1992/12 ongegrond

Stadsomroep Utrecht tegen R. Midavaine en drs M.L. Snijders

In een klaagschrift van 14 februari 1992 met zes bijlagen heeft mr Th.L.B. van Ardenne te Utrecht namens de Stichting Stadsomroep Utrecht (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist R. Midavaine en de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad drs M.L. Snijders (betrokkenen).
Namens dezen heeft de adjunct hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, J.W. Goessens, in een brief van 17 april 1992 met vier bijlagen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juni 1992. Klaagster werd vertegenwoordigd door B. de Vos en P. Niehorster, respectievelijk voorzitter en secretaris van het dagelijks bestuur van de stichting. Betrokkene Midavaine was in persoon aanwezig samen met de adjunct hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, J.W. Goessens.

De feiten

Volgens een persbericht van 25 oktober 1991 heeft het bestuur van de Stichting Stadsomroep Utrecht de ex-wethouder van de VVD, mr A.J. Kokshoorn, per 1 november 1991 benoemd tot project-manager voor de uitvoering van het beleidsplan voor deze lokale omroep. Mr Kokshoorn was al lid van het dagelijks bestuur van de Stadsomroep Utrecht. Hij is tevens vice-voorzitter van de VVD-fractie in de gemeenteraad van Utrecht.

De voorzitter van het dagelijks bestuur van de Stichting Stadsomroep Utrecht, B. de Vos, is lid geweest van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Utrecht.

In de vaste rubriek van de twee raadsverslaggevers van het Utrechts Nieuwsblad van 8 februari 1992 heeft betrokkene Midavaine aandacht besteed aan de positie van Kokshoorn en De Vos in het bestuur van de locale omroep enerzijds en binnen de politiek anderzijds. Het stuk opent met het verslag van een gefingeerd interview tussen een verslaggever van de Stadsomroep en Kokshoorn over zijn positie binnen de fractie van de VVD, welk interview reeds na de eerste vraag wordt onderbroken omdat Kokshoorn de verslaggever op staande voet zou hebben ontslagen. Het stuk eindigt met de volgende tekst.

"De hier geschetste situatie is weliswaar verzonnen, maar zou zich in werkelijkheid best voor kunnen doen.
Jos Kokshoorn is namelijk niet alleen fractievoorzitter van de VVD; als projectmanager zwaait hij ook de scepter bij de stadsomroep.
Hij is dus de baas van de verslaggever die hem moet interviewen.
Kokshoorn probeert te verdoezelen dat hij twee petten op heeft door niet meer voor de microfoon te verschijnen. Niet hij, maar zijn fractiegenoot Jan van Zanen is tegenwoordig VVD-woordvoerder voor de radio. Toch gek, een politiek leider die niet beschikbaar is voor commentaar. Misschien is het een goede aanleiding om aanstormend politiek talent Van Zanen maar direct fractievoorzitter te maken. Al is daarmee nog niet de indruk weggenomen dat de Utrechtse stadsomroep politieke bindingen heeft. Kokshoorn is namelijk niet de enige politieke figuur bij de stadsomroep. Barry de Vos, voorzitter van de lokale omroep, was tot de laatste raadsverkiezingen een vooraanstaand lid van de PvdA-fractie in de gemeenteraad.
Op die manier onafhankelijke radio maken is onmogelijk."

De standpunten van partijen

Klaagster is van oordeel dat "het commentaar" van de raadsverslaggever tendentieus en onnodig grievend is omdat de suggestie gewekt wordt dat politici niet als behoorlijke bestuursleden van de Stadsomroep zouden kunnen functioneren. Beiden zijn echter niet door hun partij afgevaardigd maar zijn bestuurslid à titre personnel. De statuten van de stichting staan niet in de weg aan de benoeming van politici in het bestuur en de samenstelling van dat bestuur voldoet eveneens aan artikel 30 van de Mediawet. De organisatiestructuur van de stichting is gebaseerd op het model Redactiestatuut van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.

Feitelijk onjuist is dat mr Kokshoorn iets zou proberen te verdoezelen. In het op 25 oktober 1991 uitgegeven persbericht wordt mededeling gedaan van de benoeming van Kokshoorn als project-manager. Tevens is daarin vastgelegd dat hij als gedelegeerd bestuurslid geen bemoeienis heeft met de journalistieke kant van de uitzendingen.

Betrokkenen hebben geantwoord dat het stuk van Midavaine geen feitelijke verslaggeving is maar een vaste column waarin bespiegelingen worden gegeven over politieke zaken. Betrokkene Midavaine heeft in het aangevallen stuk zijn persoonlijke mening gegeven, die overigens gebaseerd is op eerder in het Utrechts Nieuwsblad vermelde feiten over wisselingen in het bestuur van de Stichting Stadsomroep.

Beoordeling van de klacht

De bezwaren betreffen de aflevering van een vaste rubriek in het Utrechts Nieuwsblad waarin een van de raadsverslaggevers van de krant een persoonlijke mening geeft. Kern van die mening is, dat het voor de Stadsomroep onmogelijk is onafhankelijke radio te maken nu politieke figuren aan die instelling in leidinggevende functies verbonden zijn. Het stond betrokkene vrij deze mening te uiten, nu deze niet in onnodig grievende termen is vervat. Voorzover het stukje feitelijke onjuistheden bevat acht de Raad de bezwaren daarover ongegrond omdat die onjuistheden van ondergeschikte betekenis zijn en in deze rubriek niet de feiten prevaleren maar de interpretatie daarvan door de schrijver.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Utrechts Nieuwsblad.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 29 juni 1992 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, D.F. Houwaart, mr F. Kuitenbrouwer en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karstens, secretaris.

RvdJ 1992, 12.