1994/18 ongegrond

J. Joling tegen de hoofdredacteur van De Vriezer Post

In een brief van 7 juni 1994 met twee bijlagen heeft J. Joling te Vries (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Vriezer Post (betrokkene). Namens deze heeft mevrouw L. Zuiderveld-Pechtold, redactrice van De Vriezer Post, op de klacht gereageerd in een brief van 16 juni 1994 met drie bijlagen. Klager heeft zijn klacht aangevuld in brieven van 29 juli en 18 oktober 1994, de laatste met twee bijlagen. Betrokkene heeft nader gereageerd in een brief van 24 oktober 1994 met vijf bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 1994. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

Klager zond op 5 april 1994 een brief aan de gemeenteraad van Vries. Deze brief is in de vergadering van de gemeenteraad van Vries van 24 mei aan de orde geweest bij de behandeling van de ingekomen stukken. In deze brief uit klager kritiek op de raadsleden Kloos en Van Putten van de plaatselijke politieke partij Vries 2000.

In De Vriezer Post van 25 mei 1994 is aandacht besteed aan de op 24 mei 1994 over de brief in de raad gevoerde discussie. In dit bericht wordt het raadslid Kloos een aantal malen over de brief geciteerd. Het bericht bevat de volgende passages.

"Het 7 kantjes lange verhaal plus nog eens 19 bijlagen zou volgens Kloos "eerder voer voor psychologen en psychiaters" zijn, en indien het bij schelden alleen gebleven zou zijn, had Vries 2000 ook niet gereageerd."

"Kloos riep de andere fracties op zich achter hem en Van Putten te scharen en zich te distantiëren van wat hij CD-uitspraken noemde. Bij het ter perse gaan van dit artikel was de uitkomst van die discussie nog niet bekend."

De standpunten van partijen

Het bezwaar van klager is dat het aangevallen bericht een onvolledige weergave bevat van de discussie in de raad omdat niet wordt vermeld dat de door het raadslid Kloos gebezigde kwalificatie "CD-uitspraken" op last van de burgemeester moest worden teruggenomen. Klager is van oordeel dat het raadsverslag niet objectief is. In zijn klacht vermeldt hij daarover het volgende.

"Het is toch wel héél merkwaardig dat een door mij aangevallen raadslid zelf contact opneemt met de redactie van De Vriezer Post om in onderling overleg en reeds vóór de desbetreffende raadsvergadering vast te stellen hoe dit verslag zou moeten luiden (het had ook anders kunnen lopen) opdat de heer Kloos niet nog meer als een aangeschoten stuk wild moet rondlopen!
De objectiviteit van het raadsverslag is dus ver te zoeken en de redactrice van De Vriezer Post kan dus van partijdigheid worden beschuldigd, temeer omdat het terugfluiten van de heer Kloos door de burgemeester opzettelijk is weggelaten. De laatste zinsnede uit het berichtje in De Vriezer Post luidende: 'Bij het ter perse gaan van dit artikel was de uitkomst van die discussie nog niet bekend' had vanuit het standpunt van de redactrice van De Vriezer Post beter kunnen worden weggelaten, omdat die uitkomst wèl bekend was en dus opzettelijk werd weggelaten."

Betrokkene heeft geantwoord dat de redactie het verslag van de raadsvergadering heeft opgesteld aan de hand van de vooraf ontvangen tekst, die door de partij Vries 2000 zou worden uitgesproken. De Vriezer Post verschijnt één keer per week zodat de kopij voor de editie van woensdag 25 mei uiterlijk dinsdag 24 mei te 12.00 uur, derhalve voor de raadsvergadering, binnen moest zijn. Op de vergadering van 24 mei werd echter besloten dat de behandeling van de brief van klager verschoven zou worden naar de commissie-vergadering van 6 juni 1994. Van die vergadering is vervolgens verslag gedaan in De Vriezer Post van 8 juni. Betrokkene meent daarom dat in De Vriezer Post op onpartijdige wijze voldoende aandacht aan de kwestie is besteed.

Beoordeling van de klacht

Wat er zij van het feit dat het raadsverslag in De Vriezer Post van 25 mei 1994 citaten bevat van raadsleden, die niet gebaseerd zijn op de werkelijke gang van zaken in de vergadering van de raad van 24 mei 1994, maar op een vóór die vergadering aan de redactie van De Vriezer Post aangeboden tekst, het door klager gewraakte gebrek aan volledigheid van het verslag leidt daarmee nog niet tot laakbare onzorgvuldigheid van de redactie. Het behoort tot de vrijheid van de journalist nieuwsfeiten te selecteren. Hoewel het begrijpelijk is dat klager het ingrijpen van de burgemeester graag vermeld had gezien, betekent dit nog niet dat het ontbreken hiervan onzorgvuldige journalistiek oplevert.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Vriezer Post te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 november 1994 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr E.C.M. Jurgens, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1994, 18.