1994/4 gegrond

Stichting Anti Discriminatie Overleg tegen Charles Sanders en John van den Heuvel

Bij brief van 25 oktober 1993 met drie bijlagen heeft drs J.P. Lahaise namens de Stichting Anti Discriminatie Overleg te Utrecht (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalisten Charles Sanders en John van den Heuvel (betrokkenen). Namens dezen heeft mr J. Olde Kalter, hoofdredacteur van De Telegraaf, bij brief van 6 januari 1994 laten weten geen behoefte te hebben aan een reactie op de klacht.
De Raad heeft met toestemming van klaagster over de klacht beslist op grond van de stukken, en derhalve zonder mondelinge behandeling, op 14 maart 1994. Van de zijde van de Telegraaf is tegen deze werkwijze geen bezwaar gemaakt.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In de Telegraaf van 13 oktober 1993 is onder de kop "Zigeuners bedreigen NS-top" een bericht verschenen over een conflict tussen de Nederlandse Spoorwegen en een slijpbedrijf over de hoogte van een rekening voor slijpwerk. Dit artikel bevat de volgende passage.

"Opnieuw is een groot Nederlands bedrijf slachtoffer geworden van oplichtings- en intimidatiepraktijken. De afdelingen Geometrie en Infrabeheer van Nederlandse Spoorwegen kregen van een zigeunerbedrijfje na eenvoudige slijpwerkzaamheden aan gereedschappen een rekening gepresenteerd van ruim f 30.000,--."

Toen NS weigerde het exorbitant hoge bedrag te voldoen, werd een terreurcampagne gestart tegen topmedewerkers, onder wie president-directeur drs R. den Besten. De NS'ers werden onder meer telefonisch met de dood bedreigd als niet werd ingegaan op de betalingseisen. De intimidaties van de zigeuners gingen zo ver, dat de NS gedwongen werd uitgebreide veiligheidsmaatregelen te nemen. Zo werden het hoofdkantoor te Utrecht en de woning van Den Besten in de kop van Noord-Holland door de afdeling bedrijfsbeveiliging van de NS in de gaten gehouden.

"Volgens de NS is bij de affaire ook zigeunerkoning Koos `Koko` Petalo betrokken. Toen de NS weigerde in te gaan op de financiële eis van de zigeuners, schermden deze met de naam van hun voorman Koko Petalo. Evenals in het verleden zou deze bereid zijn een bemiddelingsrol op zich te nemen waarbij de NS een schikking zou worden aangeboden. De spoorwegen weigerden echter iedere vorm van overleg met de zigeuners.
NS-woordvoerster Kim Kromhout-van der Meer over de affaire: 'We hebben inmiddels maatregelen genomen om te voorkomen dat dit nog eens gebeurt. We nemen deze bedreigingen van de zigeuners, die zeiden dat ze tot de Petalo-groep behoorden, bijzonder serieus."

In de Telegraaf van 23 oktober 1993 is onder de kop "Zigeunerbedrijf wil nu Kodak poot uitdraaien" een bericht verschenen over het conflict tussen Kodak Nederland B.V. en slijperij Taicon over een slijpnota van f 19.000,--. Dit artikel bevat de volgende zinsneden:

"- Opnieuw zijn medewerkers van een zigeunerbedrijf erin geslaagd ...
- De directie van Kodak Nederland BV in Odijk wordt sinds afgelopen donderdag bestookt met telefoontjes van zigeuners ...
- Toen directeur H.P.M. Kok van Kodak de zigeuners daarop ...
- Het is voor de tweede keer in nog geen maand tijd dat de directie van een grote Nederlandse onderneming is bedreigd door zigeuners.
- ... met de dood bedreigd door zigeuners van de groep Koko Petalo ...
- De zigeuners maakten zich bekend als medewerkers van slijperij Taicon.
- Maar later kwamen de zigeuners ...
- telefoongesprekken tussen directie en zigeuners ..."

De standpunten van partijen

Klaagster is een door het Ministerie van WVC gesubsidieerde landelijk werkende instelling, die door middel van berichten en voorlichting aan o.a. de media werk aan de bestrijding van vooroordelen tegen etnische minderheden. In deze hoedanigheid heeft klaagster tegen het tweede hierboven geciteerde fragment uit het artikel van 13 oktober 1993 het volgende bezwaar geformuleerd.

"De eerste geciteerde zin in het bovenstaande fragment is om diverse redenen tendentieus. Het begrip 'betrokken' suggereert dat de heer Petalo deelgenoot is in de afpersingsaffaire, terwijl de 'hoofdverdachten' slechts de naam Petalo zouden hebben laten vallen 'als mogelijk bemiddelaar'. Ook noemt het artikel de heer Petalo als 'voorman' van de verdachten, hetgeen wederom een niet aangetoonde betrokkenheid suggereert die verder gaat dan een mogelijke bemiddelingsrol.
Bovendien wordt door de dubbelzinnige formulering '... de zigeuners (...) hun voorman Koko Petalo' (eerder 'zigeunerkoning' genoemd) gesuggereerd dat de heer Petalo in deze zaak betrokken is in zijn hoedanigheid van belangenbehartiger van zigeuners."

Ook met betrekking tot het artikel van 23 oktober 1993 heeft klaagster bezwaar tegen het feit dat gesproken wordt over "zigeuners van de groep Petalo".
Klaagster wijst er op dat het artikel van 13 oktober in de laatste alinea vermeldt dat de heer Petalo zelf iedere betrokkenheid ontkent terwijl in geen van beide artikelen wordt aangetoond dat Petalo op een andere wijze dan als bemiddelaar in deze en soortgelijke affaires betrokken is geweest. De stelling van klaagster is dat de negatieve belichting van Petalo, die sinds jaar en dag gezien wordt als representant van de zigeunergemeenschap kwalijke gevolgen kan hebben voor de positie van de zigeuners in Nederland.

Het tweede bezwaar van klaagster is dat in de beide artikelen steevast over "de zigeuners" wordt gesproken zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat de relevantie is van het noemen van de etniciteit van de personen waar het om gaat. De naam van het bedrijf "Taicon" wordt slechts eenmaal gebruik en voor het overige wordt steeds gesproken over "zigeunerbedrijf". Volgens klaagster is het noemen van de etniciteit niet relevant, onnodig en tendentieus.

Beoordeling van de klacht

Het gaat bij deze klacht in de eerste plaats om de vraag of de aanduiding "zigeuners" en daarvan afgeleide vormen afwezig had moeten blijven. De Raad is van oordeel dat dit niet het geval is omdat de aanduiding "zigeuners" door bij de feiten betrokken personen werd gebruikt. Wel meent de Raad dat betrokkenen door het stelselmatig overnemen en het op eigen verantwoordelijkheid veelvuldig en zonder noodzaak gebruiken van deze aanduiding -met name ook en vooral in de koppen boven beide artikelen- onnodig het accent hebben gelegd op de etnische herkomst van de personen waar het om gaat. Gezien de kwetsbare positie van de zigeuners als minderheidsgroep hadden betrokkenen bedacht moeten zijn op de negatieve effecten hiervan te weten het oproepen van vooroordelen of het aanwakkeren van reeds bestaande vooroordelen. In zoverre acht de Raad de klacht gegrond.

Het feit dat Koko Petalo in de berichtgeving werd betrokken ziet de Raad eveneens als gevolg van het feit dat diens naam door bij de feiten betrokken personen werd genoemd. Het feit dat een negatieve belichting van Petalo mogelijk afstraalt op de leden van de groep als wiens vertegenwoordiger hij algemeen gezien wordt, brengt nog niet mee dat betrokkenen zich daarvan hadden moeten onthouden. Dit zou een te vergaande beperking inzake het schrijven van hun voorman meebrengen. Voorzover Petalo persoonlijk ten onrechte in een negatief daglicht is gesteld kan dat alleen onderwerp zijn van een klacht van Petalo zelf. Om die reden acht de Raad dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat betrokkenen de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door de aanduiding "zigeuners" en daarvan afgeleide vormen stelselmatig en zonder noodzaak te gebruiken in twee artikelen over mogelijke oplichtingspraktijken.

De Raad verzoekt betrokkenen te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in de Telegraaf.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 14 maart 1994 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, mr B.A. Schmitz, W.H.K. Ammerlaan en mevrouw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1994, 4.