1994/2 gegrond niet-ontvankelijk

B. Rozenberg tegen Nico Baaijens

In een brief van 11 juni 1993 met drie bijlagen heeft B. Rozenberg te Spijkenisse (klager) een klacht ingediend tegen de journalist Nico Baaijens te Lisse (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 31 juli 1993 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 februari 1994. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te verschijnen.

De feiten

Klager is eigenaar en exploitant van een voor computergebruikers toegankelijk informatie-uitwisselingssysteem, een zogenaamd Bulletin Board System met de naam Ster BBS. Het systeem Ster BBS is door betrokkene besproken in zijn vaste rubriek "Binair" in het populair wetenschappelijke maandblad KIJK van maart 1993. Naar aanleiding van die bespreking schreef klager een open brief aan de redactie van KIJK. Hij publiceerde die brief tevens in het systeem van Ster BBS. In "Binair" in de juni- en juli-nummers van KIJK wijdde betrokkene opnieuw aandacht aan Ster BBS, de open brief en de reactie daarop.

De juni-aflevering van "Binair" bevat de volgende passages.

"Nog even voor de goede orde: 'Het Sysop-gevoel' schoot de sysop van STER-BBS, de heer B. Rozenberg, in het verkeerde keelgat. Hoestend en proestend schreef hij een emotionele open brief naar KIJK en zette die op zijn BBS. Onder de vaste gebruikers werd een ludieke actie gestart: een voorgekookt fax-bericht voor KIJK met als 'inhoud': Baaijens? BAH!!, en dat 26 maal onder elkaar.
Nu is dit allemaal te onbeduidend om het enige aandacht te schenken, ware het niet dat de discussie op het STER-BBS uiterst bedenkelijke vormen heeft aangenomen met regelrecht oproepen tot computervredebreuk, het op afstand vernielen van fax-apparatuur en het moedwillig verspreiden van computervirussen!
De vaste gebruikers hoeven trouwens ook geen blad voor de mond te nemen. De meesten opereren in de veilige anonimiteit van schuilnamen en "aliases" en gebruiken STER-BS-pseudoniemen als: Zorbas, Kasparov, Taurus, Musicman en Ceasar."

en

"Dat helpt. 'Jarre mi flotte' roept Musicman uit. 'Zo'n malloot moet gewoon tot de orde geroepen worden. De steeds groeiende fax lijkt me hiervoor in aanmerking te komen!'"

en

"Ene Ericq weet nog iets veel slimmers: 'Gewoon een paar zwarte bladzijden sturen. Het is te hopen voor ze dat de temperatuurbeveiliging werkt. Als de kop stukgaat is dat goed voor zo'n 700 florijnen'."

en

"Aan de militante Ceasar schrijft hij: 'Jezus ... Ik zie hier met een stel computerterroristen op een board. De een wil zijn fax opblazen, de ander zijn BBS-je..."

In een brief van 25 juni 1993 wendde betrokkene zich tot de politie in Den Haag om aangifte te doen van het bedrijven van computercriminaliteit door klager door vaste gebruikers van zijn systeem op te roepen wraak op hem te nemen door de telefaxapparatuur van het maandblad KIJK te oververhitten door zwarte bladzijden te faxen en het door hem geëxploiteerde systeem BBS-Telerun te vernielen door "het uploaden van programma's met virussen". Deze brief publiceerde betrokkene in BBS-Telerun.

De standpunten van partijen

De bezwaren van klager betreffen de aflevering van de vaste rubriek "Binair" van betrokkene in het juli-nummer van het jaar 1993 van KIJK en de aangifte van computercriminaliteit in de in BBS-Telerun gepubliceerde brief van 25 juni 1993. Er is geen sprake geweest van een oproep tot wraaknemingen. De juli-aflevering van "Binair" bevat onjuistheden.

1. Gebruikers van Ster-BBS verschuilen zich niet achter schuilnamen. Iedere gebruiker van het systeem kan met één simpel commando vragen wat de werkelijke identiteit van een gebruiker van een zogenaamd User-ID is.

2. De aan Musicman toegeschreven uitlatingen zijn in werkelijkheid afkomstig van anderen, hetgeen voor betrokkene te controleren was.

3. Bij de weergave van hetgeen "Ericq" op het systeem heeft gezet en hetgeen aan "Ceasar" wordt bericht heeft betrokkene de "smilies" weggelaten. Dat zijn tekentjes om aan te geven dat de uitlating als grapje bedoeld is.

Betrokkene heeft geantwoord dat hij de klacht van klager niet serieus neemt omdat klager alleen maar uit is op publiciteit getuige het van hem afkomstige persbericht, waarin hij op positieve wijze citeert uit de afleveringen van "Binair" in KIJK, waartegen de onderhavige klacht zich richt.

Beoordeling van de klacht

De bezwaren tegen de juli-aflevering van "Binair" betreffen vier passages. In de eerst gaat het om het gebruik van een zogenaamd User-ID. Daar door betrokkene niet anders is gesteld of weersproken gaat de Raad er van uit dat de identiteit van de gebruiker van een User-ID door iedere andere gebruiker op eenvoudige wijze uit het systeem te halen is. Of het juist is dat betrokkene bepaalde uitlatingen aan een verkeerde gebruiker heeft toegeschreven, heeft de Raad niet kunnen vaststellen. Feitelijk juist is het bezwaar dat betrokkene met betrekking tot de twee andere passages de "smilies" heeft weggelaten.

Hoewel betrokkene in zijn bespreking derhalve slordigheden heeft gedaan, is de Raad van oordeel dat betrokkene daarmee nog niet de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad overweegt daarbij dat het plaatsen van een "smily" niet uitsluit dat een bepaalde boodschap toch een serieuze bedoeling heeft. Het niet overnemen van de "smilies" kan daarom een gegronde reden hebben.

Wat betreft de bezwaren van klager tegen de brief van 25 juni aan de politie de Den Haag, hoewel deze brief door betrokkene gepubliceerd is in het door hem gevoerde systeem BBS-Telerun is dat daarmee nog niet een journalistieke gedraging. De Raad gaat er van uit dat het voeren van dit systeem door betrokkene niet gebeurt in zijn hoedanigheid van journalist. In dit onderdeel van de klacht is klager daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De Raad acht klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de door betrokkene BBS-Telerun gepubliceerde brief en acht de klacht voor het overige gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in KIJK.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 14 februari 1994 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, M.J. Kes, mr F. Kuitenbrouwer en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1994, 2.