1991/12 ongegrond

V.E. de Gruiter tegen Moniek Sardjono en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

Per brief van 22 februari 1991 met vijf bijlagen en een afzonderlijke brief van dezelfde datum zonder bijlagen heeft V E de Gruiter te Zoetermeer (klager) klachten ingediend tegen de hoofdredacteur van NRC Handelsblad respectievelijk Moniek Sardjono (betrokkenen) wegens een recensie in NRC Handelsblad van 1 december 1990.
Namens betrokkenen heeft de adjunct hoodredacteurvan NRC Handelsblad M J M van Rooij per brief van 21 maart 1991 op de klacht gereageerd Klager heeft gerepliceerd in brieven van 2 april 1991 en 8 augustus 1991 met één respectievelijk drie bijlagen.

De Raad heeft met toestemming van partijen over de klacht beslist op grond van de stukken derhalve zonder mondelinge behandeling op 30 augustus 1991.

De feiten

In 1990 is het door klager geschreven boek "Het Javindo: de verboden taal" verschenen. Het boek gaat over de betekenis van een in het voormalig Nederlandsch-Indië ontstane mengtaal. Het is onder de kop "Een stervende Indotaal" besproken in NRC Handelsblad van 1 december 1990 door de taalkundige Moniek Sardjono.
In NRC Handelsblad van 22 december 1990 is onder de kop "Javindo" een reactie op de recensie geplaatst van D W Deerling. Deze ingezonden brief bevat de volgende passage

"Als ik niet beter wist zou ik het boekje (Het Javindo, de verboden taal - RvdJ) hebben gekocht alleen al om de geheim-zinnige titel. Maar sinds er op TV aandacht aan is besteed, weet ik dat het om een door De Gruiter zelfbedachte taal gaat, waarbij hij links en rechts leentjebuur speelde."

In NRC Handelsblad van 16 februari 1991 is eveneens onder de kop "Javindo" een ingezonden brief van klager geplaatst waarin hij reageert op de recensie.

De standpunten

Naar het oordeel van klager bevat de recensie van betrokkene Sardjono afbrekende kritiek, die schadelijk is voor zijn reputatie mede ge zien het gezag van NRC Handelsblad en de affichering van de recensente als taalkundige De schade bleek uit talloze telefoontjes en vooral uit de ingezonden brief van D. W. Deerling. Dat de kritiek van betrokkene Sardjono niet terecht is blijkt naar de mening van klager uit het feit dat zij "op geen enkele wijze en op geen enkel punt wederwoord kon geven op zijn repliek". Welke waarde zijn boek heeft blijkt onder meer uit de prisma-lectuurvoorlichting waarin zijn boek positief wordt beschreven door prof dr W J de Vries.
De redactie van NRC Handelsblad had de recensie en de ingezonden brief van D W Deerling niet mogen publiceren.

Het standpunt van betrokkenen is dat de kritische recensie van Moniek Sardjono valt binnen de vrijheid van meningsuiting. "Ook de in de krant gevoerde discussie tussen auteur en recensent die het artikel van mevrouw Sardjono heeft uitgelokt, is naar onze mening geheel volgens de regels van het spel, met repliek en dupliek, verlopen." Het is aan de redactie voorbehouden het tijdstip van plaatsing en de lengte van ingezonden stukken te bepalen.

Beoordeling

De recensie van Moniek Sardjono overschrijdt in geen enkel opzicht de aan een journalistieke gedraging redelijkerwijs te stellen normen. Dat klager mogelijk als gevolg van de recensie schade aan zijn reputatie heeft geleden, maakt dat niet anders; immers een recensent hoeft zich niet van het uiten van kritiek op een besproken werk te laten weerhouden door de mogelijkheid schade toe te brengen aan de reputatie van de auteur.

Aan de bezwaren van klager tegen de inhoud van de recensie is door de redactie van NRC Handelsblad in voldoende mate tegemoet gekomen door het plaatsen van een ondanks inkorting nog uitvoerige brief van klager. Het stond de redactie vrij na verschijning van de recensie ook een ingezonden brief van een lezer met een eveneens kritisch oordeel over het boek van klager te plaatsen zonder dat dit de redactie verplichtte klagers reactie daarop eveneens te publiceren

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 augustus 1991 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, D.F. Houwaart, J.M.P.J. Verstegen en drs H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 12.