1992/11 ongegrond

Ir P.M. Vrijlandt en J.B. Coorengel tegen J. Tromp

In een brief van 29 februari 1992 met vijf bijlagen heeft ir P.M. Vrijlandt te Hilversum mede namens J.B. Coorengel (klagers) een klacht ingediend tegen de journalist Jan Tromp (betrokkene). Namens betrokkene heeft drs H. Lockefeer, hoofdredacteur van de Volkskrant, in een brief van 9 april 1992 op de klacht gereageerd. Klagers hebben schriftelijk gerepliceerd in een brief van 21 april 1992.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 juni 1992. Klagers waren in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Op 2 februari 1992 vond in gebouw De Rode Hoed te Amsterdam een door leden van de Partij van de Arbeid onder leiding van het lid André van der Louw georganiseerde openbare bijeenkomst plaats over de toekomst van hun partij. Betrokkene Tromp heeft in zijn rubriek "Deining aan Zee" in de Volkskrant van 3 februari een impressie gegeven van deze bijeenkomst. De tekst onder de kop "De inrichting heeft vrij en trekt massaal naar de Rode Hoed ...." bevat de volgende passage.

" 'De VVD wil ook graag meepraten.' Ach jezus, natuurlijk, die rood aangelopen kop is van Vrijland, uitgekotst door de VVD, vanwege karakterdwang aanwezig bij elke manifestatie van partijvernieuwing. Coorengel houdt zich koest. Hij is de dorpsgek van D66. Hij beschouwt zich als het alternatief voor Van Mierlo. Hij voert een bord met zich mee. Het behandelt de problemen van de wereld. De lezer wordt opgeroepen te vertrouwen op de PZN. Coorengel blijkt zich bekeerd te hebben tot de Partij Zonder Naam."

De standpunten van partijen

Klager Vrijlandt is van oordeel dat de op hem betrekking hebbende passage onnodig grievend, denigrerend, beledigend, onzorgvuldig en feitelijk onjuist is. Hij heeft op de bijeenkomst het woord gevoerd. Hij zei echter niet dat de VVD ook graag wil meepraten maar slechts dat hij lid is van die partij. Hij is dat al 25 jaar en is volgens hem niet "uitgekotst". Ook is hij niet "vanwege karakterdwang" aanwezig bij elke manifestatie van partijvernieuwing. Hij vat die passage letterlijk op.
Het beledigende karakter van de hele passage wordt mede bepaald door de gebruikte kop, die niet anders kan betekenen dan dat alle beschrevenen gekken zijn.

Klager Coorengel sluit zich bij dit laatste aan. Hij beschouwt zich niet als de "dorpsgek" van D66. Hij is ex-lid van die partij. Het door hem meegevoerde bord verwees naar de door hem opgerichte beweging Platform Zonder Naam. Het ging dus niet om een nieuwe partij waartoe hij zich bekeerd zou hebben. Een "beweging" is wezenlijk iets anders dan een politieke partij.
Zijdens betrokkene is hier tegenover gesteld dat de betreffende rubriek zich in opmaak en presentatie onderscheidt van de feitelijke berichtgeving in de krant zodat er bij de lezer geen misverstand over kan bestaan dat de schrijver een persoonlijk gekleurde bespiegeling heeft gegeven over een openbare bijeenkomst.

Beoordeling van de klacht

Volgens de klacht bevat de aangevallen publikaties feitelijke onjuistheden met een grievend karakter. De publikatie is echter een column, die gekenmerkt wordt door fors taalgebruik en die niet de bedoeling heeft een feitelijk verslag te geven maar een persoonlijke indruk in badinerende stijl. Daar het om een vaste rubriek gaat is bij de lezer bekend dat feitelijke verslaglegging daarin niet beoogd wordt en dat overdrijving als stijlmiddel niet wordt geschuwd.
Wegens voornoemde context heeft betrokkene met zijn beschrijving van klagers en hun optreden op de vergadering niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar was ook al bevat de aangevallen passage mogelijk feitelijke onjuistheden en is niet onbegrijpelijk dat klagers zich niet in de beschrijving herkennen.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvattin~ wordt gepubliceerd in de Volkskrant.

Aldus vastgesteld ter zitting van de raad van 29 juni 1992 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, D.F. Houwaart, mr F. Kuitenbrouwer en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1992, 11.