1991/6 ongegrond

G.D. Waanders tegen de hoofdredacteur van het Dagblad van het Oosten

Op 22 november 1990 is door G D Waanders te Almelo (klager) een klaagschrift met vijf bijlagen ingediend tegen de hoofdredacteur van het Dagblad van Het Oosten, J. A. van Nus (betrokkene). Deze heeft op 6 december 1990 schriftelijk op de klacht gereageerd. Klager repliceerde schriftelijk op 21 december 1990.
De Raad heeft op 13 Mei 1991 met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten. Klager heeft in november 1990 een boekje gepubliceerd onder de titel 'Rock & Roll Herinneringen'. Hierin komt een hoofdstuk voor met als opschrift 'Mijn intieme ontmoetingen, Dorothea Huff'. Klager en D. J. Huff hebben van 1981 tot eind 1985 een relatie met elkaar gehad. Bij vonnis van de president van de rechtbank te Almelo van 22 maart 1990 werd op eis van D. J. Huff aan klager bevolen om de verkoop, promotie en publikatie van het boek 'Rock & Roll Herinneringen' te staken, om dat boek uit de handel te nemen en om een rectificatie te plaatsen. Klager heeft tegen dit vonnis beroep ingesteld. Bij arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 2 oktober 1990 is het vonnis van de president bevestigd behalve voorzover klager het bevel kreeg een rectificatie te plaatsen.
In het Dagblad van het Oosten van 9 oktober 1990 is onder de kop 'Rock & Roll herinneringen Almeloer blijven verboden' een bericht geplaatst over de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 2 oktober 1990. Dit bericht bevat de volgende passages:

'Waanders, die tegen het Almelose vonnis hoger beroep had ingesteld, heeft zijn vordering op nagenoeg alle punten verloren. Hij hoeft echter niet, zoals eerder was bepaald, een rectificatie te plaatsen in de Veronicagids.'
'Het Hof zegt nu in zijn arrest dat het zonder meer op de weg van Waanders had gelegen om toestemming (aan D. J. Huff - RvdJ) voor publikatie te vragen.'

Klager zond op 8 oktober 1990 een persbericht over de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem naar de krant.

De standpunten

Klager is van oordeel dat het bericht van 9 oktober een onjuiste weergave is van zijn persbericht. Volgens klager is hij door het Hof bijna geheel in het gelijk gesteld. Het Hof overweegt immers dat hij opnieuw toestemming voor publikatie had moeten vragen. Hieruit blijkt dat ook volgens het Hof aanvankelijk wel toestemming werd verleend voor het opnemen van het artikel van D. J. Huff.
Volgens klager is er kwade opzet in het spel 'Door bewust het woord 'opnieuw' uit die zin weg te laten wordt de kern van de hele kwestie, de vraag of ik al dan niet destijds toestemming had voor publikatie, juist omgedraaid '

Betrokkene heeft geantwoord dat het bericht in de krant niet gebaseerd is op het door klager toegestuurde persbericht maar op het arrest zelf. Dat werd door de krant opgevraagd bij een van de advocaten naar aanleiding van het persbericht. Betrokkene is van oordeel dat de beslissing van het Gerechtshof correct is weergegeven.

Beoordeling

Klagers verwijt dat het bericht een onjuiste weergave is van zijn pers bericht treft naar het oordeel van de Raad geen doel. Het bericht verwijst niet naar dat persbericht en geeft ook niet de indruk daarvan een weergave te zijn. De inhoud van de beslissing van het Gerechtshof wordt wat betreft kern en strekking juist weergegeven.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of samenvatting te publiceren het Dagblad van het Oosten.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 13 mei 1991 door mr P. J. Boukema, voorzitter, J. de Vries, J.L. de Troy mr F. Kuitenbrouwer en mevrouw T.M. Lucker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 6.