1992/7 ongegrond

M.J. Meijer te Zwolle tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant

In een brief van 5 december 1991 met zeven bijlagen heeft M.J. Meijer te Zwolle (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant, J. Bartelds (betrokkene). Deze heeft op de klacht geantwoord in een brief van 29 januari 1992 met vier bijlagen. Klager heeft daarop gereageerd in een brief van 10 februari 1992 met twee bijlagen.
De Raad heeft met toestemming van partijen over de klacht beslist op grond van de stukken derhalve zonder mondelinge behandeling op 27 maart 1992.

De feiten

In de Zwolse Courant van 9 december 1989 is onder de kop "Jehova's roepen rechter te hulp" verslag gedaan van een op 8 december voor de President van de rechtbank te Zwolle gevoerd kort geding tegen klager als gedaagde. Het begin van dit bericht luidt als volgt.

"Vier Zwolse gemeenten van Jehova's getuigen willen dat de rechter ingrijpt bij een 'lastercampagne' van de voormalig broeder, die in september uit de gemeenschap is verstoten na beschuldiging van 'overspel ' .
Volgens de gemeenteleden overspoelt de man hen sindsdien met 'lasterlijke brieven', waarin de Zwolse leiders van de gemeenschap van seksuele misstappen worden beschuldigd."

In een berichtje in een aflevering van de Zwolse Courant uit maart 1991 wordt bericht dat klager "uit rancune tectyl gespoten (heeft) in brievenbussen van Jehova's". In dat berichtje wordt klager niet met name genoemd. In de Zwolse Courant van 19 juni 1991 wordt onder de kop ×'Half jaar voorwaardelijk geëist voor intimidatie Jehova's getuigen" verslag gedaan van de behandeling van een tegen klager ingestelde strafzaak wegens de verdenking van laster, smaad en belediging.

De standpunten van partijen

Klager heeft zijn bezwaren samengevat als volgt.
"Nu de Zwolse Krant herhaalde malen heeft beweerd hoe Jehova Getuigen naar haar mening onder mijn acties te ×'lijden" hebben is het naar mijn mening redelijk dat zij ook bekend maakt hoe ik op initiatief van Jehova Getuigen onder de corruptie van de gevestigde autoriteiten lijd."
Betrokkene heeft geantwoord dat de krant in rechtstreekse correspondentie al aan klager heeft laten weten geen aanleiding te zien aan de berichtgeving iets toe te voegen omdat deze zich beperkt tot het vermelden van feiten.

Beoordeling van de klacht

Het stond betrokkene vrij zich in de berichtgeving over conflicten tussen klager en Jehova's getuigen te beperken tot nieuwsfeiten zoals een gevoerd kort geding, een aanhouding en een strafzaak. Betrokkene behoefde niet in te gaan op de achtergronden van het conflict of hetgeen zich mogelijk ten aanzien van klager afspeelt in de kring van Jehova's getuigen.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 27 maart 1992 door mr P.J. Boukema, mr L. van Vollenhoven, J. de Vries, mr F. Kuitenbrouwer en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1992, 7.