1992/10 ongegrond

Scientology Kerk Amsterdam tegen drs R. van Gelder

In een door de Raad op 11 oktober 1990 ontvangen ongedateerde brief met twee bijlagen heeft P.J.J.R. Peperstraete namens de Scientology Kerk Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen drs R. van Gelder, redacteur van het blad PSychologie (betrokkene).
Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 11 november 1990. De zaak is in aanwezigheid van partijen behandeld ter zitting van de Raad van 28 maart en 30 augustus 1991. Beide keren werd een beslissing over de klacht aangehouden in verband met de mogelijkheid van een schikking.
De Raad heeft tenslotte over de klacht beraadslaagd en beslist ter zitting van 26 juni 1992.

De feiten

In het september-nummer van het maandblad PSychologie (jaargang 1990) is onder de kop "LEVENSECHTE SCIENCE-FICTION" een artikel verschenen van drs R.S. van Gelder, redacteur van het maandblad PSychologie. (Inge Westbroek, studente communicatiewetenschappen is medeauteur van het artikel). Onderwerp van het artikel is de wijze waarop de Scientology Kerk Amsterdam nieuwe leden werft. Het artikel beschrijft een daartoe door de redacteuren uitgevoerd onderzoek.

Het artikel bevat de volgende passages.
"Wetenschappelijk stelt scientologie niets voor. Deskundigen op het terrein van psychotherapie bijvoorbeeld stellen dat Hubbards therapeutische technieken gevaarlijk zijn en niets weghebben van wetenschappelijk erkende vormen van psychotherapie. Bovendien is het jargon vooral belangrijk om wetenschappelijk te lijken en een kloof te scheppen tussen scientologen en onwetende buitenstaanders. Telkens weer stappen niets-vermoedende individuen in de business van de scientologie-kerk. Dat is gevaarlijk, want de kerk als instituut is een financieel handige vondst en de clerus is alleen belust op geld en macht "
en
"Begin jaren tachtig kwamen, volgens de statistieken, wekelijks zo'n vierhonderd mensen het scientologie-centrum binnen, (...) Dat was voor ons aanleiding om een onderzoekje uit te voeren. Hoe weten ze toch zoveel mensen te interesseren?"
en
"Om achter eventuele non-verbale trucs van de straatscientologen te komen, hebben wij een klein onderzoek uitgevoerd. We bekeken vier ronselaars en voorbijgangers die zij aanspraken vanaf een wat hoger gelegen punt op de hoek van de Kalverstraat en de Sint Luciensteeg. Vanaf dat punt konden wij, zonder dat we in de gaten liepen, met een portable video-camera het drukke voetgangerskruispunt registreren en bovendien de wandelroute naar het kantoor om de hoek"
en
"Het is ons uit de video-opnamen duidelijk geworden dat de scientologie-kerk om 'leden te werven' op een doortrapte wijze te werk gaat. Ronselaars in de Kalverstraat laten posteren is op zich al slim, want in deze Amsterdamse straat lopen de meeste mensen te winkelen, te genieten of rond te kijken. Degenen die dat doen hebben doorgaans wel wat geld achter de hand om uit te geven. Daarbij heeft scientologie het vooral op jongeren gemunt. Die worden gestrikt door vertrouwenwekkende leeftijdgenoten, die goed getraind zijn in communicatie- en verkooptechnieken. Een sluwe strategie."

De standpunten van partijen

De Scientology Kerk acht het artikel in strijd met de journalistieke integriteit omdat de kerk niet in de gelegenheid is gesteld haar mening te geven over het onderzoek.
"Naar onze mening is dit onderzoek alleen gedaan om de Kerk in een slecht daglicht te plaatsen".

Betrokkene heeft geantwoord dat het artikel gebaseerd is op bestaande lectuur over de scientology kerk, zowel van de kerk zelf als van anderen. Voor het overige geeft het artikel een verslag van een eigen onderzoek. Volgens betrokkene was er geen reden daarover contact op te nemen met klaagster.

Beoordeling van de klacht

Naar het oordeel van de Raad is het artikel van betrokkene, ook voorzover het verslag doet van het uitgevoerde onderzoek, wat er ook zij van de wetenschappelijke waarde hiervan, in overwegende mate van opiniƫrende aard en bevat het geen belastende nieuwe feiten. Betrokkene behoefde daarom geen hoor en wederhoor toe te passen zodat de klacht hierover ongegrond is.

Beslissing

De Raad acht de klacht over het niet toepassen van hoor en wederhoor ongegrond.

De Raad verzoekt deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in PSychologie.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 26 juni 1992 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G.
Dullens, mr E.C.M. Jurgens, mr A.J. Heerma van Voss en W. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1992, 10.