1991/13 ongegrond

G.H. Assink tegen W. Meij

Bij klaagschrift van 2 mei 1991 met één bijlage heeft G H Assink te Hoevelaken (klager) een klacht in gediend tegen W. Meij (betrokkene) wegens een publikatie in het Algemeen Dagblad. Namens betrokkene heeft W. Vergeer, adjunct hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, op de klacht gereageerd in een brief van 18 juni 1991. Klager heeft nog gerepliceerd in een brief van 1 juli 1991. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 augustus 1991
De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten. Klager is directeur-eigenaar van het sinds 1976 bestaande hotelrestaurant De Klepperman te Hoevelaken. In de culinaire column "Het mes van Meij" van betrokkene in het Algemeen Dagblad van 16 april 1991 heeft deze een bezoek aan het restaurant van klager bespro ken onder de kop "crisistent met crisiseten".

De standpunten

De bezwaren van klager spitsen zich blijkens het klaagschrift toe op het volgende.
"Dat de journalistieke weerslag van zijn (W. Meij - RvdJ) ervaringen niets te maken heeft met een correct kritische evaluatie van zijn ervaringen, zoals, naar de mening van ondergetekende, doorgaans in culinaire of semi culinaire rubrieken conform de journalistieke ethiek past;
Dat in tegenstelling tot deze journalistieke norm, de heer Meij in bij na elke regel van zijn column, bewust getracht heeft Hotel-Restaurant De Klepperman de grond in te boren;
Dat hij niet geschroomd heeft bewust afbreuk te doen aan de kwaliteit van het vijfsterren Hotel-Restaurant De Klepperman; Dat hij een bar van ons restaurant duidt, als een besmeurd en afgetrapt dranklokaal; Dat hij de ober belachelijk maakt als super-ober, die culigebrabbel uitslaat en de bediening van een medewerker omschrijft als 'overreden te worden door een DAFtruck'; Dat hij de geoffreerde spijzen duidt als driegangenbagger;"

Klager is van mening dat zijn hotel-restaurant door de publikatie ten onrechte in opspraak is gekomen. Naar zijn mening heeft betrokkene niet gewerkt vanuit een besef van kwaliteit en fatsoen zoals dat door de journalistiek in Nederland wordt voorgestaan.

Betrokkene heeft geantwoord dat "Het Mes" een culinaire column is waarin de auteur wekelijks op persoonlijke wijze verslag doet van een bezoek aan een restaurant. Het is een column met een scherp opiniërend karakter en met een voor ieder waarneembare badinerende toonzetting In de gewraakte column is geen sprake van uitlatingen in een nodeloos grievende vorm of van een verkeerde voorstelling van zaken. Betrokkene, die niet had gereserveerd, moest zeer lang wachten. Hij trof de bar inderdaad aan "als een besmeurd en afgetrapt dranklokaal": een niet of nauwelijks schoongemaakte en daardoor kleverige bar, vlekken op barkrukken en meubels die hun beste tijd hebben gehad. De aanduiding "super-ober" is niet beledigend bedoeld en hetzelfde geldt voor de typeringen van een andere medewerkster. De kwalificatie "driegangenbagger" geeft aan dat aan betrokkene, die vele publikaties op culinair gebied op zijn naam heeft, het in De Klepperman geserveerde voedsel niet is bevallen.

Beoordeling

De Raad constateert dat overdrijven en schamperen blijkbaar eigen is aan de culinaire rubriek in kwestie. Of schoon niet kan worden gezegd dat de publikatie uitmunt in fijnzinnigheid, heeft betrokkene gelet op het kader van de publikatie en gelet op de omstandigheid dat deze als gevolg van de schamperende toon nauwelijks serieus te nemen informatieve betekenis zit, naar het oordeel van de Raad niet de grenzen overschreden wat met inachtneming van eisen van journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat klacht voldoende grond mist.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te doen publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 augustus 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, J.F. Houwaart, J.M.P.J. Verstegen en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 13.