1994/21 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van

 

H. de Kort

tegen

de hoofdredacteur van het Sallands Dagblad

 

Per brief van 5 november 1993 met negen bijlagen heeft Hans de Kort te Raalte (klager) een klacht ingediend tegen L. Enthoven, hoofdredacteur van het Sallands Dagblad (betrokkene). Deze zond op 2 februari 1994 een reactie op de klacht met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 april 1994. Klager was in persoon aanwezig. Namens betrokkene verscheen E. Buter.

 

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

Tussen een aantal bewoners van de wijk Dorstenkamp te Raalte, waartoe ook klager behoort, en het gemeentebestuur van Raalte bestaat sinds januari 1989 een conflict over het plaatsen van schoolgebouwen in de wijk in strijd met het bestemmingsplan, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Milieuwet. De bewoners hebben in verband hiermee een aantal malen een beroep gedaan op hogere overheidsinstanties, zoals Gedeputeerde State, de Inspecteur Ruimtelijke Ordening en de Raad van State. Klager is daarbij veelal opgetreden als woordvoerder van de bewoners. Ook zorgde hij voor de formulering van bezwaarschriften. In die beroepsprocedures werden de bewoners telkens in het gelijk gesteld.

In het Sallands Dagblad is vele malen aandacht besteed aan deze zaak in nieuwsartikelen, achtergrondartikelen, ingezonden brieven, commentaren en in de column “Salewijn”.

De rubriek Sallandse Notities van 5 september 1992 bevat over de zaak de volgende passage:

“Maar het is geen wonder dat de actievoerder nu zelf irritatie oproept. Dat heeft geleid tot een nieuw fenomeen in Raalte: de anti-actievoerder.

Je kunt namelijk moeilijk nog redelijkheid bespeuren in de eisen die De Kort aan de gemeenteraad stelt: twintig millimeter dikke beglazing voor de scholen, alle ramen en deuren gesloten houden en controle op leerlingen tijdens pauzes om overlast te voorkomen.”

In het Sallands Dagblad van 13 november 1992 is onder de kop “Parkeeroverlast FRC erkend” verslag gedaan van een zitting bij de Raad van State over parkeeroverlast bij een aantal omwonenden van het Florens Radewijns College (FRC).

In het Sallands Dagblad van 14 november 1992 is vervolgens onder de kop “FRC ontsteld over nieuwste wending Drostenkampaffaire” een bericht geplaatst met de volgende passages.

“De schoolleiding van het FRC heeft ontsteld gereageerd op de berichtgeving over de Raad van State-zitting van afgelopen donderdag over de parkeerproblemen in de wijk Drostenkamp. Volgens de schoolleiding is daarin de indruk gewekt dat het FRC partij is in de zich al jaren voortslepende “Drostenkamp-affaire”. “En dat terwijl we juist altijd alles hebben gedaan om niet bij deze onverkwikkelijke affaire betrokken te worden”, aldus conrector Ben Berkema.

“Het is zeker niet de uitspraak (van de Raad van State-RvdJ) waarover de schoolleiding van de FRC inzit.  “Die noodlokalen zijn namelijk niet eens meer van het FRC”, aldus Berkema. “Maar door die zitting bij de Raad van State is de indruk gewekt dat ook het FRC partij is in de Drostenkamp-affaire.””

In het Sallands Dagblad van 28 april 1993 is onder de kop “Als er ’n Don Quichot-prijs is, heb ik ‘m wel verdiend” in de vaste rubriek “Alle Mensen” een vraaggesprek met klager gepubliceerd over de strijd met de gemeente.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van oordeel dat het Sallands Dagblad eenzijdig bericht over het slepende conflict. Volgens klager wordt het voorgesteld alsof de bewoners onder zijn leiding “doordrammers” zijn. De werkelijkheid is dat de gemeente zich tekens opnieuw niets gelegen laat liggen aan de uitspraken van hogere colleges, zodat de bewoners gedwongen zijn telkens opnieuw bezwaar te maken en in beroep te gaan.

In het Sallands Dagblad van 5 september 1992 wordt in de rubriek “Sallandse Notities” ten onrechte geschreven, dat klager bepaalde eisen aan de gemeente zou hebben gesteld over de dikte van de beglazing, het gesloten houden van ramen en deuren en een controle op leerlingen tijdens pauzes. Dit zijn maatregelen, die de vergunninghouder zelf heeft voorgesteld en die vervolgens door de gemeente zijn overgenomen.

In de berichtgeving over de parkeeroverlast voor omwonenden van het FRC wordt ten onrechte de suggestie gewekt als zou het FRC de schuldige zijn, zulks terwijl de noodgebouwen waar het om gaat niet meer bij het FRC in gebruik waren. Naar de mening van klager heeft het artikel van 14 november 1992 de onjuiste suggesties niet weggenomen.

Door dit alles heeft klager in de kleine gemeente Raalte een slechte naam gekregen als gevolg waarvan hij lastiggevallen wordt met telefoontjes en bedreigingen.

Betrokkene heeft geantwoord dat het Sallands Dagblad in de publicaties over het conflict aandacht heeft besteed aan alle aspecten daarvan. Verslagen van zittingen werden gebaseerd op feiten, die ter zitting naar voren kwamen. Het toepassen van wederhoor bij klager was dan dus niet nodig.

De persoon van klager zelf is belicht in het op 28 april 1993 in de vaste rubriek “Alle Mensen” met klager gepubliceerde vraaggesprek.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De positie van klager wordt in de publicatie in het Sallands Dagblad niet altijd op positieve wijze belicht, zeker niet in de als column te beschouwen rubriek Salewijn. Daar staat tegenover dat de krant hem in het gepubliceerde vraaggesprek in de gelegenheid heeft gesteld een eigen mening te geven over zijn rol in het conflict tussen de bewoners van de wijk Drostenkamp en de gemeente. Daargelaten dat de publicaties wellicht enige feitelijke onjuistheden bevatten is de Raad van oordeel, dat betrokkene daarom over het geheel genomen in de wijze van berichtgeving over het conflict niet de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

 

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Sallands Dagblad.

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 8 april 1994 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. E.C.M. Jurgens, M.J. Kes, mr. D.T. Dalmolen en mw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Karsten, secretaris.