1993/16 ongegrond

J.M.A. van Atteveld (OvJ) tegen de hoofdredacteur van de Telegraaf

In een brief van 4 mei 1993 met zes bijlagen heeft mr J.M.A. van Atteveld, Officier van Justitie te Maastricht (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Telegraaf, mr J. Olde Kalter (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 2 juni 1993.

De Raad heeft op 4 oktober 1993 over de zaak geoordeeld op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling. De Raad heeft de beslissing genomen met uier leden in plaats van vijf met toestemming van partijen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten. In de Telegraaf van 10 april 1993 is onder de kop "Verdachte van carnavalsmoord mogelijk vrijuit" een bericht van drie alinea's gepubliceerd waarvan de eerste twee luiden als volgt:

"De 20-jarige Maastrichtenaar V.H., die 's zaterdags voor carnaval een 18-jarige inwoner van Gorinchem heeft doodgestoken, komt waarschijnlijk op 12 mei op vrije voeten. Op die dag moet de Maastrichtenaar voor de rechtbank verschijnen. De verdachte bevindt zich thans in het huis van bewaring in zijn woonplaats. V.H. zal door de rechter niet voor moord of doodslag vervolgd worden. Daarvoor heeft de recherche na wekenlange verhoren geen afdoende bewijzen kunnen verzamelen. Als de verdediger pleit voor wettelijke zelfverdediging, wordt dat door de rechter gehonoreerd. Dat is vernomen in kringen van justitie in Maastricht."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen het feit dat het bericht verwijst naar "kringen van justitie". Volgens klager vond geen navraag plaats bij het Openbaar Ministerie. Klager meent dat de bron waar de krant zich op beroept dus niet uit kringen van justitie afkomstig kan zijn.

Volgens het antwoord van betrokkene zijn de gegevens uit het bericht afkomstig van een doorgaans goed ingelichte informant, een persoon werkzaam bij een instelling van justitie in de regio Zuid-Limburg. De naam van de informant is door betrokkene geheim gehouden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft gesteld dat het OM te Maastricht niet de bron van informatie van de journalist geweest kan zijn. Hieraan verbindt klager het bezwaar dat in het stukje ten onrechte over "justitiƫle kringen" is gesproken.

Naar het oordeel van de Raad heeft het begrip "kringen van justitie" een ruimere betekenis dan uitsluitend het Openbaar Ministerie. De Raad heeft niet kunnen vaststellen wie door de journalist geraadpleegd is en dus ook niet of deze behoort tot het OM te Maastricht dan wel tot "justitiƫle kringen" in ruimere zin. Reeds daarom moet de Raad de klacht ongegrond verklaren.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Telegraaf te publiceren .
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 4 oktober 1993 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, W.H.K. Ammerlaan en mr B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1993, 16.