1993/13 ongegrond

Mevrouw mr dr I.E. Loembang Tobing-Klein tegen de redactie van Nos-Journaal

In een brief van 16 juli 1992 met vijf bijlagen heeft mr R. Power te IJsselstein namens mevrouw mr dr 1. Loembang Tobing-Klein (klaagster) een klacht ingediend tegen de redactie van het Nos-Journaal (betrokkenen). Deze hebben op de klacht gereageerd in een brief van 14 september 1992.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 september 1993. Klaagster was in persoon aanwezig samen met mr R. Power. Namens betrokkenen zijn verschenen mr B. Snijder en J. Rodenburg.

DE FEITEN

Op 18 mei 1991 werd de heer F.H. Herrenberg, directeur van het kabinet van de toenmalige Surinaamse legerleider D. Bouterse, door de Nederlandse autoriteiten in Nederland gearresteerd en uitgezet naar Suriname wegens het ontbreken van een visum voor Nederland. Aan dit feit is aandacht besteed in het Nos-journaal van die dag. Het journaal vertoonde in een nieuwsflits van enige minuten beelden van het gedwongen vertrek van Herrenberg via de luchthaven Schiphol. Daarbij wordt ook getoond hoe Herrenberg vlak voor hij het vliegtuig ingaat een hem kennelijk bekende vrouw omhelst gevolgd door de afscheidswoorden "dag schatje, ik kom gauw weer terug."

In het commentaar bij het Nos-journaal wordt dit onderdeel van de nieuwsflits ingeleid met de mededeling dat er op Schiphol ook aanhangers van Herrenberg aanwezig waren.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is een Surinaamse diplomaat die geaccrediteerd is in Nederland. Haar bezwaar tegen bovenbedoelde nieuwsbeelden is dat zij wordt afgeschilderd als een aanhangster van Herrenberg, die op Schiphol aanwezig was om deze bij zijn vertrek te begeleiden. Dat is in strijd met de werkelijkheid. Zij was en is het met de ideeën van Herrenberg niet eens. Zij beschouwt zichzelf integendeel als een voorvechtster van de democratie. Zij was ook niet op Schiphol om Herrenberg uitgeleide te doen. Zij was daar toevallig aanwezig in verband met het ver
trek van de ex-minister van Binnenlandse Zaken van Suriname, mevrouw E.A. Alexander-Vanenburg en haar echtgenoot. Herrenberg overviel haar met zijn begroeting. Zij voorzag op dat moment niet dat beelden daarvan in het Nos-journaal terecht zouden komen en nog minder het daarbij uitgesproken commentaar. De verkeerde indruk die met name bij de Surinaamse bevolking met de uitzending is gewekt heeft schade opgeleverd aan haar reputatie.

Na de nieuwsuitzending van 19.00 uur is aan de NOS verzocht de beelden niet te herhalen in de uitzending van 20.00 uur. Dit verzoek heeft de NOS niet ingewilligd en evenmin is de NOS later bereid gebleken excuses te maken. Wel is in de in Nederland verschijnende Maandkrant Suriname van 9 juli 1991 een artikel gepubliceerd waarin de juiste gang van zaken is weergegeven.

Betrokkenen hebben geantwoord dat er geen sprake is geweest van opzet om de persoon van klaagster te schaden. Toen de beelden gemaakt werden, en bij de eerste uitzending daarvan, was de identiteit van de vrouw die door Herrenberg werd begroet bij de NOS niet bekend. Het woord "aanhanger" is gezien de context niet gebruikt als aanhanger in politieke zin maar in de zin van vriend en persoonlijke sympathisant, dit in tegenstelling tot de "boosheid" van de autoriteiten. De eindredacteur, die de klacht over de nieuwsflits na de uitzending van 19.00 uur ontving, achtte de bezwaren te gering om iets te veranderen aan de uitzending van 20.00 uur. Thans nog zijn betrokkenen van mening dat de reportage voor klaagster geen negatieve gevolgen gehad moet kunnen hebben. Het kan niet zo zijn dat een gevestigde reputatie door het vertonen van de beelden van deze begroeting in gevaar is gebracht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gaat in deze zaak om televisiebeelden, die van een onjuiste toelichting zijn voorzien. De Raad acht het aannemelijk dat klaagster niet als aanhangster van Herrenberg op de luchthaven Schiphol aanwezig was om deze uitgeleide te doen bij zijn uitzetting uit Nederland op 18 mei 1991. Het in het NOS-JOURNAAL gebezigde woord "aanhanger" kan naar het oordeel van de Raad niet anders uitgelegd worden dan als aanhanger in politieke zin. Daarmee is ten aanzien van klaagster een verkeerde indruk gewekt. Hoewel het dus beter zou zijn geweest wanneer betrokkenen dat woord in verband met klaagster hadden vermeden is de Raad van oordeel dat betrokkenen door het vertonen en becommentariëren van de nieuwsflits niet de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad overweegt daarbij dat klaagster op onnadrukkelijke wijze in beeld is gebracht, dat haar naam niet is genoemd, dat zij alleen op de rug was te zien en daardoor nauwelijks herkenbaar was alsmede dat dit beeld slechts enkele seconden heeft geduurd.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een van de uitzendingen van de NOS.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 27 september 1993 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, M.J. Kes, J.M.P.J. Verstegen en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Kartsen als secretaris.

RvdJ 1993, 13.