1991/2 gegrond

Academisch Ziekenhuis Nijmegen tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Het Academisch Ziekenhuis St Radboud te Nijmegen (klaagster) heeft in een brief van C. Th. Jongma (hoofd voorlichting) van 1 november 1990 met zeven bijlagen een klacht ingediend tegen R Mulder, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (betrokkene).

Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 10 december 1 990.
Partijen hebben hun stellingname nader toegelicht in brieven van respectievelijk 4 januari en 23 januari 1991.

De Raad heeft met instemming van partijen op 28 maart 1991 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Klaagster heeft op 11 oktober 1990 een persconferentie gehouden over de isolatie van een gen voor een erfelijke oogziekte door onderzoekers van de afdeling Antropogenetica van het ziekenhuis en de Katholieke Universiteit Nijmegen. Op 4 oktober 1990 werd aan de schrijvende pers een uitnodiging voor dit persgesprek gestuurd. Zowel op deze uitnodiging als op het op 11 oktober verspreide persbericht stond vermeld dat op de verstrekte informatie over de ontdekking een embargo rustte tot 18 oktober 1990.
In de uitnodiging van 4 oktober staat als reden voor het embargo genoemd het redactionele beleid van het tijdschrift Nature dat in de aflevering van 18 oktober 1990 een artikel over de vinding zou publiceren.

Tijdens de persconferentie is deze reden voor het embargo herhaald met als toevoeging dat de onderzoekers hun vinding eveneens op 18 oktober 1990 tijdens het jaarlijkse congres van de Amerikaanse vereniging van genetici in de VS zouden presenteren.
De wetenschapsmedewerker van de Leeuwarder Courant heeft de uitnodiging aanvaard en de persconferentie bijgewoond. Vervolgens heeft de Leeuwarder Courant op 12 oktober 1990 onder de kop 'Nijmeegse onderzoekers isoleren gen oogziekte' een bericht gepubliceerd over de vinding. Het bericht is op 13 oktober 1990 in ieder geval overgenomen door het Nijmeegs Dagblad.

De standpunten van partijen

Klaagster is van oordeel dat betrokkene het embargo had moeten respecteren om de volgende redenen:
1 'Ingeval van een wetenschappelijk onderzoek ontstaat het nieuwsfeit op het moment van publikatie van de onderzoeksresultaten in een wetenschappelijk blad'. Er was dus een deugdelijke reden voor het embargo.
2 De journalist van de Leeuwarder Courant is impliciet accoord gegaan met het embargo door deelname aan de persconferentie en acceptatie van de verstrekte documentatie waarbij nadrukkelijk op het embargo is gewezen.
Naar de mening van betrokkene bestond het nieuwsfeit in deze zaak uit de ontdekking van het gen. Het redactionele beleid van het tijdschrift Nature acht betrokkene geen aanvaardbare reden voor een embargo. Het enkele feit dat de journalist van de Leeuwarder Courant de persconferentie bijwoonde en het persbericht met bijbehorend materiaal in ontvangst nam houdt nog geen aanvaarding van het embargo in. De journalist en de verantwoordelijke hoofdredacteur behouden het recht het embargoverzoek zelfstandig te beoordelen.
Betrokkene betreurt wel dat de krant niet voor publikatie aan klaagster liet weten het embargo niet te zullen accepteren.

Beoordeling van de klacht

De klacht betreft het respecteren van een embargo met betrekking tot het in de publiciteit brengen van een wetenschappelijke vinding. Het verschil van mening tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het nieuwsfeit bestond uit de vinding zelf danwel de openbaarmaking daarvan in het gezag hebbende tijdschrift Nature tegelijk met de presentatie van de vinding op een wetenschappelijk congres in de Verenigde Staten.
Naar het oordeel van de Raad moet in de onderhavige zaak als nieuwsfeit beschouwd worden niet alleen het feit van de vinding maar ook en in verband daarmee de openbaarmaking daarvan in het wereldwijd gezag hebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature in combinatie met openbaarmaking op genoemd wetenschappelijk congres. Het nieuwsfeit van de vinding hing daarom in dit geval nauw samen met dat van de publikatie in Nature.
Het tweede bezwaar van klaagster betreft de vraag of de journalist zich aan het embargo had gebonden door van de uitnodiging voor de persconferentie gebruik te maken. Nu zowel op de uitnodiging als op het tijdens de persconferentie verstrekte persbericht het embargo met zoveel woorden stond vermeld en daarnaar tijdens die persconferentie nog eens met redenen omkleed is verwezen beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. Betrokkene was door stilzwijgende aanvaarding aan het embargo gebonden en indien betrokkene al een naar zijn mening goede reden zou hebben gehad om het embargo te doorbreken, dan zou hij dat vooraf en tijdig aan klaagster kenbaar hebben moeten maken opdat klaagster in de gelegenheid zou zijn geweest maatregelen te nemen om dat te voorkomen.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond .

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 28 maart 1991 door mr W.D.H. Asser voorzitter, mr T. Faber-de Heer mr E.C.M. Jurgens en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten. secretaris.

RvdJ 1991, 2.