1994/28 deels-gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van

 

Stichting Global Adventures

tegen

G.A. Zoet (AVRO)

 

In een brief van 25 mei 1994 met vijf bijlagen heeft het bestuur van de Stichting Global Adventures te Tienhoven (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist Hans Zoet (betrokkene). Betrokkene heeft op de klacht gereageerd in een gezamenlijke brief van hemzelf en de Algemene Omroepvereniging AVRO van 20 juli 1994.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 1994. Klaagster werd vertegenwoordigd door H. Brink. Betrokkene was in persoon aanwezig tezamen met mr. W.J. Rombach, jurist in dienst van de AVRO.

 

DE FEITEN

Klaagster houdt zich bezig met het organiseren van een non-stop ballonvaart rond de wereld, het project Holland-Flyer. Als gezagvoerder zal optreden H. Brink, de initiatiefnemer tot deze ballonreis.

Op 26 februari 1994 heeft klaagster een persconferentie gehouden in het RAI Congrescentrum te Amsterdam.

Daarin is meegedeeld dat de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) de hoofdsponsor-status van het Holland-Flyer project had verworven.

In de uitzending van het AVRO-radioprogramma “Sugar in the morning” van 1 maart 1994 heeft presentator Hans Zoet aandacht besteed aan het project en het kort tevoren bekendgemaakte sponsorschap. Betrokkene Zoet heeft in het programma telefonisch vraaggesprekken gevoerd met de directeur van Stivoro, het Koningin Wilhelminafonds en de Hartstichting. Het programma werd door betrokkene Zoet ingeleid met de volgende tekst.

“Al jaren zijn op verschillende plaatsen op de wereld, avonturiers plannen aan het maken voor een ballonvaart rond de wereld. U hebt dat vast wel gezien, Amerikaanse pogingen zijn al een paar keer mislukt, u hebt de ballons zien neerstorten. Een Nederlands team kondigt al jaren aan ’t ook te willen gaan doen, maar heeft de plannen al even vaak weer moeten uitstellen. Belangrijkste hindernissen eigenlijk: het vinden van financiën, er zou zo’n 6 miljoen nodig zijn. Grote Nederlandse bedrijven overwogen mee te gaan doen in het financieren van het plan. Chemie concerns, Philips, zelfs een spaarbank, maar allen haakten ze weer af, waarbij in diverse gevallen kapitalen werden verspeeld. Jongstleden zaterdag, u heeft dat waarschijnlijk ook op televisie gezien, en menigeen kon zijn ogen niet geloven, liet de Stichting Volksgezondheid en Roken weten voor anderhalf miljoen in het project mee te gaan doen. Verbazingwekkend voor wie weet dat deze Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) gelden van o.a. de Hartstichting, het Astmafonds en de Kankerbestrijding (KWF) ontvangt. Hoe krijg je organisaties die afhankelijk zijn van bijdragen van mensen die begaan zijn met het lot van astma-lijders, hart- en kankerpatiënten zover, dat ze het avontuur van twee vermetele ballonavonturiers mee willen gaan betalen? En niet zomaar met een paar duizend gulden, nee met zo’n anderhalf miljoen in totaal.”

In de gehouden vraaggesprekken stelt betrokkene kritische vragen over de besteding van de collecte-gelden door het Holland-Flyer project.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Het bezwaar van klaagster is dat betrokkene Zoet, die zelf een van de bekendste Nederlandse ballonvaarders is en die ook commercieel bij de ballonvaart betrokken is, de radio-uitzending heeft gebruikt om het Holland-Flyer project in diskrediet te brengen in plaats van objectieve informatie te verschaffen. De betrokkene Zoet uit zou zijn op het eerste, blijkt uit het feit dat hij buiten het programma om, in telefoongesprekken met Stivoro en de subsidiërende instellingen zich sterk negatief heeft uitgelaten over Brink en het Holland-Flyer project. Ook in het verleden heeft betrokkene Zoet Brink een aantal malen in de wielen gereden bij het verkrijgen van sponsorgelden.

De onderhavige radio-uitzending en de overige akties van betrokkene Zoet hebben ertoe geleid dat Stivoro zich als sponsor heeft teruggetrokken. Klaagster heeft derhalve aanzienlijke schade geleden door het optreden van betrokkene.

Betrokkene heeft geantwoord dat het doel van de radio-uitzending uitsluitend gelegen was in het op gang brengen van een discussie over de besteding van collectegelden van het Koningin Wilhelminafonds en andere instellingen middels Stivoro voor het Holland-Flyer project. Betrokkene heeft erkend dat hij daar zelf zeer sceptisch tegenover stond.

Volgens betrokkene heeft dat echter niets te maken met het feit, dat hij zelf ook ballonvaarder is, dat hij zelf een aantal ballons exploiteert en dat hij van tijd tot tijd gevraagd wordt voor het geven van adviezen op het gebied van de ballonvaart, waaronder sponsoring.

Betrokkene ontkent dat hij er op uit was het Holland-Flyer project en Brink in diskrediet te brengen. Betrokkene zag geen reden vanwege zijn persoonlijke betrokkenheid bij de ballonvaart van het presenteren van het programma af te zien. Hij pleegde hierover tevoren overleg met de redactie, die hem steunde. Betrokkene ontkent ook dat hij Brink eerder dwars zat bij het verkrijgen van sponsorgelden.

Wel is het juist dat hem door een eerdere aspirant-sponsor van Brink om advies werd gevraagd, na welk advies de sponsoring niet doorging.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gewraakt radioprogramma stelt op kritische wijze de besteding van collectegelden van het Koningin Wilhelminafonds en andere instellingen via de Stichting Volksgezondheid en Roken voor de non-stop wereld-ballonvaart Holland-Flyer ter discussie. Uit de inleiding en vraagstelling van betrokkene Zoet blijkt dat hij zelf hierover een negatieve mening heeft.

De Raad is van mening, dat met de inhoud van de uitzending op zichzelf de grenzen van het maatschappelijk aanvaardbare niet zijn overschreden. Dit zou niet anders zijn geweest indien de uitzending het, overigens niet bewezen, gevolg zou hebben gehad dat toezeggingen tot sponsoring niet zijn gehonoreerd.

De Raad is echter van oordeel dat de mate van betrokkenheid van Zoet bij de commerciële ballonvaart zodanig is, dat hij zich van het persoonlijk behandelen van de onderhavige sponsor-kwestie had moeten onthouden aangezien hierdoor tenminste de schijn van belangenverstrengeling is ontstaan met als gevolg de mogelijkheid van twijfel aan zijn journalistieke geloofwaardigheid. In zoverre acht de Raad de klacht gegrond.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond in zo ver als betrokkene, ondanks persoonlijke betrokkenheid bij de commerciële ballonvaart, een radioprogramma over de sponsoring van een ballonvaart-project heeft gepresenteerd, met als gevolg dat de schijn van belangenverstrengeling en twijfel over zijn journalistieke geloofwaardigheid heeft kunnen ontstaan.

 

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat aan deze beslissing in een van de radio-uitzendingen van de AVRO aandacht zal worden besteed.

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 november 1994 door mr. P.J. Boukema, voorzitter, mr. E.C.M. Jurgens, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mw mr. A.C.M. Karsten, secretaris.