1991/15 gegrond

RADAR tegen de hoofdredacteur van Aktueel

Per brief van 15 april 1991 met vier bijlagen heeft C. Triesscheijn namens de stichting Rotterdamse Anti Discriminatie Actie Raad, RA DAR (klaagster) een klacht ingediend tegen Peter R. de Vries, hoofdredacteur van het weekblad Aktueel (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 2 mei 1991.
RADAR is bij haar klacht tevens opgetreden namens de Stichting Buitenlandse Werknemers Rijnmond te Rotterdam en de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rotterdam alsmede A. Mokhtari, journalistiek voorlichter te Rotterdam.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 oktober 1991. RADAR werd vertegenwoordigd door C. Triesscheijn. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

In het weekblad Aktueel van 14 februari 1991 is een fotoreportage verschenen met begeleidende tekst. De foto's geven beelden van personen gekleed in de in het Midden-Oosten voorkomende traditionele dracht voor mannen en vrouwen. De grootst afgedrukte foto toont een aantal mannen bij wat kennelijk een feestmaaltijd is. Van de overige foto's heeft een groot deel betrekking op de executie van de 25-jarige student Musleh al Shaar wegens de verleiding van een prinses in Saoedi Arabie. De overige foto's vertonen beelden van onder andere een huwelijkssluiting.
De bijschriften bij de foto's worden ingeleid onder de kop "Arabieren en hun manieren" met daarboven in kleinere letters "Hun rijkdom, hun vrouwen, hun rechtspraak en hun gewoontes"
De inleidende tekst bevat de volgende passage. "Al met al staan Arabieren dezer dagen in het brandpunt van de belangstelling, waarbij oude vooroor delen gretig worden opgerakeld Aktueel zet op een rijtje hoe de buitenwacht nog altijd over Arabieren denkt."

De bijschriften bij de foto's geven voorbeelden van deze vooroordelen zoals:
"Arabieren drinken geen alcohol (wie dat wel doet, wordt op stokslagen getracteerd) "
"Moslims eten geen rood of varkensvlees, wat zij overhouden wordt aan de vrouwen gegeven"
"Ook in de rechtspraak houden Arabieren er barbaarse gewoonten op na. De Koran predikt weliswaar net als andere religies mildheid en gerechtigheid, maar geen andere religie omschrijft zo gedetailleerd hoe zondaars moeten worden aangepakt: giet kokend heet water over ongelovigen, totdat hun ingewanden naar buiten komen zetten, hak dieven de linkerhand af "
"Wie steelt, verliest zijn hand Dieven worden publiekelijk de linkerhand afgehakt (als die er al af is, de rechter). De hand wordt vervolgens als afschrikwekkend voorbeeld op een plein opgehangen. De armstomp van de dief wordt in kokend heet water gedompeld bij wijze van desinfectering "
"Een Arabier mag vier vrouwen tegelijk bezitten. Rijke Arabieren hebben er soms meer dan tien, maar duiden hun vrouwen dan aan als 'bedienend personeel'. Een vrouw kost zo'n 175.000 gulden of zes kamelen en veertig schapen."
"Arabische vrouwen dragen vanaf hun twaalfde een sluier. Op die leeftijd worden ze vaak ook al uitgehuwelijkt. Vrouwen is verder weinig toegestaan in Arabische landen: ze mogen niet alleen auto rijden en als ze naar de bioscoop gaan, moet het licht blijven branden."

De standpunten

Klaagster is van oordeel dat de publikatie door de kritiekloze weergave van 'vooroordelen' en de presentatie daarvan als feiten bestaande vooroordelen bevestigt of versterkt en bestaande vijandbeelden aanscherpt.
Door steeds te spreken over 'de Arabier' wordt de suggestie gewekt dat de genoemde 'vooroordelen' de Arabische landen en de Islamitische geloofsgemeenschap als geheel kenmerken. Personen van Arabische afkomst en leiders van een Islamitische geloofsovertuiging worden daardoor in een bedenkelijk daglicht gesteld. Dat heeft een negatieve weerslag op hier te lande wonende minderheden, behorende tot deze groeperingen. Dat effect werd versterkt doordat de publikatie plaatsvond ten tijde van de Golf-oorlog, die toch al negatieve gevolgen had voor bedoelde hier te lande wonende minderheden.
In zijn antwoord heeft betrokkene er op gewezen dat de fotoreportage nadrukkelijk gebracht is als een opsomming van oude vooroordelen. Generaliserende aanduidingen van bepaalde groepen zijn in de journalistiek gemeengoed (de Europeaan, de Amerikaan, de Rus). Het is onvermijdelijk dat daarmee een stereotiepe beeldvorming gepaard gaat. Betrokkene is van oordeel dat de reportage, die ook in enkele vooraanstaande buitenlandse bladen is verschenen (Stern, Paris Match) aanvaardbaar is omdat de inleiding de foto's en hun bijschriften in een duidelijk kader plaatst.

Beoordeling

De Raad gaat uit van het gegeven dat in Nederland Islamitische en andere uit Arabische landen komende minderheden wonen, die te lijden hebben onder discriminatie.
Naar het oordeel van de Raad ontbreekt in het artikel iedere nuancering onder meer omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen wat volgens de Koran geoorloofd is en wat feitelijk gebeurt en tussen het ene Arabische land en het andere. De publikatie houdt aldus het gevaar in dat vooroordelen worden gewekt of versterkt. Op het tijdstip van de publikatie bestond als gevolg van de Golf-oorlog het gevaar van toenemende vijandigheid ten opzichte van genoemde minderheden. De ongenuanceerde reportage zal die opkomende gevoelens van vijandigheid alleen maar hebben aangewakkerd zodat betrokkene door de publikatie daarvan de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, op dat moment maatschappelijk aanvaardbaar was.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het weekblad Aktueel te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 28 oktober 1991 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, J. de Vries, mevrouw A.G. Scherphuis en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1991, 15.