1994/16 ongegrond

F.P.A. Bierings tegen de hoofdredacteur Eindhovens Dagblad en H. van Rooij

Per brief van 21 april 1994 met zes bijlagen heeft F.P.A. Bierings te Veldhoven (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad en de journaliste H. van Rooij (betrokkenen). Laatstgenoemde heeft bij brief van 21 juni 1994 op de klacht gereageerd. Klager heeft gerepliceerd bij brief van 21 juli 1994.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 oktober 1994. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

Klager heeft op 29 maart 1994 een ingezonden brief aangeboden aan de redactie van de vaste rubriek "Publieke Opinie" van het Eindhovens Dagblad. In deze brief geeft hij zijn mening over de toelating van vluchtelingen in Nederland en uit hij kritiek op de stellingname van enkele Nederlandse politici. Zijn brief eindigt met een alinea waarin hij die stellingname als oorzaak aangeeft voor de toeneming van het aantal uiterst rechts stemmende kiezers en met een alinea waarin hij als oplossing voor het vreemdelingenprobleem een aantal maatregelen door de Verenigde Naties aanbeveelt.

In het Eindhovens Dagblad van 12 april 1994 is deze brief in verkorte vorm opgenomen. De laatste twee alinea's zijn weggelaten.

De standpunten van partijen

Het bezwaar van klager is dat het Eindhovens Dagblad na zijn protest tegen de wijze waarop zijn brief is ingekort niet bereid is geweest zijn brief alsnog geheel in oorspronkelijke vorm te publiceren dan wel de brief waarin hij zijn bezwaren tegen de inkorting kenbaar maakt.

Betrokkene heeft verwezen naar het aanbod dat de redactie aan klager deed, namelijk het alsnog publiceren van de twee laatste weggelaten alinea's van de oorspronkelijke brief. Dat aanbod is door klager niet aanvaard.

Beoordeling van de klacht

De Raad is van oordeel dat de essentie van het gedeelte van de brief van klager, dat in ingekorte vorm is gepubliceerd door die inkorting niet is aangetast. Gezien het feit dat de redactie na het protest van klager heeft aangeboden de twee weggelaten slot-alinea's alsnog afzonderlijk te publiceren, is de Raad van oordeel dat betrokkenen niet de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in het Eindhovens Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 14 oktober 1994 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, mr G. Dullens, mw T.M. L├╝cker en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1994, 16.