1994/26 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van

 

Platform tegen discriminatie en racisme en Mustafa Ustalar

tegen

Arnold Karskens en Ahmet Olgun

 

Bij brief van 13 mei 1993 met vier bijlagen heeft het Platform tegen discriminatie en racisme te Amsterdam mede namens Mustafa Ustalar (klagers) een klacht ingediend tegen de journalisten Arnold Karskens en Ahmet Olgun (betrokkenen). Namens deze heeft Hans Verstraaten, hoofdredacteur van de Nieuwe Revu, bij brief van 12 oktober 1993 met één bijlage op de klacht gereageerd. Per brief van 20 november 1993 hebben klagers gerepliceerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 februari 1994. Het Platform werd vertegenwoordigd door haar voorzitter P. Posthumus.

Als gevolg van een misverstand verscheen klager Ustalar aan het eind van de zitting, maar werd alsnog gehoord. Namens betrokkenen verscheen Ahmet Olgun.

 

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In de aflevering van de Nieuwe Revu van 14 april 1993 is in de rubriek Nieuwsweek onder de kop “Rechtse Turken infiltreren linkse partijen” een artikel verschenen waarin de volgende passages voorkomen.

“In de vele gesprekken die wij voeren, valt telkens de naam terug van een stichting: het Turks Cultureel Centrum in de Bellamystraat in Amsterdam-West. De stichting is opgericht op 17 december 1980 en houdt zich bezig met culturele, sociale en educatieve activiteiten. De stichting ontvangt jaarlijks zo’n 82.000 gulden subsidie van de Amsterdamse gemeente.

Een gemeenteambtenaar die veel contact heeft met Turken zegt: ‘Het TKC staat in Amsterdams-Turkse kringen bekend als een rechts bolwerk. Er zouden leden van de grijze Wolven en leden van de extreem-rechtse Turkse partij MHP tussen zitten.’ Een Turkse man zegt: ‘Het is van oudsher een kasteel van ultra-rechts in Amsterdam’.

Als we bij de Kamer van Koophandel het dossier lichten van de stichting komen wij de naam Saban Cugun tegen.”

en

“Niet alleen bij Saban Cugun, bij meer Turkse stadsdeelraden die lid zijn van de PvdA is sprake van tweeslachtigheid. Ze zijn lid van een linkse partij maar laten zich in met rechtse tot zeer-rechtse organisaties. Mustafa Ustalar zit sinds drie jaar in de Amsterdamse stadsdeelraad Zeeburg. Hij kreeg bij de verkiezingen in 1990 maar liefst 408 voorkeursstemmen, meer dan elke andere verkiesbare allochtoon in Amsterdam. Ustalar is 25 jaar in Nederland en werkt overdag als verkoper in een verlichtingszaak. Wij vragen of hij achter de PvdA staat.

‘Ja’.

Bent u voor homo-emancipatie?

‘Ja, ik ben voor alle minderheden, dus ook voor homo’s.’

Wat moet er met de illegalen gebeuren?

‘Die moeten het land uit. Ik heb een jonge vrouw en die wordt ook achterna gezeten door illegalen. Ze dwingen meisjes tot een huwelijk om zo een verblijfsvergunning te krijgen.’

Ustalar verdedigt het PvdA-beleid in alle schakeringen. Geen vleugje Turks nationalisme klinkt door. Wij vertrouwen het toch niet. Onze gesprekspartner en stadsdeelraadslid blijkt twee namen te hanteren. In zijn dagelijkse leven heet hij Mustafa Ustalar. In de papieren van de Kamer van Koophandel staat de naam van ene Kemal Ustalar. Een familielid vragen wij?

‘Nee. Ik ben Kemal. Ik heet voluit Mustafa Kemal Ustalar.”

Wij kijken vreemd op. Maar dan is hij tot 1990 secretaris geweest van de Ulu Camii-moskee op Zeeburg. De moskee die tien jaar geleden de fascist Türkes op zijn rondreis door Europa ontving. En ook de moskee waar enkele jaren geleden een gemeenteambtenaar rechtse pamfletten en ultra-rechtse kranten verwijderde waarin stond dat niets heerlijkers is dan Turk te zijn en dat de rest, inclusief de Nederlanders, gajes is. De gemeente kon optreden tegen dit rechtse campagne-materiaal, dat qua inhoud veel lijkt op materiaal dat in beslag wordt genomen bij nazi-skinheads, omdat het gebouw eigendom is van de gemeente.

Ustalar zegt ons: ‘Ik weet daar niks van. Dat kan toch niet. Ik ben niet gelovig. Ik drink bier.’

Wij weten dat de moskee onderdeel is van de stichting Nationale Turkse Arbeiders vereniging. Die is op haar beurt aangesloten bij de extreem-rechtse Europese Federatie van Idealisten.”

In aflevering 31 van het jaar 1993 is onder de kop “Sorry, tocht geen rechtse Turken in de PvdA” een stuk geplaatst met het volgende slot.

                “Wat is nu de reactie van Cugun en Ustalar, na publikatie?

Zij ontkennen ten stelligste te behoren tot enige extreem rechtse Turkse groep. Volgens hen draait het artikel er eigenlijk om dat zij betrokken waren bij respectievelijk het TKC en de Ulu Camii-moskee. Zij zien dit als gerespecteerde instellingen, die overlegpartner zijn van diverse officiële instanties (bovendien krijgt het TKC gemeentelijk subsidie), en vanzelfsprekend worden deze instellingen bezocht door Turkse Amsterdammers van diverse pluimage. Ustalar blijkt overigens níet in het Moskeebestuur te hebben gezeten.

Zij hebben ernstig bezwaar tegen de generalisatie van het artikel jegens de bezoekers van het TKC en de moskee en de daarop geciteerde leugens jegens hen persoonlijk.

Dan de reactie van het TKC. Huidig voorzitter, Ahmet Ceyhan: ‘Het is onbegrijpelijk dat Revu dat artikel heeft kunnen publiceren. De suggesties die daarin zijn gewekt, zijn nergens op gebaseerd. Het TKC houdt zich sinds jaar en dag bezig met culturele en educatieve activiteiten. Zoals taalcursussen voor Turken en Nederlanders, voorlichting op het gebied van onderwijs en de werkloosheid in Nederland. Verder zetten we ons in voor de integratie en emancipatie van de Turken in Nederland. Het TKC bestaat al ruim twintig jaar. Daarom genieten we een grote bekendheid in heel West-Europa. Revu had er beter aan gedaan eerst contact met ons op te nemen, dan hadden we precies kunnen vertellen wat het TKC is en waar we ons mee bezig houden. Precies zoals je dat van een zorgvuldig werkend journalist ook mag verwachten."

Wij zijn er goed in om – wat de media meestal doen – te allen tijde ons gelijk vol te houden. Maar daar wijken we in dit geval maar ’s vanaf. Op basis van genoemd artikel en van bronnen kwamen we tot verkeerde conclusies. Hetgeen ons spijt.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Het bezwaar van klagers is dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, die gemakkelijk nagetrokken hadden kunnen worden. Door dat na te laten hebben betrokkenen de indruk gewekt dat bewust geprobeerd is de waarheid geweld aan te doen. Hierdoor is schade toegebracht aan de in het artikel genoemde personen en instellingen. Klagers achten in het algemeen het artikel denigrerend voor de Turkse gemeenschap en in het bijzonder voor Mustafa Ustalar die daardoor ook psychisch in de problemen is geraakt. Ook bevestigt het artikel vooroordelen tegen de Islam.

Klagers zijn van oordeel dat het stuk dat in nummer 31 onder de kop “Sorry, toch geen rechtse Turken in de PvdA” is gepubliceerd niet te beschouwen is als een rectificatie. Klagers menen dat de helft van dit stuk gebruikt is om de eerdere berichtgeving goed te praten terwijl daar nauwelijks iets uit wordt teruggenomen. De advocaat, die betrokken was in het overleg over de tekst is niet opgetreden namens het Platform. Deze advocaat was ingeschakeld door de Partij van de Arbeid.

Betrokkenen hebben geantwoord dat het artikel tot stand is gekomen op grond van informatie uit diverse bronnen. De relatie tussen het Turks Kultureel Centrum en de Europese Federatie van Idealisten werd bevestigd in een telefoongesprek met het hoofdkwartier van deze organisatie in Frankfurt.

Vanwege de vele bezwaren, die bij de redactie tegen het artikel binnen kwamen is er in aflevering 31 van de Nieuwe Revu een rectificatie geplaatst. De tekst daarvan is tevoren goedgekeurd door de advocaat, die door de Partij van de Arbeid was ingeschakeld. Betrokkenen zijn van oordeel dat de kwestie daarmee tot afsluiting is gekomen zodat klagers thans ten onrechte alsnog met een klacht zijn gekomen.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel waartegen de bezwaren zich richten stelt aan de orde dat in Nederland woonachtige Turken met politiek rechtse opvattingen zouden infiltreren in Amsterdamse deelraden namens de Partij van de Arbeid. In een publikatie over minderheidsgroepen past grote zorgvuldigheid om te voorkomen dat vooroordelen worden opgewekt of aangewakkerd. Dat geldt ook in het onderhavige geval waarbij het gaat om het belichten van de positie van Turken met extreem-rechtse denkbeelden behorend tot de minderheid van in Nederland woonachtige Turken.

Door de vele onjuistheden draagt de oorspronkelijke publikatie een sterk negatief karakter jegens de besproken instellingen en de geïnterviewde Turken, hetgeen afstraalt op de Turkse minderheid als geheel. De feitelijke onjuistheden zijn echter in een in algemene zin gestelde passes rechtgezet in de rectificerende latere publikatie. Gelet hierop maar vooral ook op het feit dat klager Ustalar gebonden moet worden geacht aan de accordering van die tekst door de mede ten behoeve van hem door zijn partij ingeschakelde advocaat is de Raad van oordeel dat klager Ustalar in zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat ten opzichte van het Platform, dat in de publikatie van de Nieuwe Revu niet wordt genoemd, de journalistieke gedragingen van betrokkenen als geheel niet de grens overschrijden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

 

De Raad verzoekt betrokkenen deze publikatie integraal of in samenvatting in de Nieuwe Revu te publiceren.

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 februari 1994 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, mr B.A. Schmitz, mr A.J. Heerma van Voss en mr D.T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.