1993/20 gegrond

R.E. Steendam tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad

Per brief van 14 mei 1993 met één bijlage heeft R.E. Steendam te Hardenberg (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, J.P. de Vries (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 25 mei 1993 met één bijlage. Klager heeft op die reactie nog gereageerd met een brief van 7 juni 1993.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 november 1993. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In het Nederlands Dagblad van 7 mei 1993 is in de vaste rubriek Voetlicht onder de kop "Hemelse cadeaus" een stukje geplaatst dat eindigt met de bijbeltekst Efeziërs 2:10:
"Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen."

Bij het stukje is een foto afgedrukt waarop enige bejaarden te zien zijn, die aan lange tafels de maaltijd gebruiken. Op de voorgrond van de foto staat een jonge bejaardenhelpster, die bezig is een bord en een lepel van de tafel weg te nemen. Aan een tafel achter haar zit een oudere dame met servet.

STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft er bezwaar tegen dat de krant bovengenoemde foto heeft afgedrukt bij het bovengenoemde stukje. De foto heeft met de inhoud van het stukje niets te maken. De op de foto afgebeelde dame met servet is de moeder van klager. De foto werd gemaakt bij gelegenheid van een reportage van de krant over het bejaardenhuis "Arendshorst" te Assen. Het eerste deel van die reportage met onder andere deze foto werd geplaatst in maart 1987. Klagers moeder was toen nog in leven.

In het Nederlands Dagblad van 2 november 1987 werd de foto opnieuw afgedrukt, toen bij een artikel
"Ouderen vaak ten onrechte voor dement gehouden". Omdat zijn moeder ten onrechte als voorbeeld van demente bejaarden werd gebruikt hebben klager en andere familieleden toen bezwaar gemaakt bij de krant. De directie en de hoofdredacteur hebben daarop excuses aangeboden, met de toezegging dat de foto's vernietigd zouden worden. Dat is kennelijk niet gebeurd omdat bij het stukje van 7 mei 1993 de foto opnieuw zonder voorafgaand overleg met de familie of de directie van het bejaardenhuis is gebruikt. Beide op de foto staande bejaarden zijn thans reeds lang overleden.

Betrokkene heeft in zijn antwoord van 25 mei erkend dat de krant een fout heeft gemaakt. Tegenover een familielid van klager, die over deze kwestie een brief schreef, heeft betrokkene schriftelijk zijn excuses gemaakt. Het is juist dat de krant in november 1987 al heeft toegezegd alle foto's te vernietigen. De foto uit de krant van 7 mei moet daarbij over het hoofd zijn gezien. De krant belooft het archief opnieuw door te lopen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Zoals betrokkene zelf erkent had de krant noch in november 1987 noch in mei 1993 gebruik mogen maken van de foto van de moeder van klager voor een ander doel dan waarvoor destijds toestemming werd verleend. Door niet zodanige maatregelen te nemen dat deze foto uit een reportage over een bejaardentehuis later niet gebruikt kon worden als illustratie bij willekeurige andere artikelen heeft betrokkene de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nederlands Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 5 november 1993 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, mr T. Faber-De Heer, mevrouw A.G. Scherphuis en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1993, 20.