1991/11 gegrond

A. Beets contra Ivo Niehe

Per brief van 15 april 1991 met vier bijlagen heeft A. Beets te Groenlo (klager) een klacht ingediend tegen Ivo Niehe (betrokkene). Namens betrokkene heeft de advocaat mr E.R.C. Kriek-den Heeten te Haarlem bij brief van 6 mei 1991 op de klacht gereageerd. Na een schriftelijke repliek van klager van 15 mei 1991 met één bijlage is de zaak behandeld ter zitting van de Raad van 30 augustus 1991. Klager was in persoon aanwezig Betrokkene werd vertegenwoordigd door mr Kriek-den Heeten, die voor de behandeling nog één stuk heeft ingediend.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In het op 28 december 1990 door de TROS uitgezonden televisieprogramma van Ivo Niehe heeft deze aandacht besteed aan plastische chirurgie. Onderdeel van dit programma vormde een vraaggesprek met mevrouw A.P. J. Kuipers-Wolbers uit Groenlo bij wie een borst werd weggenomen wegens een kankergezwel. Door middel van plastische chirurgie werd later bij haar een nieuwe borst gevormd.
Bedoeld programma-onderdeel begon met de volgende dialoog tussen Ivo Niehe en mevrouw A.P.J. Kuipers-Wolbers .

"Ivo Niehe: een veelzeggend verhaal van mevrouw Kuipers. Vijftien jaar lang leefde zij in onzekerheid, immers al die tijd voelde zij een knobbeltje in haar borst. Maar telkens opnieuw werd haar verzekerd dat er niets aan de hand was.
Wanneer ontdekte u voor het eerst dat er iets toch niet in orde was?
Mw Kuipers: Ik ging dus elk jaar voor controle naar mijn gynaecoloog en in januari 1988 ging ik ook naar hem toe. Toen vertelde hij mij dat hij met een groot borst-onderzoek bezig was en hij vroeg mij of ik dus daaraan mee wilde doen. Ik heb dus ja gezegd, maar ik had al jaren aangegeven dat ik iets in mijn borst voelde, en elke keer zei hij dus: "Ik voel niets, er zit niets". Dus ik heb toch een afspraak gemaakt voor bij de röntgen. Daar hebben zij dus een mammografie gemaakt en toen bleek toch dat ik een tumor in mijn borst had.
Ivo Niehe: De avond voor de operatie keek u televisie en zag u wat bijzonders.
Mw Kuipers: Harmen Siezen kwam met de verheugende mededeling dat er dus, in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis was er iets nieuws uitgevonden voor borstkanker-patiënten en dat werkte borst besparend. Er was een of andere behandeling die dus borst besparend kon plaatsvinden.
Ivo Niehe: Dus u dacht, dat is iets voor mij.
Mw Kuipers: Nou, toen zakte ik helemaal door de stoel en de verpleegster die kwam en die zei meteen van: "nou dat moet bespreekbaar zijn". Dus de andere morgen kwam een arts en toen heb ik dus lang met hem gepraat maar, nou zei hij dus van: "de tumor is te groot, het moet gewoon een amputatie worden".

Klager heeft zich in een brief van 7 januari 1991 aan betrokkene bekend gemaakt als de door mevrouw Kuipers-Wolbers bedoelde gynaecoloog. In dezelfde brief heeft klager betrokkene om een gesprek verzocht in verband met onjuistheden uit het interview. In een brief van 1 februari 1991 heeft klager zich opnieuw tot betrokkene gewend. Op beide brieven, is door deze niet geantwoord.

De standpunten

De Raad vat de bezwaren van klager samen als volgt.
1. Hoewel in het vraaggesprek met mevrouw Kuipers-Wolbers zijn naam niet is genoemd is hij toch herkend als gevolg van het feit dat Groenlo een kleine gemeente is waar slechts hijzelf en de met hem samenwerkende gynaecoloog gevestigd zijn.
2. Mevrouw Kuipers-Wolbers heeft ten onrechte de indruk gewekt dat hij haar 15 jaar lang met een kankergezwel in haar borst zou hebben laten lopen. Dit is onjuist en zou ook onmogelijk zijn omdat in een dergelijk geval de patiënt allang overleden zou zijn.
3. De mogelijkheid van een borst sparende operatie is door hem wel degelijk uitvoerig met mevrouw Kuipers-Wolbers besproken. Deze kon echter in haar geval niet worden toegepast.
4. Ivo Niehe had zich beter moeten informeren en heeft jegens hem onzorgvuldig gehandeld door dit na te laten. Hij voelt zich geschaad in zijn goede naam . De zaak is in heel Groenlo bekend geworden
5. Eveneens onzorgvuldig acht klager het dat Ivo Niehe hem niet heeft geantwoord.

Namens betrokkene is geantwoord dat er geen aanleiding was nader onderzoek te verrichten naar hetgeen mevrouw Kuipers-Wolbers over de behandeling door haar gynaecoloog meedeelde omdat dit slechts een zijlijn was. Het eigenlijke onderwerp van het programma waren de ervaringen van de geïnterviewden met plastische chirurgie. Het verband dat mevrouw Kuipers legt tussen jarenlange controle door haar gynaecoloog en het feit dat de tumor in haar borst bij de ontdekking daarvan niet meer verwijderd kon worden door middel van een borst sparende operatie, komt voor rekening van de geïnterviewde. Dat Ivo Niehe niet geantwoord heeft op de brieven van klager is "mede te wijten aan het diffuse karakter van de inhoud van de klacht".

Beoordeling

Naar het oordeel van de Raad wordt door de woorden van betrokkene en de geïnterviewde mevrouw Kuipers-Wolbers inderdaad de suggestie gewekt dat haar klachten over een mogelijke tumor in haar borst door de haar behandelende gynaecoloog zijn verwaarloosd zodat een borst sparende operatie bij haar niet meer mogelijk was en dat zij daarover ook niet werd geïnformeerd. Betrokkene heeft met name door zijn inleiding van het betreffende programmaonderdeel het standpunt van de geïnterviewde overgenomen en tot het zijne gemaakt.

Gelet op de ernst van de beschuldiging en de gevoeligheid van het onderwerp had betrokkene Niehe op dit punt nader onderzoek moeten verrichten ook al werd de naam van de bedoelde gynaecoloog niet genoemd. Door dit na te laten en door niet te antwoorden op klagers brieven heeft betrokkene de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond .

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting bekend te maken in één van de geëigende televisie-programma's van de TROS.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 augustus 1991 door mr W.D.H. Asser voorzitter, mr T. Faber-de Heer, D.F. Houwaart, J.M.P.J. Verstegen en drs H.W.M. van Run leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1991, 11.