1993/17 gegrond

De hoofdredacteur van Dagblad de Gooi- en Eemlander tegen de hoofdredacteur van De Journalist

In een brief van 31 maart 1993 met vier bijlagen heeft J.H. van Zenderen, hoofdredacteur van het Dagblad De Gooi- en Eemlander, (klager) een klacht ingediend tegen W. Verbei, hoofdredacteur van De Journalist (betrokkene). De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 oktober 1993. Partijen waren beiden in persoon aanwezig.

De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist in een samenstelling van uier leden in plaats van vijf.

DE FEITEN

In De Journalist van 12 maart 1993 is onder de kop "Opnieuw onrust bij De Gooi- en Eemlander" een bericht verschenen over een conflict tussen klager als hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander en een verslaggever van deze krant. Het bericht opent met de volgende alinea:
"Een onhandige uitglijder van een van de verslaggevers van De Gooi- en Eemlander is aanleiding geworden voor een fikse crisis tussen redactie en hoofdredactie van deze krant."
Over de inhoud van het conflict en de verdere gang van zaken wordt onder meer het volgende meegedeeld.

"Het samengevatte relaas van enkele redacteuren, die niet met naam en toenaam willen worden genoemd, ziet er als volgt uit. Een verslaggever komt terug van een persconferentie en maakt zijn verhaal. Later blijkt dat de pagina extra kopij kan gebruiken. Onder tijdsdruk en de eigen aantekeningen niet direct bij de hand hebbend, besluit de verslaggever zijn artikel aan te vullen met fragmenten uit het ANP-verhaal over hetzelfde onderwerp. Hij ziet daarbij over het hoofd dat- hoewel in het ANP-artikel citaten staan die de verslaggever ook tijdens de persconferentie had opgetekend - het hier een exclusief interview betreft. Een aantal 'geleende' uitspraken kan derhalve niet anders dan van het ANP afkomstig zijn. Maar de verslaggever vergeet onder druk van de zaktijd zijn eigen naam boven het nu opgelegde artikel weg te halen.
ANP-hoofdredacteur P. Gaanderse stuurt na publikatie een brief aan de G&E-hoofdredactie om opheldering te vragen. Deze ontslaat de verslaggever aanvankelijk op staande voet. In een daarop volgend gesprek wordt die sanctie vervangen door een berisping en overplaatsing naar een andere redactie."

In De Journalist van 26 maart 1993 is onder de kop "Excuus" het volgende bericht met als ondertekening "Redactie De Journalist" opgenomen.

"Het bericht 'Opnieuw onrust bij De Gooi- en Eemlander' in De Journalist nr. 5 (dd 12.3.93) vormde voor de hoofdredacteur van die krant, Hans van Zenderen, aanleiding zich bij de redactie te beklagen over het feit dat bij het tot stand brengen van dit bericht geen wederhoor is toegepast, terwijl dit in de gegeven situatie correct zou zijn geweest. Met deze opvatting heeft de redactie van De Journalist haar instemming betuigd; wij bieden ons excuus aan voor de eenzijdige berichtgeving. Wegens het individuele karakter van de in het betreffende bericht aangesneden problematiek, ziet Van Zenderen in het onderhavige geval overigens af van een verdere reactie."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager tegen de publikatie van 12 maart zijn tweeledig: het stuk bevat feitelijke onjuistheden en ten onrechte werd geen wederhoor toegepast. Over beide punten deed klager rechtstreeks zijn beklag bij betrokkene. Dat leidde tot het excuserende bericht in De Journalist van 26 maart 1993. Het excuus van de redactie betreft het ten onrechte niet toepassen van wederhoor. Daarmee is dat onderdeel van klagers bezwaren afgehandeld.

Dat geldt niet voor de feitelijke onjuistheden. De belangrijkste daarvan is de mededeling dat hij de verslaggever aanvankelijk op staande voet zou hebben ontslagen. Dat is niet juist. Het gesprek met de verslaggever vond plaats in het bijzijn van twee adjunct-hoofdredacteuren van De Gooi- en Eemlander. Klager verwijst naar een verklaring van deze beiden. Daarin wordt bevestigd dat noch tijdens dat gesprek noch later de verslaggever ontslag op staande voet is aangezegd.

Betrokkene heeft geantwoord dat het stuk in De Journalist vanaf de woorden "Het samengevatte relaas" tot aan het slot uitsluitend weergeeft wat de visie is van de in het stuk bedoelde redacteuren van De Gooi- en Eemlander. De zinsnede over het ontslag op staande voet is naar het oordeel van betrokkene geen zuiver feitelijke mededeling, die zich leent voor een correctie. In het overleg met klager is wel de mogelijkheid besproken de visie van klager weer te geven. Die zou dan echter niet alleen de kwestie van het ontslag moeten betreffen maar ook de overige punten, die volgens klager onjuist waren. Dat laatste achtte klager niet gewenst en noodzakelijk, zo heeft betrokkene althans begrepen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de context van het door klager aangevallen artikel, waarin de verslechterende verhoudingen tussen hem en de bij de krant werkende journalisten worden geschetst is de mededeling dat klager in een bepaald conflict met een van de verslaggevers het zware middel van ontslag op staande voet zou hebben gebruikt van zwaarwegende strekking. Doordat betrokkene naar hij achteraf zelf heeft erkend ten onrechte geen wederhoor had toegepast heeft klager deze onjuistheid (en andere) niet kunnen weerspreken. De Raad is van oordeel dat betrokkene in de gegeven omstandigheden en gelet op het uitdrukkelijke verzoek daartoe van klager in het excuserende bericht van 26 maart ook had moeten opnemen dat volgens klager van een aanzegging van ontslag op staande voet geen sprake was geweest. Door dat niet te doen heeft betrokkene de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar was.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Journalist te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 oktober 1993 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, W.H.K. Ammerlaan en mr B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1993, 17.