1992/17 ongegrond

De Nederlands Russische Kamer van Koophandel tegen Theo Haerkens

In een brief van 25 mei 1992 met twee bijlagen heeft G.P.M. Louwerens als voorzitter van het bestuur van de Nederlands Russische Kamer van Koophandel te Den Haag (klaagster) een klacht ingediend tegen de aan de GPD verbonden journalist Theo Haerkens (betrokkene). Namens deze heeft mr A. Schaberg te Rotterdam op de klacht gereageerd in een verweerschrift van 8 juni 1992 met vier bijlagen.
Klaagster heeft schriftelijk gerepliceerd op 23 juni waarna nog een schriftelijke dupliek volgde van betrokkene op 22 september 1992.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 november 1992. Namens klaagster was aanwezig G.P.M. Louwerens. Betrokkene is in persoon verschenen en werd bijgestaan door mr A. Schaberg.

Feiten

Na een mislukte tournee door Nederland is het Georgisch Staatsdansensemble op 16 april 1992 per vliegtuig teruggereisd naar Moskou. Nadat de tournee was gestrand deed de organiserende stichting, de Stichting Internationale Culturele Projecten, een beroep op de Nederlands Russische Kamer van Koophandel te Den Haag voor het bijeen brengen van financiƫle middelen en het verkrijgen van andere hulp voor het verblijf en de terugreis van het dansensemble.

Aan deze nieuwe feiten is aandacht besteed in een artikel van Theo Haerkens, dat op 16 april 1992 is gepubliceerd in het Utrechts Nieuwsblad onder de kop "Georgische dansers vanmorgen na mislukte tournee vertrokken" met daarboven in kleinere letters "Ned.-Russische Kamer van Koophandel faalt opnieuw".

Het artikel bevat over het kantoor van klaagster de volgende passage
"Het pand aan de prestigieuze Lange Voorhout, waar de Ned.-Russische kamer van Koophandel kantoor houdt, symboliseert treffend de staat van ontbinding van de voormalige Sovjet-Unie. Het plafond is deels naar beneden gekomen. In de kale ruimte staan ijzeren dossierkasten en vier kolossale bureaus, bedekt met een stoffig laagje paperassen. Links en rechts staan wat smoezelige telefoontoestellen, de kabels lopen kris-kras door het lokaal en overal liggen schroevendraaiers. Twee hoorns liggen naast de haak omdat er toch niemand is om ze op te nemen."
Over de voorzitter van het bestuur van klaagster, G.P.M. Louwerens, en medewerker J. Hendriks wordt onder meer het volgende geschreven.
"Ze hebben noch serieuze contacten in de GOS-landen noch bij het Nederlandse bedrijfsleven. Contacten met instellingen die zich bezig houden met de RussischNederlandse betrekkingen mijden ze 'omdat die staan voor de verouderde structuur' . "
Het artikel eindigt met de volgende zin
"De Nederlands-Russische Kamer van Koophandel had opnieuw gefaald."

De standpunten van partijen

Klaagster heeft bezwaar tegen het artikel om de volgende redenen.
1. Gesteld wordt dat de Kamer opnieuw heeft gefaald. Dat is onjuist. De Kamer heeft integendeel zeer veel ondernomen om hulp op gang te brengen met als resultaat dat het Ministerie van Algemene Zaken de terugreis van de groep per vliegtuig regelde.
2. Het artikel geeft ten onrechte een negatief beeld van het kantoorpand van de Kamer en haar activiteiten. De ruimte waar de journalist Haerkens ongevraagd binnenviel is een van de kantoorkamers, die juist werden opgeknapt en ingericht. Haerkens had zich over de serieuze contacten van de Kamer in de GOS-landen en met het Nederlandse bedrijfsleven beter moeten informeren.

De reactie van betrokkene luidt als volgt.
1 . Uit contacten van betrokkene met het Ministerie van Algemene Zaken en de Rijksvoorlichtingsdienst is gebleken dat deze organen werden ingeschakeld door de organisator van de tournee, de Stichting Internationale Culturele Projekten. Het ging hier dus niet om een initiatief van de Kamer, die er niet in slaagde het nodige geld voor de terugreis en niet gedekte verblijfskosten bijeen te brengen. In het artikel wordt daarom terecht gesteld dat de Kamer heeft gefaald. De Kamer is niet in staat gebleken haar goede contacten met het bedrijfsleven waar te maken.
2. Dat het kantoor van de Kamer door betrokkene Haerkens niet onjuist is beschreven blijkt uit andere publikaties over de Kamer, die verschenen na haar oprichting eind 1991. In verschillende van die publikaties wordt een soortgelijk beeld van het pand gegeven als in het artikel van Haerkens.

Beoordeling van de klacht

Het bezwaar van klaagster tegen de negatieve beeldvorming uit het artikel wordt door de Raad van de hand gewezen. Aan de Raad is niet gebleken dat de beschrijving van het kantoorpand van de Kamer en haar activiteiten onjuistheden bevat. De door betrokkene daaraan verbonden kwalificaties overschrijden niet de grenzen van het toelaatbare.

De mededeling dat klaagster opnieuw heeft gefaald acht de Raad wel onjuist. Betrokkene heeft in zijn artikel kennelijk willen betogen dat klaagster niet geslaagd is in haar pogingen adequate financiƫle hulp voor de Georgische dansgroep te organiseren. Voorzover dat juist is kan gesproken worden over falen. Het woordje "opnieuw" duidt echter op herhaald falen. Dat wordt in het artikel niet waargemaakt. Hoewel dit woordgebruik dus niet juist is, is de Raad van oordeel dat hier sprake is van een ondergeschikt punt en dat daarom niet gezegd kan worden dat betrokkene hiermee de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting door de GPD wordt verspreid.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 november 1992 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, M.J. Kes, mr D.T. Dalmolen en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1992, 17.