1991/3 deels gegrond

Moermanvereniging tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf en Martijn Koolhoven

De te Elst gevestigde Moermanvereniging (klaagster) heeft in een brief van haar waarnemend voorzitter mevrouw R. Korpershoek van 19 september 1990 met twaalf bijlagen een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf en de journalist Martijn Koolhoven (betrokkenen). Betrokkenen hebben op de klacht gereageerd bij brief van M. Koolhoven van 24 oktober 1990.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 maart 1991.
Namens klaagster is verschenen G.W.J. Tretmans, lid van het bestuur van de Moermanvereniging. Betrokkenen zijn niet verschenen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In de afleveringen van De Telegraaf van zaterdag 10 maart 1990 en maandag 12 maart 1990 zijn onder de kop 'Rel over financien kankervereniging' respectievelijk 'Kankervereniging wil nieuw bestuur' artikelen van betrokkene Koolhoven verschenen over onenigheid binnen de Moermanvereniging. Deze vereniging beijvert zich voor bestrijding van kanker door middel van de door de arts Moerman ontwikkelde therapie. De vereniging telt leden-patiënten en leden-sympathisanten.

In De Telegraaf van 30 april 1990 is onder de kop 'Geldrel verscheurt kankervereniging' een artikel van betrokkene gepubliceerd naar aanleiding van de op 28 april 1990 gehouden algemene ledenvergadering. Betrokkene Koolhoven had toegang tot die vergadering uit hoofde van zijn lidmaatschap va de vereniging.
Dit artikel bevat onder meer de volgende passages.

'De rel over de gelden van 8500 kankerpatienten van de dr. Moermanvereniging (de alternatieve kankertherapie) is dit weekeind volledig geëscaleerd.
Voorzitster Marjan Ninaber, de ongecontroleerde uitgaven van haar medebestuursleden vorig maand in De Telegraaf aan de kaak stelde, is zaterdag de laan uitgestuurd.
In de bewuste publikatie uitte de voorzitster haar verontwaardiging over het feit dat, terwijl binnen de vereniging jaarlijks miljoenen guldens omgaan, het bestuur geen toestemming gaf voor de controle door een registeraccountant.
Om de voorzitster uit het zadel te krijgen, ronselde een Moerman arts 200 machtigingen onder Limburgse kankerpatienten'.
'De vereniging spleet in tweeën: het ene kamp steunde de voorzitster en wilde de onderste steen boven hebben over de financiële praktijken van het bestuur; de andere partij veroordeelde Ninaber, dat ze door het doen van uitlatingen in De Telegraaf ten onrechte een smet op de overige bestuursleden had geworpen'.
'Nadat de voorzitster letterlijk de deur was gewezen, verliet een grote groep patiënten demonstratief de zaal'.
'De oprichtster van de vereniging, mevrouw Strating, wil wel dat het bestuur binnen twee jaar wordt vervangen'.
Onder de personen, die in het artikel sprekend worden ingevoerd noemt het artikel de 'kankerspecialist drs J. Klinkhamer uit Oegstgeest'.

De standpunten van partijen

Klaagster verwijt betrokkene Koolhoven dat deze zijn lidmaatschap van de Moermanvereniging heeft misbruikt door in een aantal artikelen over de Moermanvereniging op tendentieuze wijze de indruk te wekken dat de binnen de vereniging bestaande onvrede over het functioneren van de voormalige voorzitster te maken had met financieel wanbeheer door het bestuur. De bezwaren van klaagster spitsen zich toe op de publikatie van 30 april 1990.
1 De kop 'Geldrel verscheurt kankervereniging' is tendentieus. Het financiële beleid van het bestuur is op de jaarvergadering van 28 april 1990 afgehandeld als normaal agendapunt. De verdeeldheid binnen de vereniging betrof het functioneren van de voormalige voorzitster in het algemeen. Haar opvatting over het financiële beleid betrof slechts één van de punten van kritiek van haar tegenstanders.
2 De vereniging heeft nimmer 'ongecontroleerde uitgaven' gedaan. Sinds de oprichting zijn er jaarlijks financiële rapporten opgesteld door een externe deskundige en zijn deze telkens goedgekeurd door een uit de leden samengestelde kascommissie. Over 1989 vond bovendien controle plaats door een registeraccountant.
3. In de vereniging gaan niet 'jaarlijks miljoenen guldens' om. Het jaarlijkse totaal van de begroting van de vereniging beloopt ongeveer f 300 000.
4 Er is geen sprake geweest van het ronselen van machtigingen door een Moerman-arts onder Limburgse kankerpatiënten. Wel is in een aflevering van het verenigings orgaan 'Uitzicht' van april 1990 door de afdeling Limburg opgeroepen tot het bijwonen van de leden
vergadering van 28 april onder bijsluiting van een machtigingskaart voor verhinderde leden.
5 Het opstappen van een aantal leden van de vereniging kwam niet voort uit een geschil over de verenigingsfinancien maar uit voor- en tegenstand ten aanzien van het beleid van de vroegere voorzitster.
6. De heer J. Klinkhamer is niet een kankerspecialist en betrokkene had dit kunnen weten omdat Klinkhamer binnen de vereniging bekend is als columnist van het verenigingsorgaan.
7 Na de voor haar ongunstige uitslag van de stemming heeft de vroegere voorzitster uit eigen beweging de vergadering verlaten. Haar werd dus niet 'de deur gewezen'.
8. De oprichtster van de vereniging heeft nimmer gezegd dat het bestuur binnen twee jaar vervangen zou moeten worden.

Klaagster verwijt betrokkene dat geweigerd is een rectificatie op te nemen nadat bovengenoemde bezwaren gestaafd door verklaringen en brieven aan de redactie kenbaar zijn gemaakt.
Betrokkenen hebben in hun reactie van 24 oktober 1990 verwezen naar hun antwoord aan de vereniging van 18 mei 1990. In die brief handhaaft betrokkene Koolhoven de juistheid van het artikel waarbij hij zich beroept op informatie van het inmiddels uitgetreden ex-kascommissielid G.J. de Leede zoals vermeld in het artikel: 'Ik kon mij in 1989 niet meer stellen achter de wijze waarop de kas-controle werd uitgevoerd. Het viel mij op dat van de zijde van het bestuur bezwaren werden gemaakt tegen mijn voorstel een juiste controle te doen geschieden onder leiding van een neutrale deskundige, een registeraccountant.'

Beoordeling van de klacht

Klaagsters bezwaar dat betrokkene Koolhoven zijn lidmaatschap van de vereniging zou hebben misbruikt door te publiceren over de jaarvergadering van 28 april 1990 acht de Raad ongegrond. Klaagster wist dat betrokkene Koolhoven journalist is en hoewel de vergadering alleen toegankelijk is voor leden is noch in het algemeen noch aan betrokkene Koolhoven in het bijzonder gevraagd uit de vergadering niets in de openbaarheid te brengen.
Hoewel de kwalificatie 'rel over financien' overtrokken aandoet wijst de Raad de bezwaren van klaagster tegen de kop boven het artikel af omdat in ieder geval onder de uitgetreden leden kritiek bestond over het financiële beheer. Daaraan doet niet af dat klaagster de gegrondheid van die kritiek verwerpt.
De bezwaren 2, 3 en 5 betreffen allen de wijze waarop betrokkene Koolhoven het financiële beleid van het bestuur heeft weergegeven.
De term 'ongecontroleerde uitgaven' wordt naar het oordeel van de Raad niet waargemaakt. Als vaststaand kan worden aangenomen dat de financien jaarlijks zijn gecontroleerd en dat het bestuur ook jaarlijks décharge heeft verkregen. Feitelijk onjuist is dat er in de Moermanvereniging 'miljoenen' omgaan Betrokkene had dat gemakkelijk kunnen controleren.

De door de woordkeus gewekte suggestie van financiële onregelmatigheden in de gewraakte zinsnede over 'financiële praktijken' vindt evenmin steun in de feiten en wordt niet waar gemaakt.
Gegrond acht de Raad voorts het bezwaar tegen de passage over het ronselen van volmachten waardoor de indruk wordt gewekt dat de volmachten op onoirbare wijze werden verkregen. Als vaststaand kan worden aangenomen dat het verzamelen van de volmachten niet geschiedde door een 'Moermanarts' onder patiënten maar dat het ging om een schriftelijke oproep onder alle leden van de afdeling Limburg, die geheel vrij waren aan die oproep al of niet gehoor te geven.

Feitelijk onjuist is dat de heer J. Klinkhamer kankerspecialist zou zijn zoals door betrokkene is gesteld.
De onder 7 en 8 genoemde bezwaren gelden feiten of mededelingen door betrokkene vallende binnen diens interpretatievrijheid.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat het artikel van 28 april 1990 over de jaarvergadering van de Moermanvereniging een onjuiste suggestie wekt ten aanzien van die vereniging. De Raad acht de onderdelen 2, 3, 4, 5 en 6 van de klacht gegrond en wijst deze voor het overige af.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 28 maart 1991 door mr W.D.H. Asser voorzitter, mr T. Faber-de Heer mr E.C.M. Jurgens, drs H.W.M. van Run en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 3.