1992/2 gegrond

J.A.J. Bastiaans tegen Theo Vliegenberg

Per brief van 27 september 1991 met tien bijlagen heeft mr C.J. de Vos te Venlo namens mevrouw J.A.J. Bastiaans te Venlo (klaagster) een klacht ingediend tegen Theo Vliegenberg (betrokkene) wegens een publikatie in het Dagblad voor Noord-Limburg.
De hoofdredacteur van deze krant, A. Brattinga, heeft bij brief van 26 november 1991 met twee bijlagen namens betrokkene op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 januari 1992. Namens klaagster was aanwezig mr C.J. de Vos en namens betrokkene hoofdredacteur A. Brattinga.

De feiten

In de zaterdagbijlage "Plus" van het Dagblad voor Noord-Limburg van 17 augustus 1991 is onder de tussen aanhalingstekens gestelde kop "Ik jankte als een kind" met daarboven in kleinere letters "Na 50 jaar eerherstel voor Venlonaar Hendriks:" een artikel verschenen van Theo Vliegenberg over de oorlogsbelevenissen van Gerard Hendriks en de invloed daarvan op diens verdere leven waaronder het vermeend te boek staan als vrijwillig lid van de SS.

Het artikel bevat de volgende passages.
"Bijna vijftig jaar geleden, eind 1942, dook hij onder nadat hij een oproep had gekregen om in Duitsland te gaan werken. Hij werd echter opgepakt en alsnog naar Duitsland gevoerd. In zijn boek 'Lotgevallen van een dwangarbeider', waarmee hij afrekende met zijn oorlogsfrustraties, beschrijft hij hoe zijn (eerste) vrouw hem had verraden en daarna in Venlo het gerucht verspreidde dat hij zich als vrijwilliger bij de SS had gemeld."
"Waar ik wel meteen werk van heb gemaakt is van de scheiding van mijn eerste vrouw. Meteen na de oorlog zag ik haar in het politiebureau in Venlo. Ik vroeg haar of ze me verraden had. Dat gaf ze toe. 'Als ik het niet had gedaan, had Berendsen je toch te pakken gekregen. Hij zat je op het spoor', vertelde ze. Berendsen was de beruchte NSB-politieman en WA-chef. Hij joeg medogenloos op onderduikers en werd de schrik van Venlo genoemd."

"Ik heb nog steeds hoop dat mensen op een goede manier met elkaar omgaan. Daarom vertrouw ik er ook op, dat ik uiteindelijk ook in alle opzichten eerherstel krijg. En wat mijn eerste vrouw betreft: ik zou nog wel eens met haar willen praten. Willen weten waarom ze me verraden heeft. Ik vraag me wel eens af of ze onder dwang heeft gehandeld."

De standpunten van partijen

Klaagster voelt zich aangetast in haar eer en goede naam en ook overigens geschaad in haar belangen door de in het artikel geuite valse beschuldigingen. De journalist had niet mogen afgaan op de beweringen van haar vroegere echtgenoot in het boek en het interview. Hij had nader onderzoek moeten doen. Hoewel zij niet met name wordt genoemd is zij in de kleine gemeente Venlo waar zij al bijna 70 jaar woont voor iedereen herkenbaar en gemakkelijk traceerbaar.

De stelling van betrokkene is dat hij geen nader onderzoek behoefde te doen omdat de beschuldigingen overgenomen zijn uit het al eerder in het openbaar verschenen boek van Hendriks. In het artikel wordt naar dit boek verwezen. Dit boek is uitgekomen bij een uitgever te Venlo en moet derhalve in Venlo een behoorlijke verspreiding gehad hebben. Klaagster heeft tegen dat boek géén actie genomen en evenmin tegen eerdere publikaties waarin naar dat boek wordt verwezen te weten het in Venlo verspreide huis-aan-huisblad De Trompetter en het verenigingsblad van de Socialistische Partij "Tribune". Toen klaagster via mr De Vos bij de krant bezwaar maakte is haar aangeboden een ingezonden brief te plaatsen. Daarop is klaagster niet ingegaan.

Beoordeling van de klacht

De klacht betreft het publiceren van een beschuldiging van zeer ernstige aard in een zeer gevoelige materie namelijk verraad aan de Duitse bezetter. Dit verraad wordt toegeschreven aan de vroegere echtgenote van de hoofdpersoon uit het artikel, welke vrouw nog in leven is, in dezelfde betrekkelijk kleine plaats woont en die derhalve gemakkelijk te identificeren is. In het artikel wordt de beschuldiging vermeld als vaststaand feit, ook al geschiedde de vermelding in de vorm van citaten uit het boek van Hendriks of het met hem gehouden interview. Betrokkene had naar het oordeel van de Raad die beschuldiging niet op deze wijze mogen overnemen zonder klaagster te horen of anderszins nader onderzoek te doen en daarvan in de publikatie melding te maken.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat betrokkene de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door een zeer ernstige beschuldiging in zijn artikel over te nemen zonder aan te geven dat het niet gaat om een vaststaand feit en zonder naar die beschuldiging nader onderzoek te doen.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad voor Noord-Limburg te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 10 januari 1992 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr E.C.M. Jurgens, mr T. Faber de Heer, mevrouw A.G. Scherphuis en mevrouw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1992, 2.