1993/19 gegrond

Comité "Lombok, hét Voorbeeld" en de Stichting Welzijn West-Utrecht tegen redactie programma "Ooggetuige" van RTL4

 

Bij brief van 20 april 1993 met één schriftelijke bijlage en een video-opname en een aanvullende brief van 11 mei 1993 met drie bijlagen heeft het Comité "Lombok, hét Voorbeeld" te Utrecht mede namens de Stichting Welzijn West-Utrecht (klagers) een klacht ingediend tegen de redactie van het televisieprogramma "Ooggetuige" van RTL4 te Luxemburg (betrokkenen). Betrokkenen hebben in een brief van 21 juni met twee bijlagen en een videoband van de uitzending op de klacht gereageerd. In een brief van 28 oktober 1993 hebben klagers nog toegezonden de tekst van de uitgezonden rectificatie.

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 november 1993. Namens klagers waren aanwezig J. Planthof en F. Meijer. Betrokkenen werden vertegenwoordigd door Feike Salverda, Ruud Hendriks en Ben Dolphijn, respectievelijk eindredacteur Informatie Programma's, plaatsvervangend algemeen directeur en legal manager van RTL4.

 

 

 

 

DE FEITEN

In de aflevering van het televisieprogramma "Ooggetuige" van RTL4 van 24 februari 1993 is in het onderdeel "Nederland-Turkije" aandacht besteed aan de Utrechtse wijk Lombok. Het programma bestond uit beelden van de wijk en een aantal vraaggesprekken. De vraaggesprekken werden afgewisseld met commentaar bij de beelden. Het programma werd uitgezonden na het verslag van de die dag gespeelde voetbalwedstrijd Nederland-Turkije. De tekst van de inleiding luidt als volgt.

 

"En dan was er vandaag dus ook dat andere Nederland-Turkije. Een wedstrijd die de afgelopen 15 jaar bijna elke dag opnieuw gespeeld wordt, in de Kanaalstraat.
Geen jaloers makende straat in de weinig vrolijk stemmende wijk Lombok; ooit was dit een typische Hollandse middenstandsbuurt met tot in de jaren '50 hoofdzakelijk katholieke bewoners.
Nu is de stand Nederland-Turkije: 20 - 80.
Op elke oorspronkelijke Nederlander wonen hier 4 allochtonen, hoofdzakelijk Turken en een kleiner aantal Marokkanen.
Logisch dat juist in deze straat de voetbalwedstrijd van vanavond met meer aan normale spanning tegemoet wordt gezien."

 

 

Na deze inleiding wordt aan een aantal winkeliers naar hun verwachtingen gevraagd over de afloop van de (inmiddels gespeelde) voetbalwedstrijd Nederland-Turkije. De commentaarstem vervolgt de uitzending daarna met de volgende tekst bij beelden van de Kanaalstraat en de Daalsetunnel in Utrecht:

 

 

"Voor wie een momentopname wil maken van hoe Nederlanders en allochtonen anno 1993 in één straat met elkaar samenleven is de Kanaalstraat uniek. Niet alleen door die numerieke meerderheid van buitenlanders, maar vooral ook omdat de relatie tussen beiden recentelijk tot twee keer toe extreem op de proef werd gesteld. Door een gewelddadige mishandeling hier in deze tunnel (in beeld: de Daalsetunnel) van een man door een aantal Marokkaanse jongeren en door een moord met voorbedachte rade door vijf Turkse jongeren op een Nederlandse oma, mevrouw Van Dijk, een moord die destijds alle kranten haalde."

 

 

Daarop volgt een vraaggesprek met de zoon van de vermoorde vrouw. Deze vertelt dat de daders dachten dat er nog f 150.000,- en een dure postzegelverzameling in huis was maar dat de buit uiteindelijk uit niet meer bestond dan twee kwartjes en een pakje sigaretten. Het relaas van de zoon bevat de volgende zinsnede.
"En ik mag het rustig zeggen, het waren 5 Turken. Ja er was er geen een met de Nederlandse nationaliteit bij."

 

 

Hierop wordt de mening gevraagd van de exvoorzitter van de moskee uit de wijk en een moskeebezoeker. Deze veroordelen beiden de daad van de Turkse jongens. Daarop volgen beelden van de Kanaalstraat met het volgende commentaar.

 

 

"De jongste van het vijftal dat mevrouw Van Dijk zwaar mishandelde en vermoordde, nam alle schuld op zich. Doordat hij nog onder het jeugdrecht viel, kwam hij na een paar maanden al weer vrij.
Nederland wordt rechtser. Dat bewijzen opinie-onderzoeken van de overheid. Zo is 36% al weer voor de doodstraf en 47%, dat is bijna de helft van alle Nederlanders, vindt dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in ons land wonen. En dat ze dan in het geval van die misdaad de truc toepassen om de jongste alle schuld op zich te laten nemen, waardoor hij, nog onder het jeugdrecht vallend, na een paar maanden weer vrijkomt, dat zit de Nederlanders hier ontzettend hoog. Het waren dagen, waarbij de spanningen in de Kanaalstraat opliepen tot ver boven het kookpunt."

 

 

Daarop volgt een interview met de maatschappelijk werkster van de wijk Greet Baars. In de inleiding op dit interview vermeldt de commentator dat de misdrijven van de Turkse en Marokkaanse jongens

 

 

"...zelfs de hevig tegen elke vorm van racisme strijdende maatschappelijk werkster, Greet Baars, aan het twijfelen hebben gebracht".

 

 

Greet Baars verklaart dat er naar aanleiding van de mishandeling:

 

 

"...heel wat woorden van racisme over de tafel zijn gegaan.
en dat zij na haar poging om de mensen in de wijk bij elkaar te brengen weer terug is bij af.
Bij beelden van de tunnel vermeldt de commentator dat ook bij dit misdrijf de jongste van de daders de zwaarste schuld op zich nam en (slechts) veroordeeld werd tot f 1.500,- boete en zes maanden tuchtschool.

 

 

Bij beelden van de Kanaalstraat, onderbroken door een beeld van de moskee en een enkele vraag met antwoord van de voorzitter van de moskee, wordt het volgende commentaar gegeven.
"Een moord en een zware mishandeling. Veel van de oorspronkelijke bewoners waren toen overigens al uit de Kanaalstraat vertrokken."
Beelden van winkels, met stem commentator:
"Tegenover die meerderheid van Turken staat dat groepje Nederlanders dat bleef. Studenten, uitkeringstrekkers, en oudere Nederlanders die het geld niet hadden om te verhuizen. Illustratief voor hoe sterk die Nederlanders inmiddels in de minderheid zijn is het feit, dat van de 17 groentewinkels in deze straat, op zich al een unicum, er nu 16 van Turken zijn. Wie wel moet blijven, beziet de situatie met argwaan."

 

 

Vervolgens komen in de uitzending aan het woord een oudere Nederlandse bewoner, Van Hassel, en een vroegere bewoonster. De eerste spreekt zijn verbazing uit over de zeer grote hoeveelheid Turkse groentewinkels. Hij zegt onder meer:

 

 

"Alles is in handen van de Turken."

 

 

De vroegere bewoonster verbaast zich over de drukte in de wijk vanwege het Moskee-bezoek op vrijdag en de vele winkels:

 

 

"Zo rommelig allemaal."

 

 

Op de vraag of naar haar mening de buurt achteruit gaat antwoordt zij bevestigend.
Bij beelden van de moskee vervolgt de commentaarstem met de mededeling:

 

 

"Het lijkt er dus op of alle vooroordelen ten opzichte van vooral Turkse en Marokkaanse jongeren bevestigd worden".

 

 

Vervolgens wordt in korte gesprekken met enige Turken aandacht besteed aan de werkloosheid en het gebrek aan opleiding van Turken en Marokkanen. In een gesprek met enkele Turkse jongeren wordt de taalbeheersing van hun ouders aan de orde gesteld. De jongens verklaren dat de vaders in tegenstelling tot de moeders wel Nederlands spreken. Bij beelden van een slagerij waarin ook over het gebruik van de taal tussen vader en zoon gesproken wordt, zegt de commentaarstem:

 

 

"Ouders hebben dus doorgaans weinig greep op hun kinderen. Daarom is voor hen het motto 'tot aan de deur probeer ik ze in de gaten te houden, en daarbuiten mag de politie op ze letten.' De Turken zijn doorgaans niet blij als je ze vraagt naar de problemen met hun kinderen."

 

 

De uitzending eindigt met een vraaggesprek met de in de wijk werkende pastoor Wentink, die zich positief uitlaat over de verhouding tussen Nederlanders en buitenlanders in de wijk. De woorden van de pastoor worden gevolgd door het volgende commentaar.

 

 

"Wie de stellingname van pastoor Wentink weet te ontdoen van het overdreven vredelievende, houdt een visie over die even reëel als hoopvol is. Hoewel de oorspronkelijke bewoner 's avonds nog steeds liever binnen blijft."

 

 

De uitzending eindigt daarop met het beeld van de al eerder in het programma opgetreden oudgroen
teman Van Hassel aan wie de vraag wordt gesteld:

 

 

"U maakt nu een wandeling, doet u dat 's avonds ook nog wel eens".

 

 

Het antwoord luidt:

 

 

"Nee. Nee-Nee. Nee, alsjeblieft niet. Er zijn er al een paar in elkaar geslagen hier. Mensen die gewoon liepen en met een steen op de kop geslagen werden en nou in de rolstoel zitten. Nee, daar prakkizeer ik niet over."

 

 

In de aflevering van het programma Ooggetuige van 24 februari 1993 is de volgende rectificatie uitgezonden.

 

 

"Vorige week bevatte de aflevering van Ooggetuige een reportage uit een deel van de Utrechtse wijk Lombok.
RTL4 heeft met deze uitzending niet de indruk willen wekken dat er een causaal verband bestaat tussen de aanwezigheid van allochtonen in de wijk en criminaliteit.
Tenslotte is van belang te melden dat niet alleen de jongste van de vijf daders is veroordeeld voor diefstal en geweld dat de dood van een 82 jarige vrouw tot gevolg had, maar dat ook de andere daders zijn veroordeeld en langdurige gevangenisstraffen hebben gekregen.
RTL4 blijft overigens voor de volle 100% staan achter de strekking van de uitzending van vorige week."

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De klacht is dat de televisie-uitzending discriminerend is ten opzichte van buitenlanders en doorspekt is met racisme. Hoewel de schijn gewekt wordt dat er hoor en wederhoor wordt toegepast en dat een objectief beeld van de wijk wordt gegeven, wordt intussen de suggestie gewekt dat de oorspronkelijke Nederlandse bewoners verdrongen zijn door buitenlanders, die zich schuldig maken aan strafbare feiten en die aan hun gerechte straf trachten te ontkomen door het toepassen van trucs. Klagers wijzen op de vergelijking, die gemaakt wordt met een wedstrijd en de conclusies van de commentator, die niet onderbouwd zijn zoals "Het lijkt er dus op of alle vooroordelen ten opzichte van vooral Turkse en Marokkaanse jongeren bevestigd worden" en "Ouders hebben dus doorgaans weinig greep op hun kinderen".
De positieve visie van pastoor Wentink wordt afgezwakt:
"Wie de stellingname van pastoor Wentink weet te ontdoen van het ouerdreven vredelievende".
In de rectificatie is het gebruik van het woord "truc" niet teruggenomen. Het aanbod van RTL4 aan de bewoners van de wijk in de volgende uitzending te komen is afgewezen omdat niet het vertrouwen bestond voor een objectieve benadering.

 

Betrokkenen hebben geantwoord dat de uitzending niet meer doet dan weergeven wat er in de wijk zelf leeft. Het is daarvan een registratie. Wanneer uit de uitzending het beeld oprijst van discriminatie of racisme dan is dat dus niet te wijten aan de programmamakers. De redactie blijft dan ook nog steeds volledig achter de uitzending staan. Wat betreft het woord "truc", bij het gebruik daarvan wordt niet gedoeld op de daders maar op hun advocaten. Betrokkenen zijn overigens van mening dat dit punt in de rectificatie wel degelijk is rechtgezet. Betrokkenen bestrijden tenslotte dat de ter zitting verschenen heren Planthof en Meijer afkomstig zijn uit de wijk zodat zij niet-ontvankelijk zijn.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad gaat er vanuit dat de ter zitting verschenen S. Planthof en F. Meijer beide klagers vertegenwoordigen. Van niet-ontvankelijkheid is daarom geen sprake.

 

De klacht betreft de belangrijke maatschappelijke vraagstukken van racisme en discriminatie. Het gaat daarbij om een zeer gevoelige materie. De journalist dient zich er van bewust te zijn dat de grootste zorgvuldigheid geboden is wanneer deze onderwerpen aan de orde (kunnen) komen.

 

 

De aangevallen uitzending gaat over de verhouding tussen Nederlanders en buitenlanders in de Utrechtse wijk Lombok. Betrokkenen hadden zich moeten realiseren dat dit onderwerp raakt aan het probleem van racisme en discriminatie.

 

 

Anders dan betrokkenen stellen is de Raad van oordeel dat de programmamakers niet hebben volstaan met een objectieve weergave van hetgeen in de wijk leeft. Het commentaar bij de beelden en de getoonde vraaggesprekken spelen naar het oordeel van de Raad in op racistische en/of discriminatoire opvattingen jegens buitenlanders. Dat gebeurt in de inleiding door het naast elkaar leven van verschillende bevolkingsgroepen in de wijk te vergelijken met een permanente wedstrijd waarbij de buitenlanders (Turken) in de meerderheid zijn. Ten aanzien van die meerderheid wordt vervolgens een sterk negatief beeld opgeroepen door twee ernstige misdrijven van Marokkaanse en Turkse jongeren te vermelden.

 

 

Het negatieve effect van deze misdrijven wordt versterkt door bij het vermelden daarvan beelden van het plegen van misdrijven te tonen, die met de onderhavige misdrijven niets te maken hebben en waarbij de muziekkeus een sfeer van angst en bedreiging oproept. Voorts wordt de suggestie gewekt dat in het meest ernstige geval alleen de jongste van de daders gestraft werd door het toepassen van een truc. De rectificatie van deze feitelijke onjuistheid heeft de negatieve suggestie van de oorspronkelijke uitzending niet meer kunnen wegnemen. Bovendien is ten onrechte het gebruikte woord "truc" niet teruggenomen. Het verweer van betrokkenen dat bedoeld is te zeggen dat niet de verdachten maar hun advocaten voor die "truc" hebben gekozen vindt geen enkele steun in de tekst van de uitzending, die immers nergens over deze advocaten rept.

 

 

De uitzending als geheel bevordert net oproepen van racistische en/of discriminatoire gevoelens bij
de kijkers door vervolgens te suggereren dat zelfs "een goedwillende" zoals de maatschappelijk werkster Greet Baars nu bijna niet meer ontkomt aan een negatief oordeel over de buitenlanders in de wijk. Dat gegeven komt terug in de mededeling dat de Nederlanders, die nog in de wijk wonen "de situatie met argwaan bezien". Het positieve geluid van pastoor Wentink wordt afgezwakt.

 

 

Op grond van al het bovenstaande is de Raad van oordeel dat betrokkenen door het commentaar bij de onderhavige uitzending en de selectie van beelden en geïnterviewden een eenzijdig beeld hebben opgeroepen van de wijk Lombok, waarbij de Turken en Marokkanen uit die wijk sterk negatief zijn belicht met als gevolg dat de uitzending bestaande vooroordelen tegen buitenlanders kan bevorderen of oproepen. Door de uitzending aldus te maken hebben betrokkenen de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

 

De Raad verzoekt betrokkenen deze uitspraak m een van zijn uitzendingen geheel of in samenvatting bekend te maken.

 

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 5 november 1993 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, mr T. Faber-De Heer, mevrouw A.G. Scherphuis en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

 

 

 

 

RvdJ 1993, 19.