1991/9 ongegrond

P. Vermeij tegen R. Buitenhuis.

Per brief van l 5 december 1990 met één bijlage heeft P. Vermeij te Linne (klager) een klacht ingediend tegen R Buitenhuis (betrokkene). Namens deze heeft Hans Koene, waarnemend hoofdredacteur van De Limburger, bij brief van 8 januari 1991 op de klacht gereageerd. Klager heeft gerepliceerd in een brief van 8 maart 1991.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 juni 1991. De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Klager is chef van twee surveillance teams van de douane te Roermond. Op verzoek van het nieuwe hoofd van de douane van Roermond werd door hem een vertrouwelijk rapport opgesteld over het functioneren van de leden van zijn twee surveillance teams. Het rapport bevat daarover negatieve conclusies.
In september 1990 is het rapport door een anoniem gebleven persoon toegestuurd aan alle leden van de surveillance-teams en de pers. In De Limburger van 22 november l 990 is onder de kop 'Vernietigend oordeel over velddienst douane' met daarboven in kleinere letters 'Advies uitgelekte nota: desnoods 15 ontslagen' een bericht van betrokkene gepubliceerd over deze zaak

De standpunten van partijen

Klager is van oordeel dat betrokkene zich had moeten onthouden van publikatie uit en over het rapport omdat hem bekend was dat 'het rapport afkomstig was van diefstal'. Door toch te publiceren heeft betrokkene zich naar de mening van klager schuldig gemaakt aan diefstal. Betrokkene wist bovendien dat intern maatregelen genomen waren om de onrust, die onder de teams was ontstaan als gevolg van het uitlekken van het rapport weg te nemen. Naar de mening van klager werd het algemeen belang daarom niet gediend met publikatie in november 1990, een maand na de reeds in oktober getroffen maatregelen.

Zijdens betrokkene is op de klacht als volgt gereageerd.
1 Of er sprake is van diefstal en heling ligt uitsluitend ter beoordeling van de strafrechter.
2 Afgezien van de vraag of het dienen van het algemeen belang altijd criterium voor publikatie moet zijn was daarvan in het onderhavige geval wel sprake. Het publiek heeft er recht op te weten wat zich zoal binnen de douane afspeelt. Of de in het rapport vermelde problemen inmiddels waren opgelost doet daarbij niet ter zake.
3 Betrokkene behoefde de publikatie niet afhankelijk te maken van toestemming van de schrijver van het rapport

Beoordeling van de klacht

Gegeven het feit dat de inhoud van het rapport nu eenmaal bekend was geworden mocht betrokkene daar ook over publiceren. Het feit dat de gegevens uit het rapport door eventueel onoirbaar handelen van anderen naar buiten waren gekomen, behoefde betrokkene daarvan niet af te houden. Dat interne maatregelen (zullen) worden genomen doet nog niet af aan het maatschappelijk belang bij publikatie.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 juni 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.F. de Pagter, J. de Vries, mr F. Kuitenbrouwer en mevrouw T.M. Lucker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1991, 9.