1992/9 gegrond

Drs R.W. Brouwer tegen J. de Haas, C.D. Sanders en J. Dalhuijsen

Bij brief van 5 januari 1992 met één bijlage heeft drs R.W. Brouwer te Villers-Ste-Gertrude te België (klager) een klacht ingediend tegen de journalisten J. de Haas en C.D. Sanders en de fotojournalist J. Dalhuijsen, allen verbonden aan De Telegraaf (betrokkenen). Betrokkenen hebben in een brief van 10 maart 1992 schriftelijk op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de raad van 26 juni 1992. Klager was in persoon aanwezig.

De feiten

In De Telegraaf van zaterdag 21 december 1991 is onder de kop "HOLLANDSE OORLOGSDREIGING IN ARDENNEN" een paginagroot artikel verschenen over de camping Gran Bru bij Durbuy in de Belgische Ardennen. Klager is eigenaar van deze camping. Bij het artikel zijn twee kleurenfoto's afgedrukt, die ongeveer de helft van de pagina beslaan. De ene foto geeft een beeld van een kennelijk tot de camping behorend gebouw met daarvoor geparkeerd een groene legerauto met het volgende bijschrift.

"Militaire voertuigen, zoals deze oude Nederlandse legertruck, zijn een gewoon beeld in het Ardennen-dorpje Villers Sainte Gertrude sinds Nederlandse militaristen hier trainen en vanuit de camping Gan Bru de bossen intrekken en in de omgeving marcheren." Op de andere foto staat een man afgebeeld met een anonimiseringsbalkje over het gezicht afgedrukt. Deze foto heeft het volgende bijschrift. "Roger Carleer, oudmajoor van de Belgische commandotroepen en Kongo-veteraan met oorlogswonden: ' 's Ochtends de vlag groeten en een ijzeren discipline. Onder mij gaat het er keihard aan toe. net als vroeger in Afrika...' ".
In een kolom terzijde van het artikel staat de volgende tekst afgedrukt.

"Het Belgisch Verkeersbureau in Amsterdam en het Nationaal Bureau voor Toerisme in Brussel wijzen Nederlanders op kwalijke praktijken in de populaire survival-wereld: in de Ardennen kunnen argeloze toeristen verzeild raken in extreem rechtse para-militaire kampen. Want wat op de Veluwe ondenkbaar is, gebeurt in de Ardennen, op vijftig kilometer van Maastricht. Gekleed in uniformen marcheren landgenoten door de straten en de bossen van het vredige Wallonië. De autoriteiten wijzen op de door Nederlanders gerunde camping Gran Bru bij het toeristenstadje Durbuy. Deze zomer nog werd daar een compleet militair kamp gesignaleerd. Eric Jurdant, directeur van de plaatselijke VVV: 'Ik schrok me wild, de rijkswacht loert op een geschikt moment om toe te slaan.' De eigenaar van Gran Bru, ex-tandarts Robbert Brouwer: 'Er zijn hier geen neo-nazi's, dat kamp afgelopen zomer werd bevolkt door Engelse veteranen uit de tweede wereldoorlog. De oudste was 84! ' .
Een impressie uit de mistige Ardennen."

In het artikel zelf komen behalve de directeur van het Belgisch Verkeers Bureau in Amsterdam, een woordvoerder van het Nationaal Bureau van Toerisme te Brussel en de bovengenoemde Eric Jurdant nog drie andere informanten aan het woord over de camping Gran Bru. De afgedrukte citaten bevatten alle negatieve uitlatingen over de camping met aanduidingen als "agressieve ultra-rechtse sfeer", "illegale camping", "beruchtste camping van Wallonië door de aanwezigheid van geüniformeerde fanatiekelingen", "nationaal probleem", "verzameloord voor rechtse groepen".

Klager zelf komt aan het woord in de volgende passages.

"Brouwer maakt trots melding van de mogelijkheden op zijn camping: 'We hebben diverse trainers. Een Nederlander in Brabant met hele colonnes militaire voertuigen, een oud-majoor van de Belgische commando's die in de Kongo nog een speer van een neger door zijn bast heeft gehad. Een survival-tocht in complete militaire uitrusting? U kunt het krijgen zoals u het wilt hebben !"
en
"Maar de Nederlandse eigenaar Robbert Brouwer ontkent iedere betrokkenheid met extreem-rechtse groeperingen. Aanvankelijk ontkent hij zelfs de aanwezigheid deze zomer van geüniformeerde lieden. Later zegt hij: 'Ik herinner het me, het ging om Engelse veteranen uit de oorlog. Die hebben nog tegen de nazi's gevochten, de oudste was 84 jaar!. Ik moet niets van ultra-rechts hebben, als ik een neonazi zie, dan wordt hij van Gran Bru verwijderd. Onze kok is nota bene joods! Denkt u dan dat ik dergelijke groepen hier toelaat?'''.

De standpunten van partijen

Klager acht zich geschaad in zijn reputatie en bedrijfsvoering door de suggestie uit het artikel dat hij en zijn bedrijf betrokken zouden zijn bij neo-nazistische groeperingen. Volgens klager is dit niet het geval. Hij is eigenaar sinds ongeveer twee jaar en heeft sindsdien alles in het werk gesteld een goede naam op te bouwen. Volgens klager vonden er ook onder de vorige eigenaar op de camping zelf geen activiteiten plaats, zoals die in het artikel worden beschreven. De camping geldt al sinds vele jaren als een bij vele Nederlanders geliefde familiecamping. De negatieve geruchten kunnen volgens klager uitsluitend betrekking hebben op activiteiten van de vorige eigenaar persoonlijk. Deze woonde aanvankelijk nog op het terrein maar is door hem daarvan verwijderd toen hij van deze geruchten op de hoogte raakte en hij ook zelf met ongewenste bezoekers van de vorige eigenaar werd geconfronteerd.

Klager is van oordeel dat hij door betrokkenen ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld zijn visie te geven. De journalisten zijn slechts eenmaal op bezoek geweest en hebben zich toen niet als zodanig bekend gemaakt. Zij deden zich voor als studenten, die informatie wilden over mogelijkheden voor een survival-tocht. Pas toen hij enige dagen later werd opgebeld met een vraag over zijn personalia met het oog op een artikel in De Telegraaf maakten de journalisten zich alsnog bekend. Na dit slechts zeer korte telefoongesprek waarin niets werd meegedeeld over de inhoud van het artikel, heeft klager zelf het initiatief genomen tot een tweede telefoongesprek. Daarin kreeg hij voor het eerst de beschuldiging van neonazistische activiteiten voorgelegd. Hij heeft daar toen ontkennend op gereageerd.
In hetzelfde gesprek heeft hij echter dringend verzocht om een tweede bezoek teneinde veel meer achtergrondinformatie te kunnen geven. Pas bij het verschijnen van het artikel begreep klager dat dit verzoek niet zou worden ingewilligd.

Beoordeling van de klacht

De klacht betreft de vraag of betrokkenen door aanvankelijk onder een dekmantel gegevens te verzamelen en door vervolgens slechts op het punt van de belangrijkste beschuldiging uit hun voorgenomen artikel, namelijk neo-nazistische activiteiten, een reactie te vragen voldoende wederhoor hebben toegepast. Gelet op het sterk negatieve karakter van de in het artikel vermelde feiten met betrekking tot klager met navenante gevolgen voor de reputatie van klager, is de Raad van oordeel dat dit niet het geval is. Dit klemt te meer nu deze beperkte vorm van wederhoor plaats vond op initiatief van klager waarbij deze uitdrukkelijk verzocht in een persoonlijk gesprek nadere informatie te mogen geven, naar onweersproken door klager is gesteld.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Telegraaf.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 26 juni 1992 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, mr E.C.M. Jurgens, mr A.J. Heerma van Voss en W. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karstens, secretaris.

RvdJ 1992, 9.