1991/23 ongegrond

Drs. A.W.G. van Bergen tegen Kees Buijs

In een brief van 28 mei 1991 met twee bijlagen heeft drs. A. W. G. van Bergen te Nijmegen (klager) een klacht ingediend tegen Kees Buis (betrokkene), journalist bij de Gelderlander
Deze heeft in een brief van 19 augustus 1991 met twee bijlagen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 december 1991. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klager is lid van de politieke partij "De Groenen" in Gelderland. Tijdens de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten in maart 1991 werd door alle. n het provincie bestuur vertegenwoordigde partijen aandacht besteed aan de plannen van de gemeente Nijmegen om ten noorden van de Waal een nieuwe stadswijk te bouwen, algemeen aangeduid als "De WaalSprong."
De partij van klager is als enige partij tegenstander van die plannen. Klager heeft daarom na de verkiezingen een brief aangeboden aan de redactie van de zaterdagse discussierubriek "De Discussie" uit de Gelderlander om dit afwijkende standpunt alsnog aan de orde te stellen. Betrokkene heeft in zijn functie van redacteur van deze rubriek die brief aan klager geretourneerd met als toelichting dat de kern van de daarin vervatte kritiek al uitvoerig in de krant belicht was..

De standpunten

Klager is van oordeel dat betrokkene de brief wél had moeten plaatsen omdat het argument voor de weigering naar zijn mening niet opgaat. Ter zitting heeft klager erkend dat het in het algemeen tot de vrijheid van de redactie behoort te beslissen over de plaatsing van ingezonden brieven.
Betrokkene heeft bovengenoemde redactievrijheid vooropgesteld en heeft daaraan nogmaals toegevoegd dat het onderwerp al uitvoerig in de krant besproken was.

beoordeling

Behoudens bijzondere omstandigheden, waarvan in de onderhavige zaak niet is gebleken behoort het tot de vrijheid van de redactie te beslissen over het plaatsen van ingezonden brieven. Het stond betrokkene daarom vrij de brief van klager te weigeren. Hieraan doet niet af dat naar de mening van klager in de krant onvoldoende aandacht werd besteed aan het door hem verdedigde standpunt, hetgeen overigens gemotiveerd door de krant is bestreden in het antwoord aan klager.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond .

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Gelderlander te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 20 december 1991 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, D.F. Houwaart, mr D.T. Dalmolen en mr A.J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 23.