1992/13 deels gegrond

mr W.J. Spanjaard tegen de hoofdredacteur van de kabelkrant van De Gooi- en Eemlander

Bij brief van 25 april 1991 met vier bijlagen heeft mr W.J. Spanjaard te Hilversum (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de kabelkrant van De Gooi- en Eemlander (betrokkene). Na het overlijden van mr Spanjaard op 25 september 1991 is de klacht voortgezet door zijn nabestaanden (klagers) .
Namens betrokkene is op de klacht gereageerd in een brief van 28 april 1992 van A.W. Ligthart, adjunct directeur van de besloten vennootschap Dagblad De Gooi- en Eemlander B.V.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juni 1992. Ter zitting waren aanwezig de weduwe van mr Spanjaard en haar raadsman mr G.A.M. Bogaers te Laren. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

Mr W.J. Spanjaard was bij leven advocaat te Hilversum. De Raad van Discipline te Amsterdam, het orgaan dat belast is met de tuchtrechtspraak in eerste aanleg over advocaten in het ressort Amsterdam, heeft in een beslissing van 24 september 1990 een klacht van mevrouw B. Heemskerk te Naarden tegen mr Spanjaard gegrond verklaard op grond van de overweging dat mr Spanjaard zich onnodig grievend had uitgelaten jegens mevrouw Heemskerk. Aan mr Spanjaard werd de straf van berisping opgelegd. De uitlatingen van mr Spanjaard werden gedaan in correspondentie tussen hem en de advocaat van mevrouw Heemskerk en in een processtuk van mr Spanjaard in de tussen mevrouw Heemskerk en haar echtgenoot lopende echtscheidingsprocedure. Over de alimentatievordering van mevrouw Heemskerk gebruikte mr Spanjaard in dat stuk onder andere de zinsnede "teneinde haar opgeschroefde financiële eisen op Goebeliaans recept te onderbouwen".

Mr Spanjaard heeft tegen de beslissing van de Raad van Discipline hoger beroep ingesteld bij het Hof van Discipline te Utrecht. Dit college behandelde de zaak op 11 februari 1991. In de kabelkrant van het dagblad De Gooi- en Eemlander van 12 februari 1991 verscheen daarover onder de kop "Advocaat in appel tegen berisping" het volgende bericht.

"Voor het Hof van Discipline in Utrecht heeft maandag het appel gediend van de Hilversumse advocaat W.J. Spanjaard.
Deze zou zich volgens mevrouw B. Heemskerk uit Naarden en haar advocaat A. Zeegers uit Amsterdam op discriminerende wijze hebben uitgelaten over mevrouw Heemskerk. Spanjaard is hiervoor al berispt door de Raad van Discipline in Amsterdam.
Naar aanleiding van een echtscheidingszaak heeft Spanjaard o.m. gezegd dat mevrouw Heemskerks "opgeschroefde financiële eisen op Goebeliaans recept worden onderbouwd".
De vergelijking met oorlogsmisdadiger Josef Goebbels heeft Heemskerk, die van Joodse afkomst is en tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal familieleden heeft verloren, zeer gegriefd. Uitspraak volgt op 15 april."

De standpunten van partijen

Klagers zijn van oordeel dat de krant niet over de zaak had behoren te publiceren en dat in ieder geval de naam van mr Spanjaard niet genoemd had mogen worden omdat met betrekking tot tuchtrechtspraak tenminste dezelfde anonimiteitsregels gehanteerd dienen te worden als bij het gewone strafrecht. De publikatie is volgens klagers bovendien onzorgvuldig omdat mr Spanjaard niet berispt werd wegens discriminerende uitlatingen maar slechts wegens grievende uitlatingen. Als gevolg van de negatieve publiciteit heeft mr Spanjaard schade geleden in zijn eer en goede naam en zijn praktijk.

Onder verwijzing naar de beslissing van de Raad van 28 oktober 1991 over de klacht van mr Spanjaard tegen de hoofdredacteur van het dagblad De Gooi- en Eemlander, J.H. van Zenderen, hebben klagers de Raad verzocht in de onderhavige zaak een oordeel te geven over de beide bovengenoemde onderdelen van de klacht, zulks waar bovengenoemde eerdere beslissing van de Raad zich heeft beperkt tot slechts één onderdeel. Daarnaast hebben klagers de Raad verzocht om met toepassing van het Burgerlijk Wetboek een rectificatie te gelasten.

Betrokkene heeft geantwoord dat bij de behandeling van de klacht tegen mr Spanjaard voor het Hof van Discipline door diens raadsman mr Bogaers gepleit is over "vermeende discriminatie". Aldus heeft mr Spanjaard zelf de suggestie doen wekken als zou de straf van berisping betrekking hebben op discriminerende uitlatingen.
Het gebruik om in verslagen van strafrechtelijke procedures slechts de initialen van verdachten en veroordeelden te noemen of deze in voorkomende gevallen ter voorkoming van herkenning zelfs weg te laten, geldt in de journalistiek niet voor tuchtrechtspraak. De openbare functie van een advocaat rechtvaardigt dat een tuchtrechtelijke veroordeling ook openbaar wordt gemaakt.

Beoordeling van de klacht

In het aangevallen bericht uit de kabelkrant wordt in pregnante bewoordingen gesteld en daardoor benadrukt dat mr Spanjaard berispt is wegens een klacht over discriminerende uitlatingen. Daargelaten of bij de behandeling van het hoger beroep van die zaak voor het Hof van Discipline gepleit is over het mogelijke discriminerende karakter van de uitlatingen waarvoor de straf van berisping werd gegeven, uit de beslissingen van de Raad en het Hof van Discipline blijkt niet dat de straf werd opgelegd wegens discriminerende uitlatingen maar uitsluitend wegens grievende uitlatingen. Het bericht in de kabelkrant stelt dus ten onrechte dat mr Spanjaard berispt werd wegens het doen van discriminerende uitlatingen zodat dit onderdeel van de klacht gegrond is.

Het in de journalistiek aanvaarde gebruik om verdachten van strafbare feiten tegen herkenning te beschermen vormt een uitzondering op de regel dat ieder nieuwsbericht zoveel mogelijk feitelijke gegevens dient te bevatten om onduidelijkheden en misverstanden te voorkomen. Die uitzondering geldt onder meer teneinde resocialisatie niet in de weg te staan. Gelet op het algemeen belang, dat gemoeid is met de openbaarmaking van tuchtrechtelijk verwijtbare fouten door advocaten, artsen, notarissen en soortgelijke functionarissen in de uitoefening van hun beroep, heeft betrokkene niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door mr Spanjaard met naam en toenaam te noemen in het verslag van de tegen hem behandelde tuchtzaak. Het feit dat mr Spanjaard hierdoor mogelijk schade heeft geleden in zijn goede naam en praktijk doet hieraan niet af.

Dit onderdeel van de klacht acht de Raad derhalve niet gegrond.

De Raad is krachtens zijn statuten niet bevoegd betrokkene te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze betrekking heeft op een feitelijke onjuistheid in de berichtgeving en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting bekend te maken in de kabelkrant van De Gooi- en Eemlander.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 29 juni 1992 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, D.F. Houwaart, mr F. Kuitenbrouwer en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1992, 13.