1991/17 gegrond

Radio Continu tegen De Stem

In een klaagschrift van 8 april 1991 met vijf bijlagen heeft mr P. A. M. M . Dingemans te Breda namens de vennootschap naar Belgisch recht B. V. B. A. Racon Sales, roepnaam: Radio Continu, (klaagster) een klacht ingediend tegen H. Coumans, hoofdredacteur van De Stem, dagblad voor Zuidwest-Nederland (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 7 mei 1991. Hierop zijn nog aanvullende brieven gewisseld door klaagster en betrokkene op respectievelijk 4 juni en 28 juni 1991. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 oktober 1991. Namens klaagster was aanwezig drs J. A. M. Zom samen met mr P. A. M. M. Dingemans. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In het dagblad. De Stem van 5 december 1990 is onder de kop "Nog geen reclamezendtijd voor BRTS" een bericht gepubliceerd over de samenwerking tussen de BRTS en de Belgische vennootschap Racon Sales. De eerste zin van dat bericht luidt als volgt.

'Commissaris Zendtijd- en Toezichts zaken drs G. Heyne den Bak is mening dat het bestuur van de BRTS (BredaseRadio en Televisie Stichting) zeer voorbarig is geweest door een overeenkomst te sluiten met Racon Sales BV, de commerciƫle poot van de Belgische piraat "Radio Continu".'

De standpunten

Klaagster maakt er bezwaar tegen dat zij als piraat wordt aangeduid. Het gaat om het willens en wetens gebruiken van een beschuldigende kwalificatie Immers, na het gebruik van dezelfde term in 1986 heeft klaagster daartegen al bezwaar gemaakt. De term "piraat" veronderstelt illegaal handelen, in casu: zenden zonder vergunning Radio Continu is echter een legale zender naar Belgisch recht en wordt in overeenstemming met de Nederlandse mediawet ook via de Nederlandse kabel doorgegeven. Mede gelet op de uitspraken van het Commissariaat van de Media met betrekking tot RTL 4, Radio 10 en Sky Radio kan nietgesteld worden dat Radio Continu zich schuldig maakt aan illegale, straf-bare handelingen ook al zijn haar uitzendingen mede op Nederland gerichtBetrokkene heeft geantwoord dat de term ''piraat" een gangbare journalistieke aanduiding is voor een radiozender, die volgens de Nederlandse regels illegaal is.'De in Belgje op zich geoorloofde uitzendingen zouden volgens de Nederlandse regels niet vanuit Nederland kunnen plaatsvinden. Radio Continu gedraagt zich aldus naar Nederlandse begrippen als piraat. '

Beoordeling

Gemeten aan de wetten en voorschriften zoals die golden ten tijde van de gewraakte publikatie op 5 december 1990 is naar de mening van de Raad niet komen vast te staan dat klaagster zich schuldig maakt aan illegale activiteiten. Voorzover de term "piraat" voor radiouitzendingen met reclameboodschappen vanuit het buitenland gericht op Nederland in het verleden terecht kon worden gebruikt is dat achterhaald door nieuwe ontwikkelingen. Nu mede uit het verweerschrift blijkt dat betrokkene de term welbewust heeft gebruikt en dat het niet gaat om onzorgvuldig woordgebruik voortkomend uit vroegere onduidelijkheid over de positie van omroep instellingen als klaagster, komt de Raad tot het oordeel dat betrokkene de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaard.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Stem te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 25 oktober 1991 door mr W.D.H. Asser voorzitter, mr T. Faber de Heer, mr E.C.M. Jurgens, mevrouw A.G. Scherphuis en mevrouw T.M. Lucker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1991, 17.