1991/25 ongegrond

De Scientology Kerk Amsterdam tegen Peter Rensen

In een brief van 2 juli 1991 met vier bijlagen heeft de Scientology Kerk Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen Peter Rensen (betrokkene) wegens publikatie in het weekblad Nieuwe Revu. Peter Rensen heeft op de klacht geantwoord in een brief van 14 september 1991. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 1991. Namens klaagster is verschenen P.J.J.R. Peperstraete. Betrokkene was niet aanwezig.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In de aflevering van het weekblad Nieuwe Revu van 20 juni 1991 is onder de kop "Scientology in Nederland" een artikel verschenen van Peter Rensen waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de Amerikaanse en de Nederlandse organisatie van de Scientology Kerk. (In hetzelfde nummer van Nieuwe Revu is een vertaling afgedrukt van een artikel uit Time over de Scientology Kerk.)
Het stuk van Rensen bevat de volgende passage:

"Dianetics is niet de enige schuilnaam. Onder de term 'Hubbard College of Improvement' werden Scientology-cursussen (voor managementverbeteringen) bij de belasting afgetrokken."

De standpunten van partijen.

Klaagster maakt bezwaar tegen de negatieve strekking van het artikel van Rensen. Deze bezwaren spitsen zich toe op de mededeling dat de kosten van onder de naam Hubbard College of Improvement gegevens Scientology-cursussen als belastingaftrekpost gebruikt zouden worden. Volgens klaagster bestaat er geen "Hubbard College of Improvement". De term is klaagster onbekend.

Betrokkene heeft geantwoord dat een Scientology staflid in zijn bijzijn tegenover een gesprekspartner verklaarde "dat er bij zijn weten enkele geslaagde pogingen waren ondernomen om onder de dekmantel van 'Hubbard College of Improvement' bij Scientology gevolgde cursussen van de belasting af te trekken".

Beoordeling van de klacht

Het dispuut van partijen betreft in het bijzonder de juistheid van de mededeling dat de kosten van bepaalde Scientologycursussen gebruikt zouden zijn als fiscale aftrekpost.
Tegenover de ontkenning van klaagster beroept betrokkene zich op een mededeling van een niet nader aangeduid staflid van de Scientology Kerk Amsterdam .

De Raad heeft niet kunnen vaststellen bij wie van de partijen het feitelijk gelijk ligt zodat de Raad zich geen oordeel kan vormen over de vraag of betrokkene de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad wijst de klacht af.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of en samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 20 december 1991 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, D.F. Houwaart, mr D.T. Dalmolen en mer A.J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 25.