1991/21 ongegrond

Het Sem Presser Archief e.a. tegen het Utrechts Nieuwsblad

In een klaagschrift van 22 maart 1991 met twaalf bijlagen heeft mr R. A. Vecht als secretaris van het bestuur van de Stichting Sem Presser Archief namens deze stichting alsmede namens Johanna A. M. van den Heuvel en de Stichting Internatonaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) beiden te Amsterdam (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad drs. M.L. Snijders en journaliste Ellen Kok (betrokkenen). Namens betrokkenen heeft drs Snijders in een brief van 18 april 1991 en een aanvullende brief van 1 mei 1991 met een bijlage op de klacht gereageerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 december 1991. Klagers werden vertegenwoordigd door mr R. A. Vecht. Betrokkenen waren in persoon aanwezig.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In het Utrecht Nieuwsblad van 24 november 1990 is onder de kop 'Nederlands Fotoarchief toont nooit-gepubliceerd werk' een artikel verschenen van Ellen Kok waar in aandacht wordt besteed aan de opening van het te Rotterdam gevestigde Nederlands Fotoarchief op 25 november 1990.
Het artikel vermeldt dat de door de minister als subsidievoorwaarde gestelde eis van vestiging van hel archief te Rotterdam weerstand ondervond bij de Amsterdamse fotografen uit de landelijke Stichting Nederlands Fotoarchief, die hun archieven inmiddels hadden toegezegd aan de Amsterdamse Marja Austria Stichting. In aansluiting op deze vermelding bevat het artikel de volgende passage.

'Door die stedenstrijd is zelfs al een grotere verspreiding begonnen: het archief van de in 1986 overleden Amsterdamse fotojournalist Sem Presser, dat oorspronkelijk ook aan de Maria Austria Stichting was toegezegd, werd onlangs gekocht door het Internationaal Instituut Sociale Geschiedenis in Amsterdam.'
In het Utrechts Nieuwsblad van 28 januari 1991 is in de rubriek Lezerstribune onder het kopje 'Fotoarchief' een brief geplaatst van mr R. A. Vecht als secretaris van de Stichting Sem Presser Archief. Deze bevat de volgende passages.
'Namens de Stichting Sem Presser Archief heb ik mevrouw Kok in een telefoongesprek laten weten dat het archief van Sem Presser nimmer is toegezegd aan de Maria Austria Stichting en dat genoemd archief niet is verkocht aan het IISG te Amsterdam .
Het archief van fotojournalist Presser berust in eigendom bij zijn weduwe en is in bruikleen afgestaan aan de Stichting Sem Presser Archief, terwijl bezien wordt alwaar het kan worden ondergebracht.
Wij betreuren het dat het bovenstaande niet is geverifieerd bij mevrouw Presser, bij het IISG en bij de Stichting Sem Presser Archief; wij hadden begrepen dat hoor en wederhoor een aanvaard journalistiek beginsel is. Door uw onjuiste berichtgeving is nadeel toegebracht aan betrokkenen en is een geruchtencircuit gestimuleerd.'

De standpunten

De bezwaren van klagers richten zich tegen de boven aangehaalde passage uit het artikel van 24 november 1990. Wat daar staat met name over verkoop aan het IISG is niet juist. Klagers hebben dit telefonisch en schriftelijk aan betrok kenen laten weten onder het verzoek de bron van de informatie te noemen en een rectificatie te plaatsen. Hieraan werd niet voldaan. De klacht hierover bevat 5 onderdelen.
1 Betrokkenen hadden de gestelde feiten moeten controleren.
2 Betrokkenen hebben ongemotiveerd geweigerd hun bron te noemen.
3 Betrokkenen hadden wederhoor moeten toepassen..
4 Aan het recht op herstel van klagers is niet voldaan door het plaatsen van een ingezonden brief omdat deze niet gelijkgesteld kan worden met een rectificatie op eigen titel.
5. De gepubliceerde brief was niet voor publikatie bedoeld en is bovendien door het weglaten van de daarin geuite bezwaren over het anoniem houden van de bron in essentie bekort.

Het verweer van betrokkenen luidt zakelijk weergegeven als volgt.
De behandeling van de brief van klagers van 18 december 1990 aan betrokkene Snijders, die werd voorafgegaan door telefoongesprekken met Ellen Kok, is als gevolg van ziekte van Ellen Kok enerzijds en de Kersttijd anderzijds langer blijven liggen dan gewenst is. Zowel telefonisch als schriftelijk is klagers direct te verstaan gegeven dat Ellen Kok niet bereid was haar bron te noemen. Gezien de heftige toon van met name secretaris Vecht vreesde zij repercussies ten aanzien van de bron.
Om de bezwaren van klagers weg te nemen is de brief van 18 december 1990 vrijwel integraal gepubliceerd op 28 januari 1991. Uit het ontbreken van een naschrift kan de lezer afleiden dat de redactie zich achter de inhoud stelt.
Blijkens een persbericht van het IISG van 19 april 1991 is het Sem Presser Archief uiteindelijk wel degelijk bij dit instituut ondergebracht. De bezwaren van klagers lijken daarom wel wat overdreven.

Beoordeling

De bezwaren van klagers betreffen twee feitelijke onjuistheden, die echter in het kader van het gehele artikel van ondergeschikte betekenis zijn. Mede gezien de aard van de informatie mocht betrokkene afgaan op een enkele bron en behoefde zij geen verificatie of wederhoor bij klagers toe te passen. Afgezien daarvan stond het haar vrij zonder uitvoerige motivering haar bron anoniem te houden.
Wel hadden betrokkenen voortvarender kunnen en dienen te reageren op de bezwaren van klagers. Mede doordat in de uiteindelijk gepubliceerde brief de feitelijke onjuistheden worden rechtgezet kan echter niet gezegd worden dat het handelen van betrokkenen de grenzen overschrijdt van hetgeen gezien hun journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is. Hieraan doet niet af dat klagers hun brief niet voor de ingezonden lezersrubriek bedoeld hadden.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond .

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Utrechts Nieuwsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 december 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzit-ter, mr T. Faber-de Heer, W.F. de Pagter, mr F. Kuitenbrouwer en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 21.