1992/15 ongegrond

De redactie van De Gay Krant tegen de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu en de redacteuren Ahmet Olgun en Theo Postma
Per brief van 25 mei 1992 met negentien bijlagen heeft de redactie van De Gay Krant (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu en de redacteuren Ahmet Olgun en Theo Postma (betrokkenen). Hoofdredacteur Jean Mentens heeft in een brief van 7 juli 1992 met 37 één bijlage namens betrokkenen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 september 1992. Klager werd vertegenwoordigd door hoofdredacteur Henk Krol en redacteur Emile Bootsma. Betrokkenen hadden bericht van verhindering gezonden.

De feiten

Op 10 april 1992 is het tweehonderdste nummer uitgekomen van De Gay Krant, een informatieblad over homofilie.
Naar aanleiding van dit nieuwsfeit is in de aflevering van Nieuwe Revu van 9 april 1992 een artikel verschenen van de redacteuren Ahmet Olgun en Theo Postma over het blad en haar hoofdredacteur Henk Krol. Onder de kop "Hoe Henk Krol z'n ideaal vermoordt" staat in kleinere letters "gesjoemel met oplagecijfers, geld, en personeel bij De Gay Krant". Bij het artikel is een foto afgedrukt van hoofdredacteur Henk Krol in de serre van zijn huis.

Het artikel bevat een hoeveelheid negatieve informatie over het personeelsbeleid van hoofdredacteur Krol in het algemeen, de beëindiging van het dienstverband met eindredacteur Arjen Broekhuizen, de naleving van een verspreidingscontract met het informatiebulletin AlDS-info en andere zaken. Daarnaast wordt gesteld dat hoofdredacteur Krol op onoirbare wijze financieel profijt zou hebben van de uitgave van De Gay Krant en dat hij bewust verkeerde informatie zou verschaffen over de oplagecijfers. Het artikel eindigt met de volgende zin: "Henk Krol wilde geen commentaar leveren".

De standpunten van partijen

Het bezwaar van Henk Krol en de overige redactieleden bestaat uit vier onderdelen.
1. Het artikel bevat volgens klagers meer dan 40 onwaarheden. In het klaagschrift worden 12 voorbeelden genoemd.
2. De mededeling dat Henk Krol geen commentaar wilde leveren is misleidend. In werkelijkheid heeft Krol geantwoord dat hij pas commentaar wilde leveren nadat een uit oktober 1991 daterende kwestie over een andere publikatie aangaande De Gay Krant afgehandeld zou zijn.
3.De journalisten spraken alleen met enige niet met name genoemde oud-medewerkers van De Gay Krant. Van de zittende redactie werd alleen Henk Krol benaderd. De mededeling dat ook met een huidige niet met name genoemde medewerker is gesproken is onjuist.
4.De bij het artikel afgedrukte foto suggereert dat Henk Krol aan het artikel zou hebben meegewerkt. Het gaat echter om een archieffoto zonder dat dit wordt vermeld.

Betrokkenen hebben geantwoord dat alle in het artikel verwerkte informatie op onderdelen telkens door een aantal zegslieden is bevestigd terwijl ook gebruik werd gemaakt van schriftelijk materiaal. Voorzover er onjuistheden voorkomen is het aan Krol zelf te wijten dat geen correctie plaats vond. Betrokkenen handhaven dat er wél gesproken is met een zittende medewerker van De Gay Krant. Deze wilde echter anoniem blijven uit angst voor represailles.
De foto suggereert naar de mening van betrokkenen niet de medewerking van Krol aan het artikel. Het gaat om een foto waarvoor Krol bij een eerdere gelegenheid toestemming gaf. Die toestemming werd toen niet beperkt tot eenmalig gebruikt.

Beoordeling van de klacht

Voorzover de klacht zich richt op het vermelden van onjuiste feiten constateert de Raad dat een groot deel van die feiten gepresenteerd wordt in de vorm van citaten terwijl van andere (bijvoorbeeld de oplagecijfers) door de Raad niet is vast te stellen wie gelijk heeft.
Ondanks het feit dat de journalisten, naar de Raad aannemelijk acht, hun informatie niet uit één enkele bron verkregen maar uit gesprekken met een aantal (oud-)medewerkers geeft het artikel als geheel toch een eenzijdig beeld. De Raad is echter van oordeel dat klaagster het aan de weigering tot het geven van een reactie door Henk Krol zelf te wijten heeft dat mogelijke onjuistheden niet gecorrigeerd zijn en dat de zaak eenzijdig belicht bleef. Het feit dat Henk Krol meende een goede reden te hebben voor zijn weigering doet hieraan niet af en komt voor zijn risico.

Het gebruik van een archieffoto zonder dit daarbij te vermelden acht de Raad in deze zaak van ondergeschikte betekenis omdat hierdoor voor klagers geen nadeel is ontstaan.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in de Nieuwe Revu te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van 28 september 1992 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-De Heer, W.F. de Pagter, K. Wiese en mevrouw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris .

RvdJ 1992, 15.