1994/25 deels-gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van

 

B.W.A. Meijerman

tegen

Edwin Oden (Nieuwe Revu)

 

In een brief van 5 april 1994 met vier bijlagen heeft B.W.A. Meijerman te Arnhem (klager) een klacht ingediend tegen Edwin Oden (betrokkene). Betrokkene heeft tezamen met hoofdredacteur Hans Verstraaten van de Nieuwe Revu op de klacht gereageerd in een brief van 29 augustus 1994.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 1994. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene is niet verschenen.

 

DE FEITEN

Klager leidt een relatie-bemiddelingsbureau voor homofiele mannen van 40 jaar en ouder. Het bureau werkt met geanonimiseerde deelnemerslijsten. Nadat betrokkene desgevraagd een folder over het bureau van klager had ontvangen heeft hij zich als deelnemer ingeschreven. Hij heeft daarbij vermeld dat hij van beroep journalist is. Klager, die zelf ook op de deelnemerslijst staat heeft zich vervolgens in een persoonlijke brief voor nader contact tot betrokkene gewend.

In de Nieuwe Revu van 23-30 maart 1994 is een artikel verschenen van betrokkene over relatie-bemiddelingsbureaus voor homofielen en hun deelnemers. In dit artikel doet betrokkene verslag van zijn persoonlijke ervaringen, die hij verkreeg door te reageren op advertenties en door zich in te schrijven bij enige bureaus. In dit artikel komt de volgende passage voor.

                “Er is ook een bureau dat gerund wordt door iemand die zelf een partner zoekt. Een paar dagen nadat ik mij aanmeldde, kreeg ik van de directeur, een 60-plusser, een brief: ‘Ik reken mezelf tot de moeilijke gevallen’, schreef hij. ‘Ik pas helemaal niet in het stramien dat bij mijn leeftijd ‘hoort’. Kortom, ik gedraag me te jeugdig en te impulsief en ben eigenlijk precies wat jij zoekt. (-) Ik zou het fijn vinden je te ontmoeten voor een uitgebreide kennismaking. Een open en eerlijk gesprek waarin plaats is om je eigen gevoelens uit te spreken en te laten zien. (-) Een heel enkele keer stuur ik behalve de deelnemerslijst een persoonlijk briefje mee. Nu dus ook. Als het je niet bevalt dan gooi je het gewoon weg.”

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager zijn dat betrokkene zich onder valse voorwendsels bij zijn bureau heeft laten inschrijven, dat betrokkene onjuistheden vermeldt over het bemiddelingsbureau en vooral dat hij zonder toestemming van klager stukken uit een persoonlijke brief in de Nieuwe Revu  heeft gepubliceerd. Klager vindt dat hij in de kring waar het om gaat onmiddellijk herkenbaar is, wat al blijkt uit het feit dat hij door derden op het artikel opmerkzaam werd gemakt. Klager uitte zijn bezwaren in brieven van 28 maart 1994 aan betrokkene en de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu zonder dat dit tot een reactie leidde.

Betrokkene heeft geantwoord dat het niet de bedoeling is geweest klager op enigerlei wijze te kwetsen en dat klager in het artikel voldoende is geanonimiseerd.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gaat er in deze zaak om of betrokkene bij zijn inschrijving had moeten vermelden dat hij voornemens was zijn ervaringen in een algemeen artikel over relatie-bemiddelingsbureaus voor homofielen te publiceren.

De Raad gaat er van uit, dat het verkrijgen van relevante informatie voor een informatief artikel over een maatschappelijk kwetsbare en betrekkelijk gesloten groep als de onderhavige moeilijk  of onmogelijk zal zijn wanneer de journalist geen toegang heeft tot die groep. Om die toegang te verkrijgen is inschrijving als contactzoekende een effectief middel. Gezien het maatschappelijke belang van het onderwerp acht de Raad die inschrijving zonder vermelding van het journalistieke doel maatschappelijk aanvaardbaar wanneer de journalist de vergaarde informatie zorgvuldig behandelt. De Raad is van oordeel dat de betrokkene dat in het onderhavige geval heeft gedaan ten opzichte van alle in zijn artikel genoemde contacten, behalve met betrekking tot klager aangezien de Raad het aannemelijk acht dat klager inderdaad in de kring waar het om gaat herkenbaar is neergezet. In zoverre acht de Raad de klacht dan ook gegrond.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover betrokkene in zijn artikel over relatiebemiddeling voor homofielen onvoldoende heeft gedaan om de anonimiteit van klager te waarborgen.

 

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in de Nieuwe Revu wordt gepubliceerd.

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 november 1994 door mr. P.J. Boukema, voorzitter, mr. E.C.M. Jurgens, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mw mr. A.C.M. Karsten, secretaris.