1991/7 gegrond

Voldafarma tegen Hans Sleeuwenhoek

Per brief van 6 juli 1990 met zes bijlagen heeft mr J. Weermeijer te Hoofddorp namens de vennootschap onder firma Voldafarma te Volendam (klaagster) een klacht in gediend tegen de journalist H. Sleeuwenhoek (betrokkene). In een brief van 27 november 1990 heeft mr P. Snijder (Bureau Juridische Zaken NOS) namens deze op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 juni 1991.
Klaagster werd vertegenwoordigd door L Perk en bijgestaan door mr J Weermeijer.
Betrokkene was in persoon aanwezig samen met mr H. Doeleman te Amsterdam.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klaagster brengt in de handel het afslankmiddel Voldafar Slank. Dit produkt wordt besproken in het door Hans Sleeuwenhoek geschreven boekje 'Lijnen en Vermageren'. Dit boekje is uitgegeven onder auspiciën van de NCRV naar aanleiding van twee uitzendingen van het televisieprogramma Rondom Tien in januari 1990 over lijnen en vermageren.
De tekst van de bespreking luidt als volgt.

'Volgens de reclame kan zangeres Annie Schilder alles eten zonder dik te worden dank zij Voldafar Slank, een natuurlijke afslanker. De verpakking meldt dat tijdens het gebruik van deze pillen normaal eten aanbevolen is.
Alleen zoete spijzen, noten en chips moeten vermeden worden. De pillen bevatten voedingsvezel, sorbitol, suikers, eiwit, mineralen, vet, vocht en een kruidenmix Be halve een eventueel (ongewenst) vochtafdrijvend effect van de kruiden kunnen van dit preparaat geen effecten verwacht worden. De aanprijzing op de verpakking is derhalve misleidend.
Vijf vrijwilligers slikten gedurende twee weken volgens voorschrift deze pillen. Na twee weken was het gemiddeld gewichtsverlies 0,1 kilo. Geld uitgeven aan deze pillen staat dus gelijk aan geld weggooien. '

De standpunten

Het bezwaar van klaagster houdt in dat het negatieve oordeel over Voldafar Slank gebaseerd is op volstrekt ontoereikend onderzoek waar aan geen wetenschappelijke waarde kan worden toegekend. Zo waren er slechts enkele proefpersonen, die niet gecontroleerd werden en was er ook geen controlegroep. Het resultaat van een dergelijk onderzoek is daarom willekeurig. Klaagster kan daar niet een eigen wetenschappelijk onderzoek tegenover stellen maar wel de tevreden reactie van vele gebruikers. Door de negatieve berichtgeving heeft klaagster schade geleden.

Betrokkene heeft de ontvankelijkheid van klaagster aangevochten op de volgende gronden.
1. Het boekje 'Lijnen en Vermageren' is een zelfstandig produkt en staat daarom los van de televisie programma's waaraan betrokkene als journalist meewerkte. Bovendien werkten aan het boekje nog drie anderen mee.
2. Klaagster is niet in haar belang getroffen door de bespreking in het boekje
3. De klacht is pas in juli 1990 ingediend nadat het boekje in januari van dat jaar was verschenen
4.In de aflevering van het blad Koopkracht van februari 1990 staat over Voldafar Slank eenzelfde mededeling als in het boekje 'Lijnen en Vermageren'. Daarop heeft klaagster niet gereageerd.
De klacht zelf is naar het oordeel van betrokkene ongegrond. Het boekje is een uitvloeisel van het televisieprogramma en daarin lag het accent op de beleving van problemen rond lijnen en vermageren. Het onderzoek naar effecten van diverse afslankpreparaten werden uitgevoerd door Konsumenten Kontakt. Betrokkene heeft Konsumenten Kontakt als deskundige beschouwd en de conclusies over genomen.
Het onderzoek is overigens niet anders gepresenteerd dan zoals het is uitgevoerd. In het boekje is meegedeeld dat aan vrijwilligers gevraagd is mee te doen aan een test in samenwerking met Konsumenten Kontakt.

Beoordeling

Het behandelde ter zitting geeft de Raad geen aanleiding terug te komen op het oordeel dat klaagster in haar klacht kan worden ontvangen.
Wat de klacht zelf betreft overweegt de Raad dat de inhoud van het boekje 'Lijnen en Vermageren' voor de journalistieke verantwoordelijkheid van betrokkene Sleeuwenhoek komt, ook voorzover het betreft de resultaten van het in samenwerking met Konsumenten Kontakt uitgevoerde onderzoek naar slankheidspreparaten. Betrokkene Sleeuwenhoek heeft zich blijkens het boekje achter dat onderzoek gesteld en de conclusies overgenomen en tot de zijne gemaakt.
De ten aanzien van Voldafar Slank vermelde conclusie 'Geld uitgeven aan deze pillen staat dus gelijk aan geld weggooien' wordt naar het oordeel van de Raad niet gedragen door de in het boekje gepubliceerde resultaten van het daarin vermelde onderzoek, waarbij de Raad voor het overige de merites van dit onderzoek in het midden laat. Gelet op het karakter van het boekje, dat beoogt voorlichting te geven op basis van samenwerking met door deskundigen georganiseerde tests en laboratoriumonderzoek heeft betrokkene met het publiceren van het aangevallen oordeel over Voldafar Slank de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond .

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 juni 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, J. de Vries, W.F. de Pagter, mr F. Kuitenbrouwer en mevrouw T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 7.