1994/17 ongegrond

H.F.L. Wals tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf

Per brief van 10 februari 1994 met negen bijlagen heeft H.F.L. Wals te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf, mr J. Olde Kalter (betrokkene). Laatstgenoemde heeft niet inhoudelijk op de klacht gereageerd. Klager heeft zijn klacht nader toegelicht in een brief van 4 maart 1994.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 oktober 1994. Klager is in persoon verschenen.

De feiten

Klager is als lid van D66 wethouder geweest van de deelraad-Zuid te Amsterdam. In de vaste rubriek "Stan Huygens Journaal" is in de periode van 11 februari 1992 tot en met 2 april 1993 naar aanleiding van bepaalde nieuwsfeiten aandacht besteed aan het functioneren van de deelraad-Zuid en deelraad-wethouder Wals. Het optreden van klager Wals werd telkens negatief beoordeeld.

In De Telegraaf van 6 mei 1993 is een ingezonden brief van klager opgenomen waarin hij een aantal onjuistheden uit bovengenoemde passages rechtzet. In het Stan Huygens Journaal van 6 augustus 1993 en 18 januari 1994 is opnieuw aandacht besteed aan het optreden van klager als deelraad-wethouder. In laatstgenoemde publikatie wordt klager een "politieke gek" genoemd.

De standpunten van partijen

De bezwaren van klager zijn de volgende.

1. In de gewraakte publikaties worden stelselmatig onjuistheden vermeld.
2. Hem is het recht op een weerwoord onthouden.
3. De redactie heeft geweigerd hem gemotiveerd te antwoorden op een aantal brieven.
4. De schrijver van het Stan Huygens Journaal gebruikt zijn rubriek om een privé-geschil te beslechten, te weten een geschil tussen het bestuur van de Stichting Mooie Apollolaan en Omgeving (de schrijver is lid van dit bestuur) en de deelraad-Zuid.

Betrokkene heeft zich in zijn reactie beperkt tot de vraag "Wat is de klacht van de heer Wals?".

Beoordeling van de klacht

Het is de Raad bekend en mag van algemene, althans bij klager aanwezige bekendheid verondersteld worden dat het Stan Huygens Journaal een al jarenlang bestaande vaste rubriek is in De Telegraaf waarin de schrijver van deze rubriek op persoonlijke wijze aandacht besteedt aan nieuwsfeiten en "society"-gebeurtenissen.

In de gewraakte publikaties gaat het telkens om de persoonlijke mening van de schrijver van de rubriek over het optreden van klager als iemand met een openbare, politieke functie, namelijk als deelraad-wethouder.

Ten aanzien van personen met een dergelijke functie moet als uitgangspunt dienen dat ter wille van het behoorlijk kunnen functioneren van de pers in een democratie negatieve kritiek in persorganen op hun openbaar en politiek functioneren in beginsel toelaatbaar is.

Dit alles betekent echter niet dat de journalist die zulks doet daarbij niet de grenzen van wat, gelet op de geldende journalistieke verantwoordelijkheid van die journalist maatschappelijk aanvaardbaar is, in acht zou behoren te nemen. Zo moet ook een politicus desgewenst de gelegenheid worden geboden tot weerwoord en zullen genoemde grenzen zijn overschreden indien de kritiek op het functioneren van de betrokken politicus verwijtbaar wordt gebaseerd op feitelijke onjuistheden.

Dat de gewraakte publikaties in het Stan Huygens Journaal het beeld oproepen van een persoonlijke campagne -hier en daar met hetze-achtige trekken- van de schrijver van die rubriek tegen klager is dus niet voldoende voor het oordeel dat de te dezen door de betrokken journalist in acht te nemen grenzen zijn overschreden. Dat is ook niet het geval door de denigrerende kwalificatie "politieke gek", ook als zou moeten worden geoordeeld dat zij niet voldoende wordt gedragen door de daartoe in de bewuste rubrieksaflevering aangevoerde feiten en deswege beter had kunnen worden vermeden. Evenmin zijn genoemde grenzen overschreden doordat de stelselmatige kritiek op klager veelal is gebaseerd op een op zichzelf aanvechtbaar te achten interpretatie van de feiten. Bij een en ander neemt de Raad het hierboven reeds beschreven karakter van de rubriek in aanmerking.

Dat de schrijver van het Stan Huygens Journaal zelf lid is van het bestuur van een stichting waarmee de deelraad-Zuid te Amsterdam van mening verschilt, is hier niet van belang. Die hoedanigheid ontneemt hem immers niet het recht om als journalist klager onder vuur te nemen, ook al zou ter vermijding van de schijn van het dienen van persoonlijke, althans andere dan journalistieke belangen, terughoudendheid ten aanzien van klager niet hebben misstaan.

Wat de door klager gestelde feitelijke onjuistheden betreft moet gelden dat klager de belangrijkste feitelijke onjuistheden heeft rechtgezet in zijn ingezonden brief in De Telegraaf, waarmee betrokkene voldoende aan klagers recht op weerwoord is tegemoetgekomen.

Tenslotte is ook de klacht dat betrokkene geweigerd heeft gemotiveerd te antwoorden op een aantal brieven, ongegrond. Betrokkene behoefde, mede gelet op wat hierboven is overwogen aangaande de gedragingen van de journalist in kwestie, niet inhoudelijk op de betrokken brieven te reageren.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 14 oktober 1994 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, mr G. Dullens, mw T.M. Lücker en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1994, 17.