1992/18 ongegrond

De Nederlands Russische Kamer van Koophandel tegen Hans van Alphen

In een brief van 19 mei 1992 en een aanvullende brief van 20 mei 1992 met één bijlage heeft G.P.M. Louwerens als voorzitter van het bestuur van de Nederlands Russische Kamer van Koophandel (klaagster) een klacht ingediend tegen Hans van Alphen (betrokkene) wegens een artikel in de Haagsche Courant. Betrokkene heeft op de klacht gereageerd in een brief van 22 juni 1992. Klaagster heeft vervolgens gerepliceerd in een brief van 7 juli 1992 waarna een schriftelijke dupliek van betrokkene volgde van 5 augustus 1992.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 november 1992. Klaagster werd op die zitting vertegenwoordigd door G.P.M. Louwerens. Betrokkene was in persoon aanwezig.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Na het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie werd op 30 december 1991 de Stichting Nederlands Russische Kamer van Koophandel opgericht ter bevordering van contacten tussen het Nederlandse bedrijfsleven en de GOS-landen. G.P.M. Louwerens is voorzitter van het bestuur van de stichting. De Kamer kan ook vertegenwoordigd worden door J. Hendriks, die enig bestuurder is van een door de Kamer gevolmachtigde andere stichting.

In het voorjaar van 1992 heeft de Kamer een groot aantal Nederlandse bedrijven aangeschreven en naar aanleiding daarvan heeft betrokkene een artikel geschreven met achtergrondinformatie over de Kamer. Dit artikel is gepubliceerd in de Haagsche Courant van 9 mei 1992 onder de kop "De wondere wereld aan Lange Voorhout nr.7" met daarboven in kleinere letters "Nederlands-Russische Kamer van Koophandel in opspraak". Het artikel wordt ingeleid met de volgende tekst.

"Vanuit een kraakpand aan het Haagse Lange Voorhout opereert sinds kort de stichting Nederlands-Russische Kamer van Koophandel. Een louche organisatie, wordt gezegd. De eigenaar zou failliet zijn, maar beweert zelf nog 12 miljoen gulden tegoed te hebben van de overheid."

Het artikel bevat in de eerste kolom de volgende passage.

"Wie contact opneemt met de Haagse organisatie wordt keurig te woord gestaan. Geen moment heeft men de indruk met een eenmanszaak van doen te hebben. Maar toch is dat zo. Er is geen telefoniste voorhanden bij de Nederlands-Russische Kamer van Koophandel. Evenmin ander personeel. De telefoon wordt er steevast opgenomen door ene Guido Louwerens (48), de enige bestuurder c.q. werknemer. Maar volgens de statuten is er ook nog één gevolmachtigde, de in Den Haag en omstreken beruchte Jos Hendriks (44). Een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken."

Het artikel gaat daarna uitvoerig in op andere activiteiten van J. Hendriks, diens faillissement en claim van 12 miljoen gulden op de Nederlandse overheid, alsmede op een voor de rechter gebracht conflict tussen Hendriks en een voormalige zakelijke partner.

De standpunten van partijen

De klacht richt zich in de eerste plaats tegen de betiteling van de Kamer als een louche organisatie. Daarnaast signaleert klaagster een aantal feitelijke onjuistheden waaronder de volgende: Hendriks is niet de man achter de Kamer, de Kamer zit niet in een kraakpand. Stichtingen hebben geen "eigenaar". De gesuggereerde eigenaar is niet failliet.

Betrokkene heeft geantwoord dat er gerechtvaardigde twijfels bestaan over het optreden van de Kamer. J. Hendriks, die wel degelijk bij de Kamer betrokken is heeft volgens betrokkene in Den Haag een slechte naam en is failliet verklaard. De Kamer zelf is betrokken geweest bij de mislukte tournee van een orkest uit Sint Petersburg. Later had de Kamer ook bemoeienis met de mislukte tournee van een dansgroep.
Betrokkene is van oordeel dat in het artikel aan het publiek noodzakelijke voorlichting wordt gegeven over de Nederlands Russische Kamer van Koophandel, die naar de mening van betrokkene op geen enkele wijze te vergelijken is met instituten als de Nederlands Amerikaanse of Nederlands Britse Kamer van Koophandel.

Beoordeling van de klacht

De Raad constateert dat de aangevallen publikatie inderdaad een aantal feitelijke onjuistheden bevat: het kantoor van de Kamer is niet gevestigd in een kraakpand; daar een stichting geen eigenaar heeft kan evenmin juist zijn dat de "eigenaar failliet zou zijn". Genoemde onjuistheden acht de Raad in het artikel als geheel van ondergeschikte betekenis zodat de klacht daarover niet gegrond wordt bevonden. Voorzover in het klaagschrift onjuistheden gesignaleerd zijn met betrekking tot J. Hendriks heeft de Raad niet kunnen vaststellen waar het gelijk ligt. Ook de klacht over deze onjuistheden acht de Raad daarom ongegrond.
Eveneens ongegrond acht de Raad het bezwaar tegen de mededeling uit het artikel dat J. Hendriks de man achter de Kamer is daar genoemde Hendriks als bestuurslid van een door de Kamer gevolmachtigde stichting wel degelijk namens de Kamer kan optreden. De in de inleiding van het artikel gegeven kwalificatie "louche organisatie" acht de Raad niet waargemaakt. Dit onderdeel van de klacht is daarom gegrond.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat betrokkene de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door in de inleiding op een artikel over de Nederlands Russische Kamer van Koophandel te Den Haag deze organisatie te betitelen als louche zonder deze kwalificatie in het artikel waar te maken. Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in de Haagsche courant.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 november 1992 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, M.J. Kes, mr D.T. Dalmolen en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1992, 18.