1991/18 ongegrond

U. Burgers tegen de Zwolse Courant

U. Burgers te Zwolle (klager) heeft in twee brieven van 25 februari 1991 met respectievelijk zes en vier bijlagen bezwaren kenbaar gemaakt tegen de handelwijze van J. Bartelds, hoofdredacteur van de ZwolseCourant (betrokkene). Klager heeft zijn oorspronkelijke brieven aangevuld in een brief van 7 maart 1991. Betrokkene heeft geantwoord in een brief van 25 maart 1991 met drie bijlagen. Daarop zijn nog drie brieven gevolgd van klager en één van betrokkene. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 oktober 1991. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In de Zwolse Courant van 20 maart 1990 en in die van 8 februari 1991 werden ingezonden brieven van klager geplaatst over de relatie tussen de VVV te Zwolle en de plaatselijke winkeliers vereniging City Centrum. Beide brieven werden door de redactie ingekort. Daarvan werd bij de eerste ingezondenbrief niet maar bij de tweede wel melding gemaakt. Twee andere ingezonden brieven van klager van 2 februari en 7 februari 1991 over de plaatselijke politiek en de sociale vernieuwing van het kabinet Lubbers werden niet geplaatst .Klager maakte zowel tegen de bekortingen als tegen het niet plaatsen schriftelijk bezwaar bij de redactie. Betrokkene reageerde op die bezwaren in brieven van 22 en 25 februari 1991.

De standpunten

Klager is van oordeeldat de redactie onzorgvuldig heeft gehandeld door uit de beide wel geplaatste brieven een essentieel onderdeel weg te latenen door in het eerste geval niet eens te vermelden dat de brief bekort was. In beide gevallen betrof de weglating een voorbeeld van de door klager gesignaleerde belangenverstrengeling tussen de VVVZwolle en de plaatselijke winkeliersvereniging City Centrum. De weigering tot plaatsing van zijn twee andere brieven acht klager onzorgvuldig omdat de redactie naar zijn mening selectief te werk is gegaan, hetgeen betekent dat de redactie de inhoud van de ingezonden brieven rubriek manipuleert. Betrokkene heeft geantwoord dat het bekorten van ingezonden brieven behoort tot de vrijheid van de redactie. Dit staat ook vermeld in het vignet bij de rubriek. Om te voorkomen dat de rubriek al te zeer het stempel draagt van één briefschrijver heeft de redactie niet alle brieven van klager opgenomen. Ook dit valt onder de vrijheid, die de redactie zich heeft voorbehouden.

Beoordeling

De Raad stelt voorop dat het niet opnemen of bekorten van ingezonden brieven behoort tot de beleidsvrijheid van de redactie, al behoort van een (enigszins omvangrijke) bekorting of wijziging steeds melding te worden gemaakt. Daar de bekorting van de twee wel geplaatste brieven de strekking van het gevoerde betoog niet wezenlijk wijzigt of anderszins aantast is de klacht in beide onderdelen ongegrond

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond .

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de ZwolseCourant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 25 oktober 1991 door mr W.D.H. Asser voorzitter, mr T. Faber de Heer, mr E. C. M. Jurgens, mevrouw A.G. Scherphuis en mevrouw T.M. Lucker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1991, 18.