou juist zijn en op feiten gebaseerd. Hij verwijt klaagster 'inhumane botheid' bij haar weigering om aan het verzoek van de Turkse huurder tegemoet te komen. Bovendien zou zij ook in een later stadium geen afstand genomen hebben van de in zijn ogen foutieve en fatale manier van handelen. Tenslotte merkt hij op, dat hij in zijn column van 20 augustus 1993 de term 'skinheads' heeft teruggenomen.

Ter zitting heeft mr Molkenboer het beleid van klaagster bij de toewijzing van woningen nader toegelicht. Zij zou 20 tot 30 maal per jaar te maken hebben met branden in haar woningen, waarbij er aan de bewoners tijdelijk andere huisvesting geboden wordt. Na herstel keren de bewoners terug in de eigen woning. De Turkse huurder wilde echter niet meer terugkeren in de oude woning en verzocht om toewijzing van een andere woning. Met de man zijn diverse gesprekken gevoerd, waarbij door de medewerkers van de Bouwvereniging, noch door familie, kennissen en maatschappelijk werk signalen zijn opgevangen waaruit diens wanhoop bleek. Er was derhalve geen reden om van het vaste beleid af te wijken. Dit is mogelijk een verkeerde inschatting geweest, echter van racisme is geen sprake.
Hoewel Ephimenco zegt de term 'skinheads' in een latere column te hebben teruggenomen, heeft hij die vervangen door een woord
met eveneens een negatieve lading. Uit een kopie van de column, die ter zitting werd overgelegd, blijkt het volgende:
Het artikel begint met de zin:

"Na Venlo en Oss is er alweer een racistische moord in nederland gepleegd...", waarna in de column wordt ingegaan op de verdrinkingsdood van een 9-jarig Marokkaans meisje in de recreatieplas Zuiderrandpark. Omstanders zouden haar doelbewust en voor hun ogen hebben laten verdrinken. Aan het eind van het artikel schrijft Ephimenco:

"Enkele maanden geleden zagen medewerkers van een woningbouwvereniging uit Oss hoe een Turk, de heer Akdemir, zich bij hun kantoor van het leven beroofde. Hij was slachtoffer geweest van een racistische aanslag, een andere woning werd hem geweigerd. Hij pleegde daarop zelfmoord. Ten onrechte noemde ik de medewerkers van de woningbouwvereniging 'skinheads', het waren in feite gewone, doodgewone 'omstanders'."

Dat het noodlottig voorval vooraf gegaan werd door een racistische aanslag op de woning van de Turkse huurder, staat volgens klaagster nog steeds niet vast.

Beoordeling van de klacht

De klacht is primair gericht op de volgens klaagster ongegronde en stuitende aantijging jegens haar medewerkers.
De Raad onderschrijft de mening van zowel Ephimenco als hoofdredacteur Greven, dat aan een columnist in beginsel de vrijheid toekomt om een persoonlijk oordeel over nieuwsfeiten te geven. Overdrijving en eenzijdige belichting behoren tot het gebruikelijke instrumentarium van de columnist en zijn als zodanig niet ontoelaatbaar.
In dit geval is de Raad evenwel van mening, dat betrokkenen de grenzen van hetgeen gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid nog maatschappelijk aanvaardbaar moet worden geacht overschreden hebben. De passage, 'dat Nederlandse skinheads... etc.' kan niet anders worden gelezen, dan dat racistische motieven ten grondslag hebben gelegen aan de weigering van de gevraagde woonruimte, terwijl men zich bewust had kunnen zijn van de mogelijke gevolgen van deze weigering voor de betrokken huurder. Het verweer van Ephimenco, dat met de tweede column de aantijgingen worden teruggenomen wordt verworpen. Door de omschrijving van de gebeurtenissen in de latere column als een racistische moord wordt klaagsters interpretatie van de ernst van deze aantijgingen bevestigd.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.
De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in het dagblad Trouw te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van 14 maart 1994 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, M.J. Kes, W.H.K. Ammerlaan en T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1994, 5.