1991/22 ongegrond

 

Herman Selier tegen Vrij Nederland
 
In een brief van 5 juni 1991 met drie bijlagen heeft Herman Selier te Amsterdam (klager) een klacht in gediend tegen X wegens een publikatie in Vrij Nederland (betrokkene). Namens betrokkene heeft mr G. J. Kemper te Amsterdam op de klacht geantwoord in een op 22 juli 1991 toegezonden verweerschrift met vijf bijlagen. Klager heeft schriftelijk gerepliceerd op 25 juli 1991.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 december 1991.
Klager is in persoon verschenen evenals betrokkene samen met de hoofdredacteur van Vrij Nederland en bijgestaan door mr G. J. Kemper.
 
De feiten
 
De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In Vrij Nederland van 25 mei 1991 is onder de kop "Universitaire kwezels en hun dorre zielen" een recensie gepubliceerd van X met betrekking tot een themanummer van het Gronings historisch tijdschrift "Groniek" over geschiedenis en fotografie. Dit themanummer bevat onder meer een bijdrage van klager. De recensente bespreekt deze bijdrage samen met die van T. de Vries en R. Corbey. De recensie bevat onder meer de volgende passages.
 
'Misschien zijn er mensen die belang stellen in de academische st~ pen die T. de Vries (universitair docente eigentijdse geschiedenis en filmgeschiedenis in Groninger), Herman Selier (historicus en politicoloog) en dr R. Corbey (universitair filosoof aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen) hun lezers voorschotelen (het artikel van de laatste is overgenomen uit zijn boek 'Wildheid en beschaving. De Europese verbeelding van Afrika'). Het moet haast wel, want hoe het anders te verklaren dat dit soort figuren nog een letter gepubliceerd krijgt in respectabele tijdschriften, en bovendien universitaire posities bekleedt?'
 
'En als er dan, na al die plichtplegingen eindelijk iets wordt gezegd dat lijkt op een signalement (over Walker, Evans, Edward S. Curtis, over foto's uit een door Selier herontdekt negatievenarchief of over koloniale fotografie), dan is de uitkomst van een hemeltergende platheid, domme moralistische vooringenomenheid, schaamteloze opendeurintrapperij, en zonder enig begrip of respect voor de mensen die al die foto's toch maar gemaakt hebben .'
 
'Waarom zou je je zo druk maken over een paar kwakzalvers in een tijdschrift? Wel, omdat deze mensen een zeer hoge, wetenschappelijke claim op onze aandacht leggen, en daar helemaal niets voor terugdoen behalve zichzelf (of hun 'discipline') aanprijzen .'

Het artikel van betrokkene werd op de voorpagina aangekondigd met de zin 'Universitaire kwakzalvers en de fotografie'
 
In een latere aflevering van Vrij Nederland is in de rubriek voor ingezonden brieven een reactie van klager afgedrukt met een naschrift van betrokkene.
 
De standpunten

De bezwaren van klager zijn tweeledig.
1 Gesteld wordt dat hij een universitaire positie bekleedt Dit is onjuist. Hij is zelfstandig gevestigd journalist en aan geen enkele universitaire instelling verbonden. Deze onjuiste mededeling schaadt hem in zijn beroepsuitoefening en leidt ertoe dat hij betrokken wordt in generalisaties over de universitaire wereld zonder dat vast te stellen is welke specifieke bezwaren jegens hem gelden.
 
2 De negatieve toonzetting en het gebruik van denigrerende en beledigende termen gaat te ver bij het gebruik van het woord kwakzalver.
 
Betrokkene heeft gewezen op de vermelding van de personalia van klager in het tijdschrift Groniek. De redactie deelt daarmee dat klager geschiedenis en politicologie studeerde, dat hij de auteur is van diverse wetenschappelijke publikaties en dat hij 'bezig is met een proefschrift over fotografie en maatschappijgeschiedenis op basis van het negatievenarchief van het Algemeen Hollands Fotopersbureau Holland van de Amsterdamse fotojournalist Ben van Meerendonk. ' In de inleiding van zijn artikel gaat klager zelf in op de taak van de fotohistoricus. De combinatie van deze gegevens rechtvaardigt de plaatsing van klager in de universitaire wereld.
 
Het woord kwakzalver heeft naar de mening van betrokkene zeker buiten de context van de artsenij niet een zodanig scherpe lading dat een recensent dat woord niet zou mogen gebruiken. In de onderhavige recensie heeft betrokkene bovendien gefundeerd aangegeven waarop dit woordgebruik is gestoeld.
 
Beoordeling
 
In de uitvoerige brief van klager, die door Vrij Nederland is gepubliceerd wordt vermeld dat klager niet aan een universitaire Instelling verbonden is. Voorzover de recensente klager niet slechts heeft willen verbinden met het universitaire gedachtengoed maar zij het oog heeft gehad op een universitaire aanstelling, is die onjuistheid daarmee rechtgezet. Gezien het sterk polemische karakter van de recensie is de Raad van oordeel dat het gebruik van het woord kwakzalver niet de grenzen overschrijdt van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid van betrokkene, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Beslissing
 
De Raad acht de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Vrij Nederland te publiceren.
 
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 december 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr T. Faber-de Heer W.F. de Pagter, mr F. Kuitenbrouwer en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris .
 
RvdJ 1991, 22.