1993/10 gegrond

Het FNV-Vrouwensecretariaat de hoofdredacteur van Rails

Bij brief van 18 augustus 1992 met twee bijlagen en een aanvullende brief van 12 oktober 1992 met twee bijlagen heeft het Vrouwensecretariaat van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), hierna ook te noemen klaagster, een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het maandblad Rails, M.J. van Sinderen (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 26 oktober 1992 en een nadere brief van 25 juni 1993 met bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 1993. Klaagster werd vertegenwoordigd door mevrouw L. Bijleveld. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In het maandblad Rails van augustus/september 1992 is onder de kop "Dressed to Kill" een modereportage gepubliceerd. De reportage bestaat uit drie foto's, die over twee bladzijden zijn afgedrukt en twee foto's, die ieder één bladzijde beslaan. De foto's vertonen telkens afbeeldingen van een man en een vrouw met uitzondering van de laatste foto waarop alleen de vrouw is afgebeeld. Op de eerste foto bedreigt de man de vrouw met een pistool, op de tweede foto zijn de armen van de vrouw boven haar hoofd vastgebonden met een touw, op de derde foto is de vrouw geblinddoekt, op de vierde foto loopt de man met de vrouw in machteloze staat in zijn armen en op de vijfde foto ligt de vrouw afgebeeld op de grond gedeeltelijk bedekt door wat vermoedelijk een plastic zak is en stenen.

De reportage is niet voorzien van begeleidende tekst. Onder de kop staat slechts vermeld het volgende.
"Rails regisseert een modieuze thriller. Hoofdrolspelers: huurmoordenaar en gangsterliefje. Inzet: leven of dood. Kleding: mannenpakken. Afloop: fataal. Produktie Karen Schoolland, fotografie Carli Hermes, styling Mariëtte de Jonq, visagie Dirk Jensma."
Op iedere foto staat vermeld wat de afgebeelde personen dragen met vermelding van de prijs en het verkoopadres.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van oordeel dat de reportage de grenzen van het betamelijke overschrijdt.
"Geweld tegen vrouwen tot de dood erop volgt om stoere herenkleding aan te prijzen. Sexy bedoelde dameskleding die een moordpartij 'uitlokken'.
En dat in een blad dat door jong en oud in de trein gelezen moet worden.
Grappig bedoeld of niet: in de loop der jaren zijn er een aantal normen ontwikkeld en grenzen vastgesteld wat betreft de manier waarop vrouwen en mannen afgebeeld worden in publieksbladen.
De Europese (lommissie heeft een aanbeveling en gedragscode vastgesteld betreffende de 'Bescherming v de waardigheid van vrouwen en mannen op het werk'. Nederlandse regering ontwikkelt een beleid om seksuele intimidatie te bestrijden en om seksueel geweld tegen te gaan."

Betrokkene heeft hiertegen het navolgende aangevoerd.
1. Het nummer van Rails was gewijd aan het nieuw uitgaansseizoen. De reportage werd genoemd naar de gelijknamige film uit het thriller-genre en geen een karikaturale portrettering van de traditionele cliché's en de stereotiepe man/vrouwverhoudingen uit dit genre.
2 De uitgever en redactie van Rails hebben geen commercieel belang bij promotie van de in de reportage getoonde kleding.
3. Het behoort tot de journalistieke en artistieke vrijheid van de makers van de reportage de afgebeelde kleding door de selectie uit het ruime aanbod, de regie van de reportage, de keuze van modellen, lokatie en fotografische stijlmiddelen een bepaald accent te geven, in dit geval dat van het thrillerfilm genre.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad gaat er vanuit dat de bekritiseerde (mode-)reportage een journalistiek produkt is, zij het dat deze een sterk aanprijzend karakter hee met betrekking tot de kleding van de gefotografeerde personen. Bij het afbeelden van geweld en moord in een dergelijke reportage zullen de grenzen van hetgeen journalistiek aanvaardbaar is, eerder zijn bereikt dan bij het afbeelden van geweld dat in werkelijkheid heeft plaatsgevonden of bij het afbeelden van fictief geweld als verslag van vormen van dramatische expressie zoals film en theater of om maatschappelijke vraagstukken aan de orde te stellen. In die laatste gevallen valt het afbeelden van geweld binnen de journalistieke vrijheid ook indien het publiek de afbeeldingen als schokkend of zelfs als onaanvaardbaar zal beschouwen.

In de onderhavige zaak vormt het beroep op die journalistieke vrijheid géén rechtvaardiging voor het afgebeelde geweld tussen een man en een vrouw gevolgd door moord nu daarmee kennelijk geen ander doel is beoogd dan het aanprijzen van nieuwe modekleding. Dat zou anders zijn als de reportage het verslag vormde van een show waarin de afgebeelde scenes te zien waren of met het doel geweld en mode als zodanig publiekelijk aan de orde te stellen.

Om deze redenen is de Raad van oordeel dat betrokkene met deze reportage van afbeeldingen van geweld tussen een man en een vrouw gevolgd door wat kennelijk een moord op de vrouw wil suggereren de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid van betrokkene, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in Rails wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 juni 1993 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr T. Faber De Heer, mr F. Kuitenbrouwer, mr A.J. Heerma van Voss en M.J. Kes, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1993, 10.